Posts tonen met het label italianen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label italianen. Alle posts tonen

woensdag 8 mei 2013

Epidemiologia

Het openbaar onderwijs is in Italië dermate stukbezuinigd, dat een pedagoog na de academie maar zeer moeilijk een vaste aanstelling verovert. Meestal blijft zo iemand lange, lange jaren hangen in tijdelijke assistentiebaantjes en versnipperde uurtjes her en der als ondersteunend personeel.
Aangezien de juf van de eerste klas voor het eerst een eigen groep heeft en ook nog uit het zuiden komt - wat het in de Povlakte niet makkelijker maakt - is het wel te begrijpen dat ze als de dood is dat er iets mis gaat.

Op een zaterdagavond ontdekte ik bij mijn dochter een fijne, lichtroze uitslag op borst en rug. 'Misschien heb je wel de vijfde ziekte', zei ik. Maar omdat het eigenlijk helemaal niet op een vlekjesziekte leek, mijn meisje kiplekker was en de vijfde ziekte trouwens ook volstrekt geen reden tot alarm zou zijn, liet ik het er verder welgemoed bij zitten. We plaagden er haar alleen een beetje mee, met die zogenaamde quinta malattia.

Oei.

Op dinsdag werd ik, een uurtje voor het uitgaan van de school, telefonisch door diezelfde school gealarmeerd omdat mijn dochter kennelijk doodziek was. Verbaasd spoedde ik mij er heen. Ik zag al van grote afstand dat die rotmeid vergenoegd stond te nepbibberen, waar ze overigens meteen mee ophield toen ze mij gewaar werd.

'De vijfde ziekte!' riep de juf met overslaande stem. 'Ze heeft de vijfde ziekte! Hoe zou ze het woord kennen als ze het niet heeft! Haar broer zegt het ook!'

Broederlijke solidariteit, dacht ik. Mooi wel.

'U heeft een kind naar school gestuurd bij Vermoeden van Besmettelijke Ziekte! Het kind is helemaal niet goed! En uitslag! Misschien wel roodvonk! De hele school in gevaar! De leerkrachten ook!'

Met hangende pootjes en een kerngezonde actrice ging ik naar huis, waar ze at als een wolf en de hele middag energiek buitenspeelde.

Omdat de kinderarts pas op vrijdagmiddag beschikbaar was voor het uitreiken van een attest heb ik mijn onruststookster drie dagen thuis moeten houden. Toen we uiteindelijk op consult konden, zei de dokter na één blik: 'O, een beetje warmte-uitslag. Zeker hard gespeeld met die mooie dagen laatst.'

Trouwens, met de vijfde ziekte blijken ze ook hier gewoon naar school te mogen.


De volgende keer noem ik het builenpest.

donderdag 21 februari 2013

Rij

Tussen kwart voor acht en half negen wordt het dorp een beetje metropool.

De schoolkinderen moeten om acht uur in het opgelapte leergebouw aan de hoofdstraat zijn, mensen moeten via deze verkeersader naar hun werk en intussen rijden de vrachtwagens van de meelfabriek ('molen' klinkt hier een beetje te rustiek) schuin tegenover de school af en aan. Er zijn opstoppingen, er wordt getoeterd en dubbelgeparkeerd, mensen rennen van hot naar her en het kan gebeuren dat je op de hoofdstraat zomaar in een echte file belandt.

Dat is vervelend, want ik heb haast vandaag.

We hebben namelijk een brief gekregen, van Silvio. Hij heeft het beste met ons voor en meldt dat we binnenkort de in 2012 met pijn afgedragen onroerendgoedbelasting (de beruchte IMU) kunnen terughalen bij het postkantoor.
Ik ga dus maar vast in de rij staan, zodat ik aan de beurt ben voor het geld op is. Leer mij de Italianen kennen.

Het kan dus zijn dat ik de komende weken even geen gelegenheid heb om nieuwe stukjes te schrijven. Of te douchen. En stemmen gaat dit weekend ook niet lukken. Maar dat zal Silvio wel begrijpen.


zondag 17 februari 2013

Reputatie

Geen moment rust hier op de vlakte.

Dat komt ook een beetje doordat het intussen tot de meeste mensen is doorgedrongen dat ik Nederlandse ben. Niet Zweeds, niet Duits, niet Engels, nee: Nederlands. Waar deugen die Nederlanders ook weer voor?

Regelmatig worden mij documenten ter vertaling voorgelegd, uit het Duits, Engels, Fins, Hindi, Gaelic of Oejgoers. Ach, ik ben de beroerdste niet. En ik kan moeilijk opbiechten dat onze befaamde talenkennis zich meestal beperkt tot wat twijfelachtige amerikaanserige kreten van de televisie.

