dinsdag 17 april 2012

Niet


dichterlijke dinsdag


Kijk, ik mag je echt bijzonder graag.
Je bent toch ook een hele lieve schat.
Jouw liefde doet me serieus wel wat.
Ik ken je ook al langer dan vandaag.
En laatst in bed was ik behoorlijk nat -

Maar je bent hém niet
Je bent die onvolwassen klootzak van een vent niet
Je hebt zijn handen en zijn schouders en zijn stem niet
Je bent ’m niet.

Nee, je bent het niet.


Ik vind je heus een heel erg lekker stuk.
Ik laat je ook best graag aan vrienden zien.
Zo slim en slank en grappig bovendien:
’k zou haast weer gaan geloven in geluk.
We vrijen ons dan ook een ongeluk -

Maar je bent háár niet
Je bent dat rotwijf op die foto daar niet
Je hebt haar lippen en haar ogen en haar haar niet
Je bent ’r niet.

Nee, je bent het niet.


maandag 16 april 2012

Confessione


Fabio en Daniela zijn tóch getrouwd. Het spande er even om.

Hun verloving duurde een gaandeweg gezapiger decennium, met de laatste jaren enige opwinding in het gesteggel over onroerend goed. Haar familie of de zijne? Daniela won, krachtig gesteund door haar moeder.


Voorts lag er de vraag in welke mate het toekomstige interieur vernieuwd moest worden. Zij won. Maandenlang hebben ze elke zaterdag doorgebracht in keukenshowrooms en meubelboulevards, waarbij Fabio er al gauw in berustte dat hij niets anders had in te brengen dan zijn salaris.

En de bruiloft. De jurk, de locatie, het eten, de gasten. Fabio probéérde niet eens een mening te hebben. Maar toen het op de getuigen aankwam hield hij, tot verbijstering van zijn aanstaande schoonmoeder, ineens voet bij stuk. Het moest en zou Paolino worden, zijn beste vriend.

Paolino heeft alleen, voor een huwelijksgetuige, het nadeel dat hij geen voorstander is van het huwelijk in het algemeen en dat van zijn vriend in het bijzonder. Bovendien staat hij op gespannen voet met de Kerk. De laatste keer dat hij haar bezocht, lang geleden, was uit zuiver zondige overwegingen. Een vrome maar welgeschapen jongedame had hem zekere gunsten in het vooruitzicht gesteld als hij haar naar de mis zou begeleiden, maar kwam vervolgens niet over de brug. Paolino heeft het instituut toen definitief afgezworen en tussen hem en Don Ivo botert het niet.

Fabio liet zich echter niet afschepen en wist zowel de verhitte Daniela als de lauwe Paolino over de streep te trekken. En zo gingen ze dan gezamenlijk, met Daniela's beste vriendin en de wederzijdse ouders, daags voor de bruiloft verplicht te biecht bij Don Ivo, die van de oude stempel is en graag goed geïnformeerd blijft over de zielen die hij hoedt.

zondag 15 april 2012

Regen

Ja, ú zit vast ergens in een keurig geasfalteerde en afgewaterde omgeving, met een gang voorzien van mat en schoenenrek en een wasmachine met ingebouwde droger - als u al niet ergens schaterend in de tropen schaars gekleed zit te wezen.

Ik niet. Ik heb voor de deur een modderpoel en in huis overal rekken met spochtend goed dat maar niet drogen wil. De kinderen zijn er voortdurend op gespitst om naar buiten te snellen en in vijf minuten geheel doorweekt en bemodderd te raken, bij voorkeur met hun nieuwste schoenen aan, en dan éérst drie rondjes door het huis te joggen alvorens zich te laten ontdoen van slijk en druipend textiel, dat gedoemd is de komende tien dagen nat te blijven. Het begint hier al een beetje muf te ruiken.

Dus mocht u zich hebben afgevraagd waar ik uithang - ik zit onder dat Italiaanse lagedrukgebied. De was te wapperen.

zaterdag 14 april 2012

Kruis

In Italië is iedereen katholiek, zelfs degenen die het eigenlijk niet zijn.

