dinsdag 24 april 2012

Arrivederci

Ik verlaat de vlakte.

Niet voorgoed hoor, maar hopelijk lang genoeg om, op mijn gemak, weer eens wat verse levensvreugde op te doen. En deze keer vertrek ik niet naar mijn eveneens nogal vlakke geboorteland maar naar een plaats waar alleen de zee plat is, en de hemel blauw. De koffers zijn gepakt.

Ook dit blog gaat met vakantie.

Twee maanden geleden ben ik in een opwelling, bij wijze van experiment, naar blogspot gesurft en was plotsklaps meesteres over een heel klein stukje internet. En ik nam me voor daar nu eens een tijdje élke dag wat op te schrijven, of ik daar nu drang toe gevoelde of niet. Dat is tot dusver gelukt - voor het eerst in mijn leven heb ik trouw mijn huiswerk gemaakt.

Ik vond het leuk. En ik vond het erg leuk dat u erbij was. Ik dank u dan ook allen recht hartelijk voor de belangstelling en iedereen mag komen eten, als ik terug ben.

Als afscheidsgeschenk laat ik u de reactieruimte hieronder, om naar believen te vullen met kritiek, loftuitingen of persoonlijke noten. Ik beloof dat ik het aandachtig zal lezen - als ik terug ben.

Tot ziens!

maandag 23 april 2012

Madre Teresa



De bar is heel voordelig gelegen, tamelijk centraal en pal tegenover de lagere school.

Dat levert natuurlijk extra klandizie op. Om kwart over acht arriveren de ouders die zojuist hun handenbindertjes hebben afgeleverd en nog even snel moeten ontbijten. Om twaalf en vier uur nemen de opa's en oma's vast een hartversterking, om een kwartier later terug te komen met de afgehaalde kinderen die altijd iets lekkers verdienen.

Nee, aan de locatie ligt het niet. En toch heeft er jarenlang een doem op de gelegenheid gerust.

Toen ik hier pas woonde en de bar al een tijdje kwijnde, werd hij met doelgroep en al overgenomen door Romeo en Serena, nieuwkomers in het dorp. Romeo bleek een blaaskaak zonder horeca-ervaring die van een barmanschap roem en rijkdom verwachtte. Voor zover deze houding de vaste klanten niet op de vlucht joeg, werden ze wel weggetreurd door de altijd demonstratief terneergeslagen Serena, die de koffie zuchtend onder het tuitje koud liet worden. De bar werd een verliespost. Toen Romeo geld bleek te hebben geleend van een stel grotestadsmafiosi die, waarschijnlijk wegens wanbetaling, de nering op een goddank rustige avond onder vuur namen, moesten hij en Serena het veld ruimen.

Daarna kwamen er Chinezen. Omdat de meeste dorpelingen het Chinees niet meester zijn en prijs stellen op een correcte uitspraak van de 'r', zaten er alleen ándere Chinezen, waarvan er te weinig in het dorp wonen om de bar draaiende te houden. Na een poosje kwam er weer een stadsechtpaar, dat het interieur grondig vernieuwde maar de klanten toch niet wist terug te winnen, en vervolgens stond de bar weer een tijdje leeg.

zondag 22 april 2012

Gelato

Het waait en het is nog erg fris voor de tijd van het jaar, dus in de gelateria is het rustig. De ijsman zit om een praatje verlegen.

Hij is veertig jaar geleden geboren in New York, en hoewel zijn ouders onmiddellijk daarna fluks weer naar het dorp zijn terugverhuisd, laat hij zich 'Danny' noemen en begroet mij met een enthousiast 'goode mowning'. Hij beklaagt zich graag over het benepen dorp, het achterlijke Italië en het feit dat hij steeds maar ijs moet verkopen, hoewel hij er dankzij dat - echt heerlijke - ijs warmpjes bijzit. Of Nederland een goed ijsland is?

Voor ik een bevredigend antwoord klaar heb, stormt Gianni binnen. Ik kan nog net een stapje opzij doen. Gianni is de dorpsdief, sinds jaar en dag berucht omdat je in een dorp nu eenmaal heel weinig kunt verbergen.

'Zeg op, wat zeggen ze over mij hier, hè?' schreeuwt hij Danny van dichtbij in zijn gezicht. Deze zegt rustig: 'Dat je een dief bent, natuurlijk.'

'Merda, net wat ik dacht!' briest Gianni en snelt de zaak uit met een oprecht verontwaardigde rug.