Ook wordt mij vaak gevraagd naar kasplanten en snijbloemen en hoe ik ze kweek. Ik moet dan schoorvoetend toegeven dat ik geen broeikas bezit, maar red mijn nationale trots door eraan toe te voegen dat ik best leuk kan bloemschikken. Meestal krijg ik dan een lijstje met onbegrijpelijke zaden en bollen om de volgende keer even mee retour te nemen.

Des avonds tref ik soms groepjes jongeren op het erf die bedremmeld vragen of ik ze niet wat geestverruimende middelen kan verkopen en zo nee, of ik ze dan in elk geval de fijne kneepjes van het jointbouwen kan bijbrengen? Ik draai er mijn hand niet voor om.

Ik blijk dus best mijn nut te hebben, zo.

Maar ik vind het toch een beetje vervelend dat, als ik ergens op visite ga waar een hoogbejaarde al jaren in een zijkamertje bedlegerig is, mij meteen na de koffie een kussen wordt aangereikt met de vraag of ik misschien even..?

En mijn rode lampjes heb ik maar opgeborgen.




woensdag 13 februari 2013

Amici

We waren hier altijd al een onderdeeltje van een informele plattelandseconomie.

De Italianen hebben van oudsher een handje van dienst en wederdienst, de ene hand en de andere, lekker in natura, laat het bonnetje maar zitten en laten we vrienden zijn - maar naarmate de crisis onze zakken verder leegt, raken we natuurlijk eens te meer gemotiveerd.

Ik ben dol op die ruilhandel. Het meepikken van een buurmeisje als ik tóch de kinderen van school ga halen kost me nauwelijks moeite en ik heb er ook geen last van als kennissen even gebruik komen maken van de gereedschappenverzameling van de landman (met gratis goede raad).

De begunstigden werken dan weer bij een pastafabriek, of een cateraar, of een bakkerij, of kunnen anderszins beschikken over goederen die anders maar overschieten. In de zomer blijven er bij de boerenkennissen kisten fruit over en de moestuin van de bejaarde buurvrouw levert meer op dan ze eten kan.

De oogst deze week (een prima winterweek): zes kilo brood, vijf liter melk, een kilo Nutella, een pond koffie, een appeltaart, vijf kilo koekjes (verschillende soorten), een hele ham, een nagelnieuwe friteuse, een reusachtige panettone, twaalf kilo pasta, een lading brandhout, twee kilo kikkererwten, een kilo rijst, twee kroppen sla, een kilo bevroren kip, een ovendoos soepstengels en een baal tweedehands kinderkleren. Alles van uitstekende kwaliteit.

Dan ben ik het erf er niet voor af geweest en heb nog geen cent aan boodschappen uitgegeven. Ik denk niet dat we verhongeren, vooralsnog.

Ik zoek nog iemand die bij een brouwerij werkt, voor een mooie vriendschap.



vrijdag 1 februari 2013

Bar (II)

Op dit uur bevatte de bar alleen wat gepensioneerden en vertegenwoordigers.

'Hé, Maurizio', zei Beppe vanachter zijn glaasje witte wijn. 'Weet je wat ik vandaag ga eten?'

De barista wist het niet.

'Tagliatelle met ragù', stelde Beppe vergenoegd en verschoof zijn kunstgebit met zijn tong. 'Bij Andrea in de Tre Galletti. Tagliatelle met ragù...'

Maurizio tapte luidruchtig een ristretto voor de kleumerige Enrico, die al even had staan wachten.

'... en dan scalloppine met champignons. Je hebt er, die hebben ze liever met citroen. Maar ik vind het daar het seizoen niet voor.'

Maurizio nam er nota van.

Enrico slurpte zijn koffie weg en sprak: 'Weet je wie zich nu weer heeft opgehangen?'

Er viel even een verwachtingsvolle stilte.

'Die neef van Brunello, weet je wel, die Tommaso. Harstikke failliet.'

Maurizio klakte meewarig.

'Thuis heeft-ie het gedaan', weidde Enrico uit. 'Tja... voor de familie vind ik het niet kies. Maar je kunt het toch bezwaarlijk in de kerk doen, niet?'

Maurizio stemde zwijgend in.

'Minestra di fagioli', mijmerde Beppe. 'Daar zou ik ook nog wel trek in hebben, met dit weer. Of polenta.'

Gianni kwam achter de fruitmachine vandaan. 'Weer verloren, hoor. Doe maar koffie dan.'

'Evenzogoed een prima service bij Andrea', ging Beppe door. 'Primo, secondo, wijn en water, vijftien euro. Dat hoor je wel eens gekker. Gisteren was er een lekkere stoofschotel...'