Dat drong voor het eerst echt goed tot me door na de geboorte van mijn eersteling, toen mijn onkerkse schoonmoeder over het doopfeest begon als een vanzelfsprekendheid. (Op mijn mededeling dat van dopen niets zou komen, schrok ze wel even, maar ze heeft het verder snel aanvaard en is er nooit op teruggekomen.)
Toen het kind drie was, met een babyzusje, nog een broertje op komst en overal handjes, werd het tijd voor de kleuterschool. De enige mogelijkheid was de parochiale instelling onder leiding van Suor Anna, de directrice, een formidabele non met een angstwekkende stem, een allesdoordringende blik en een harige wrat op haar bovenlip. We hadden er meteen een ideale boeman bij ('eet je bord leeg, want als Suor Anna het hoort...').

In dit instituut werd natuurlijk gebeden. 'Kinderen, doe je ogen dicht', galmde Suor Anna, 'en vouw je handen, dan kijken we nu allemaal naar Jezus.' Mijn zoon, met samengebalde handjes en oogjes toe, riep ongerust: 'Maar ik zie niks!' En een week of wat later informeerde hij: 'Maar in welke klas zit dat kindje Jezus dan?'
Daarna deed hij een en ander schouderophalend af als een van die onbegrijpelijke dingen die volwassenen nu eenmaal zeggen. Verder was het er trouwens wel gezellig en het eten was uitnemend.

Hij werd zes en rijp voor de basisschool. Openbare scholen zijn in Italië katholiek, maar mij werd wel de mogelijkheid geboden af te zien van de godsdienstles. Aangezien het alternatief hier bestaat uit zolang wachten in een ander lokaal, heb ik schoorvoetend ingestemd hem dan in godsnaam (!) maar mee te laten doen.

In dat eerste schooljaar viel hij van zijn geloof wat de kerstkabouter betreft. Maar onlangs speelde de kwestie ineens weer op. 'Mamma, de kerstman bestaat wél! De godsdienstjuf zegt het!' Ik onderdrukte succesvol een woedeaanval en bedacht dat, wanneer Babbo Natale onvermijdelijk een keer definitief sneuvelt, onze-lieve-heer wellicht in één moeite door het loodje legt.

En daar is een goede kans op, want laatst sprak mijn filosoofje nadenkend: 'Engelen bestaan zeker niet, hè? Maar sommige mensen denken van wel. Die hebben er zeker niet zo goed over nagedacht. Nou ja, laat ze maar.'

Halleluja, er is hoop.

vrijdag 13 april 2012

Weer kip

Onze kip is weer broeds en daarom sinds een paar dagen weer dé kip, ook al lopen er nog een paar andere hennen rond. We kennen haar als een wakker kreng van een beest met een fel karakter, maar nu zit ze, in volledige overgave aan haar gewijzigde hormoonhuishouding, roerloos op vier eieren en een pingpongbal. Haar oogjes zijn ineens zacht, mild en dom. Je kunt haar zó aan haar staart een stukje oplichten om te kijken wat eronder zit, en dan knort ze alleen een beetje.

Ja, mevrouw. Die voortplanting weet wat.

Zelf heb ik de eerste vijf jaar in dit dorp doorgebracht in een mist van zwangerschapshormonen en slaapgebrek, die mijn brein en persoonlijkheid voor minstens tweederde hebben weggevreten. Ik zat wezenloos op de bank in een staat van algemene desoriëntatie, stompzinnig broedend in een onbegrijpelijke wereld. In die tijd ben ik tot de vage overtuiging gekomen dat alle Italianen op elkaar lijken, alleen al omdat ze allemaal Italiaans spreken en in Italië wonen, en dat het mij dus niet aan te rekenen viel dat ik ze niet uit elkaar kon houden.

De passanten moeten wel gedacht hebben dat mijn man een wat achterlijke buitenlandse uit de ratrace had gered, als ik ze lichtelijk lallend te woord stond. Ik herinner me nog nét een alleraardigste kerel (die de nieuwe buurman bleek te zijn), voornamelijk omdat hij vertelde dat zijn vrouw uit België kwam. 'O, lleuk', dacht ik daas. Dus toen er weer iemand langskwam met een Belgische echtgenote zei mijn hoofd 'klik' en meldde ik enthousiast dat mijn buren óók...