 Het ijs was weer aangrijpend lekker.


zaterdag 21 april 2012

Schaarse schatten


Als een Italiaan een baby in het oog krijgt, roept hij of zij onveranderlijk 'che bello! bellissimo!' Wat mooi! Ook als het een gedrocht van een kind betreft waarvoor de honden jankend op de vlucht slaan en die de pastoor het liefst met veel knoflook zou dopen, voor de zekerheid.

Uw en mijn kinderen zijn natuurlijk allemaal zo niet beeldschoon, dan toch minstens zeer passabel, maar sómmige baby's zijn nu eenmaal angstaanjagend lelijk. Ik probeer dan mijn afgrijzen te verbergen en mompel iets als 'wat lief' of 'geestig kind'. Maar Italianen hebben een beperkte woordenschat als het om neonati gaat.

(Ze hebben wel meteen een probleem met de geslachtsaanduiding, aangezien de onzijdige vorm in het Italiaans niet bestaat. Om de bewonderaars niet in verlegenheid te brengen is uitbundig roze voor een meisjesbaby dan ook een vereiste.)

En omdat ze zo weinig baby's maken, is elk nieuw zieltje een wereldwonder waar een ieder zijn tederste aandrang op botviert. Ik heb indertijd erg moeten wennen aan de handtastelijkheden waaraan mijn pasgeborenen blootstonden. Ze werden bepoteld, gekust en zelfs ongevraagd uit hun wagen geplukt door vriend, vijand en wildvreemden in de supermarkt, waarbij ik mijn moederlijke instincten tot het uiterste moest onderdrukken om deze goedwillende aanbidders niet met tanden en klauwen te lijf te gaan.

Ik was ooit in een parkje met mijn zoontje aan het spelen, terwijl mijn dochter van drie maanden (eindelijk) rustig in haar wagen lag. Een bejaarde man, die wat hanig langsliep met twee dames, probeerde, in een kennelijke poging zijn opakwaliteiten te demonstreren, het kind uit haar bedje te pellen. Mijn aanwezigheid werd hierbij volledig genegeerd.
Maar dat deed er niet toe. Mijn dochter was toen al een kleine heks die een wantrouwige inborst paart aan vocale gaven die grenzen aan het bovennatuurlijke.

Ik kom geregeld in dat plantsoentje, maar heb die man er niet meer teruggezien. Nooit meer.


vrijdag 20 april 2012

Sangue

Er is een moord gepleegd, een dorp verderop. Een bloedige. Op tweede paasdag.


Dat is natuurlijk heel akelig en helemaal niet de bedoeling. Maar de gemeente staat wel weer voor járen op de kaart.



De niet-rechtstreeks betrokkenen hier zijn, nou ja, niet buiten zichzelf van vreugde of zo, maar ze lopen toch te glimmen van nieuwsgierig- en belangwekkendheid en hebben weer lekker veel stof tot eindeloze speculaties in de bar. Allemaal hopen ze nog een keertje te worden geïnterviewd door de alomtegenwoordige sensatiepers. Allemaal weten ze exact hoe lang het bloedspoor was, waar het slachtoffer woonde en boodschappen deed, wat er de avond van het gebeuren gegeten is, waar de dader werkte en diens bloedgroep. Slechts één - centrale - vraag blijft open: waarom? Men weet het niet, en dat is fijn gissen.

De bejaarde maar sanguïnische buurvrouw heeft het er al tien dagen met veel gusto over. Ze haalt me het bloed onder de nagels vandaan met haar eindeloze repetities. Na een uitgebreide recapitulatie van de bekende bloederige feiten en het ontvouwen van diverse theorieën omtrent het motief, schakelt ze in één adem over op ándere slachtingen waar ze wel eens van gehoord heeft, en alle dodelijke ongevallen waarvan ze in haar lange leven kennis heeft genomen. Hoe meer slachtoffers hoe beter. Hematologische bijzonderheden en leed van bloedverwanten worden zo breed mogelijk uitgemeten. Intussen voeder ik mijn kippen en doe of mijn neus bloedt.

De schijnbaar koelbloedige moord heeft toch ook wel weer zoveel kwaad bloed gezet dat er een algemene bloeddorst heerst. Eigenlijk zou men het bloed van de dader wel eens willen zien, en diens prompte arrestatie wordt een beetje beschouwd als doekje voor het bloeden. Ik vrees lichtelijk voor bloedwraak, want dat zit die warmbloedige mensen hier misschien toch wel enigszins in het bloed.

