Naar het schijnt was ik als kind tamelijk veelbelovend. Dat was natuurlijk al helemaal fout.
Want belofte maakt schuld en schulden moet je niet hebben, om nog maar te zwijgen van schuldgevoel. En voor inlossen heb ik helaas niet zo'n aanleg. Mijn verontschuldiging is dat al dat beloven een beetje buiten mij omging en ik toen nog ruimschoots minderjarig was. Maar toch, het zit me nog steeds niet altijd lekker.
Deze melancholiekerieën kwamen herhaaldelijk bij me op toen ik onlangs mijn geboorteland bezocht.
Ik heb op een terras gezeten in de grote stad A, waar ik schoolging en in principe ooit nog tot grote daden in staat was. Ik heb ook op een terras (wat zeg ik, drie verschillende terrassen) gezeten in de grote stad U, waar ik er indertijd als prille volwassene, op soms tamelijk flamboyante wijze, alles aan heb gedaan om de wereld van mijn gebrek aan kredietwaardigheid te overtuigen.
Ik zag mezelf zitten: een wat onordelijk middelbaar meisje in kleren van vijftien jaar geleden (die gelukkig nog passen, dat dan weer wel), met te jeugdig, te lang, te slordig haar en een merkwaardige verlegenheid tegenover het bedienend personeel. Na tien jaar Povlakte en voortplanting een echt provinciaaltje, dat last had van de herrie en de drukte en in de war raakte van al die winkels overal. En ik besefte dat niemand nog een belofte in mij ziet.
Ik heb maar een leesbril gekocht.
Want belofte maakt schuld en schulden moet je niet hebben, om nog maar te zwijgen van schuldgevoel. En voor inlossen heb ik helaas niet zo'n aanleg. Mijn verontschuldiging is dat al dat beloven een beetje buiten mij omging en ik toen nog ruimschoots minderjarig was. Maar toch, het zit me nog steeds niet altijd lekker.
Deze melancholiekerieën kwamen herhaaldelijk bij me op toen ik onlangs mijn geboorteland bezocht.
Ik heb op een terras gezeten in de grote stad A, waar ik schoolging en in principe ooit nog tot grote daden in staat was. Ik heb ook op een terras (wat zeg ik, drie verschillende terrassen) gezeten in de grote stad U, waar ik er indertijd als prille volwassene, op soms tamelijk flamboyante wijze, alles aan heb gedaan om de wereld van mijn gebrek aan kredietwaardigheid te overtuigen.
Ik zag mezelf zitten: een wat onordelijk middelbaar meisje in kleren van vijftien jaar geleden (die gelukkig nog passen, dat dan weer wel), met te jeugdig, te lang, te slordig haar en een merkwaardige verlegenheid tegenover het bedienend personeel. Na tien jaar Povlakte en voortplanting een echt provinciaaltje, dat last had van de herrie en de drukte en in de war raakte van al die winkels overal. En ik besefte dat niemand nog een belofte in mij ziet.
Ik heb maar een leesbril gekocht.