Nou ja, u begrijpt het wel. Sneller dan ik, waarschijnlijk.


donderdag 12 april 2012

Mezza stagione

We dachten een week of wat dat het lente was. We hadden de kippen al van de tuintafel gejaagd, de kerstverlichting tevoorschijn gehaald en de bloemetjes buitengezet.

Nu zitten we met de kater binnen bij de haard terwijl die bloemetjes buiten verregenen.

Af en toe stuur ik de kinderen, voorzien van laarzen en regenjassen, naar buiten, om zelf langoureus op de bank Oblomov te herlezen en misschien, wie weet, een klein uiltje te knappen. Maar binnen de kortste keren staan ze bibberend aan de deur te smeken om een warm kopje thee en of ze bij de kachel mogen, die halve hollanders, die nepnederlandertjes. Hun moeder moet trouwens steeds onwillekeurig denken aan snert en bonen met spek en er dreigt alweer een herfstdepressie in gezinsverband.

Dat moeten we niet hebben natuurlijk. Ik zet mijn hakken in het zand, hou mijn poot en bovenlip stijf, laat me niet kennen en roep te pas en te onpas 'lente!' en 'primavera!' en 'wat fijn dat de winter voorbij is, hè jongens?' En ik laat ze bij wijze van bewijs maar weer de verse aardbeien zien, waarvan de kleur zo mooi afsteekt bij de grauwe luchten.

Vanavond spelen we lentetje, met een vrolijk voorjaarstoetje na die winterworst.

woensdag 11 april 2012

Kwade zaken

In Nederland trof ik ze wel eens in de kroeg: slachtoffers van satanische samenzweringen, waarin alle mogelijke achtenswaardige notabelen zich verlagen tot kuiperijen waar Richard de Derde nog een puntje aan had kunnen zuigen.

Die ontmoetingen waren heel interessant. Ik stak van alles op over partijdige wijkagenten, gemeentelijke vriendjespolitiek en vergunningen die niet doorkomen louter omdat iemand op het stadhuis de pik op de aanvrager heeft.
(Ik hield intussen wel graag een zekere afstand, omdat bij dit type klager een gerede kans bestaat dat hij zich, als hij zijn gedachtengoed de vrije loop laat, gaandeweg ontpopt tot de enige ware profeet die wéét dat regeringsleiders buitenaardse reptielen zijn en Arie Boomsma de antichrist. Of gewoon dat alle vrouwen uit zijn op de definitieve onderwerping van de man en verder alles de schuld is van de buitenlanders. Maar dit terzijde.)

Sinds ik niet meer aan de bar hang maar aan het internet, heeft zich een wijde, wondere wereld voor me geopend van fascinerende georganiseerde kwaadaardigheden. De farmaceutische industrie, de chemtrails, 9/11, sinistere stralingen, geheimgehouden UFO's, Obama de commie-moslimatheïst en vaccinatie als middel tot volkerenmoord, u kent ze wel. Ik lees er graag over, met een aluhoedje op.

Maar Italië gaat zelfs mij te ver. Ik woon in een land vól complottheoretici! Niets is hier wat het lijkt en ook dát klopt niet. Overal schuilt wat achter, en ook daar zit weer wat achter en ga zo maar door, in een duizelingwekkend Droste-effect van complotten en intriges. Zelfs mijn echtgenoot, in nuchterheid voor geen kleintje vervaard, houdt er soms merkwaardige theorieën op na die ik als naïeve noorderling maar nauwelijks kan volgen.

Er heerst een nationale paranoia - die gevoed wordt door omstandigheden die helaas maar al te reëel zijn. De verhalen over corruptie, nepotisme, wanbeheer en graaierij die doordringen tot de internationale pers vormen maar een heel klein puntje van een ontzaglijke ijsberg die het ganse land bevriest.

In deze ultra-ondoorzichtige warwinkel heeft de gewone burger nauwelijks enige invloed op zijn lot. De Italiaan die het vermogen of de gelegenheid ontbeert om óók eens lekker corrupt samen te zweren, rest niets anders dan amuletten kopen, bidden en spelen in de loterij. En daarin is hij dan ook ongeslagen kampioen.