Hopelijk bloedt het gauw dood.


donderdag 19 april 2012

Ballen


Elke Italiaan - nou ja, in elk geval de traditionele plattelandsitalianen hier in de buurt - wenst twee keer per dag een volledige warme maaltijd te genieten van minstens drie gangen: primosecondo en dolce. De lunchpauzes zijn dan ook lang, de huisvrouwen permanent overspannen, de oma's onmisbaar en veel mensen aan de forse kant.

Gelukkig ben ik ook op dit punt geheel traditievrij.
Ik hak en splits naar hartelust en serveer de minestra (pasta) bij wijze van lunch, waarna ik de secondo (vlees/vis en groente) voor het avondeten bewaar. Zodoende weet ik mijn gemoedsrust en gewicht nog enigszins op peil te houden, en mijn landman heeft in de eerste dertig jaar van zijn leven eigenlijk al wel genoeg gegeten.

Voor de kinderen is het een zeer verdeeld genoegen. Een bord pasta 'met niks' eten ze graag, maar bij het vallen van de avond worden ze geconfronteerd met enge vlezen en nog naardere groenten, waardoor ze al vóór de eerste langetandenhap naar het toetje informeren en de sfeer aan tafel onmiddellijk ontaardt in onderhandelingen, bedreigingen en jammerklachten.

In verband met de bovenstaande gemoedsrust smokkel ik dus wel eens een beetje en roep de ketchup en het blaadje sla op een broodje hamburger uit tot groente, met een optimisme dat bij nadere beschouwing weinig grond blijkt te hebben. Maar met de italiaanse gehaktbal sta ik steviger in mijn schoenen. Resultaat: zoete kinderen die hun nog zoetere nagerecht voor de verandering voltallig en vreedzaam verdienen.

woensdag 18 april 2012

Pappot

U kent het mopje misschien wel. Het is er eentje met een toepasselijke baard.

Drie redenen waarom Jezus een Italiaan geweest moet zijn:

1. Hij dacht óók dat zijn moeder maagd was.
2. Zijn moeder dacht óók dat hij God was.
3. Hij woonde tot na zijn dertigste bij zijn moeder.

Vooral dat laatste is erg treffend. Italiaanse zonen laten hun moeder niet alleen. Nooit. Mocht het onverhoopt tóch gebeuren, dan is de zoon ontaard, de moeder een martelares en die vrouw (er móet wel een vrouw in het spel zijn) een kwaadaardige toverheks. Carrièrekansen elders zijn soms een excuus, maar meestal zit hij liever zonder werk dan zonder moeder die hem dagelijks bewast, voedert en van zakgeld voorziet.
Andersom verschaft hij haar bestaansrecht in een land waar het hoer-madonnacomplex gemeengoed is.

(Ik ken een vrouw van in de zestig, die haar al jaren bedlegerige schoonmoeder van minstens negentig aan huis verpleegt. Daarnaast beheert ze een gepensioneerde echtgenoot en twee zonen van tegen de veertig, de was, de strijk, de dokter, de misgang, de schoonmaak, de boodschappen en de dagelijkse toebereiding van twee warme maaltijden van drie gangen elk. De zonen hebben allebei een aardig salaris dat wordt besteed aan kleren, auto's en uitjes, want kost en inwoning zijn gratis. Als ze thuiskomen, gaan ze zitten en roepen: 'Mamma, ik heb dorst!', precies zoals ze het van hun vader hebben geleerd.)

De enige echt geldige reden om het huis te verlaten is het huwelijk. Maar zelfs als ze al lang en breed getrouwd zijn, gaan de meeste Italiaanse zonen nog elke dag bij hun moeder langs, tot verbeten ergernis van de veronachtzaamde schoondochters wier kookkunst nimmer geheel toereikend zal zijn en die jammerlijk falen het schattige jongetje in die dikke man te blijven zien.

Het beste kun je trouwen met een meisje dat haar plaats kent en bij voorkeur door je moeder is uitgezocht. Maar het is misschien nóg beter er gewoon helemaal van af te zien en met je moeder mee te vergrijzen in de pantoffels die ze met zoveel liefde voor je heeft aangeschaft en voorverwarmd.

Het is een rustige manier om je toekomst ongebruikt te laten verlopen: gesmoord in schone lakens en lasagne al forno.