'Hee, weten jullie wie er dood is?' bedacht Gianni.

'Ja, dat zei ik net', zei Enrico. 'Tommaso, die neef van Brunello. Die heeft zich verhangen.'

Gianni zuchtte ontgoocheld. 'Maurizio, zet er maar een grappa naast.'


maandag 28 januari 2013

Politica

Ik heb me altijd zo weinig mogelijk beziggehouden met de Italiaanse politiek. In de eerste plaats omdat het een opmerkelijk deprimerend onderwerp is. En verder is een en ander volstrekt ondoorzichtig, behalve op hoofdlijnen.

Die hoofdlijnen zijn vrij simpel. Er is een omvangrijke politieke kaste die haar eigen belangen doeltreffend weet veilig te stellen en uit te breiden, dezelfde acteurs duiken steeds op met nieuwe kostuums, de decors worden veelvuldig verschoven en uiteindelijk wint Silvio.
Intussen wordt het volk afgeleid met belastingen, irrelevante moraliteitskwesties en dito nieuws.

Wat dat nieuws betreft ben ik dan ook al snel afgehaakt. Het gros is overbodig en van het sensationele kaliber dat ik net zo goed van de bejaarde buurvrouw kan vernemen ('heb je gehoord van die zuigeling in het toilet?'). Bij politieke praatprogramma's roepen stokoude doch zeer goed geklede mannetjes alleen maar op volle sterkte door elkaar en krantenartikelen zijn over het algemeen onleesbaar.

Dat is ook zoiets. Geschreven Italiaans heeft in mijn ervaring heel weinig te maken met de orale variant. Mensen die het weten kunnen, hebben mij verzekerd dat het de bedoeling is zoveel mogelijk - lange, ingewikkelde - woorden te gebruiken en de belangrijkste informatie niet meteen weg te geven, maar zo goed mogelijk te verstoppen in de witregelloze brij. Bij voorkeur ergens tegen het einde van het ellenlange artikel. Ik vermoed een complot.

Toch heb ik ergens opgevangen dat er de komende maand verkiezingen zijn. Er schijnt een kandidaatpremier mee te doen die zinnige taal uitslaat. Wie weet wordt hij verkozen. Als hij dan de crisis binnen een jaar niet weet op te lossen, valt zijn regering. En uiteindelijk wint Silvio.


vrijdag 18 januari 2013

Gegeten

'Ciao, Franco,' zei ik. 'Zijn de feste een beetje bevallen dit jaar?' Franco leegde twee suikerzakjes in zijn vingerhoedje koffie en antwoordde: 'Ja, prima. Abbiamo mangiato.'

We hebben gegeten.

Wat een onzettend Italiaans antwoord.

Een Nederlander zou het na deze vraag hebben over monopoly, DVD's, de schoonfamilie, de nieuwjaarsduik, boswandelingen of tropische stranden. Maar de Italianen hebben gegeten. En verder niets.

Had Franco iets bijzonders gegeten misschien? Nee hoor, met kerst gewoon de traditionele cotechino (een soort dikke, zoute, moddervette, gekookte verse worst) met bergen aardappelpuree, zonder welke die gemalen zwoerd-met-kaantjes onmogelijk weg te krijgen zou zijn. En op nieuwjaarsdag de jaarlijkse zampone (hetzelfde vette mengsel als in cotechino, maar dan in een varkenspoot gepropt) met gekookte linzen. Hoezo?

Elke bijeenkomst of gelegenheid, elk jubileum, bedrijfsuitje of familiefeest, iedere bruiloft of verjaardagspartij bestaat enkel en uitsluitend uit eten. Nou vooruit, drinken ook. En er mag bij gepraat worden. Bij voorkeur over de mate waarin de onderhavige maaltijd in de geheiligde traditie past.

We hebben gegeten.

Je zou haast denken dat eten voor de Povlakters nog steeds een gunst is die je ten deel kán vallen, maar waar geenszins op gerekend mag worden. Alsof ze voortdurend de hongerdood nabij zijn. En dat voor het welvarendste deel van een natie die, ondanks alles, tot de rijkste ter wereld behoort en mag aanschuiven bij de G7.

Zelf heb ik trouwens ook gegeten. En me eerlijk gezegd stierlijk verveeld.

vrijdag 11 januari 2013

Al dente

Het schijnt een klassieker onder de angstdromen te zijn, die waarin ineens je tanden uit je mond vallen.

Zelf ben ik er geregeld door bezocht, toen ik jong was. De verschillende uitleggingen zal ik u en vooral mezelf besparen, want voor je het weet kom je in de aangekoekte afvoerkanalen van het brein terecht en in díe stinkende drab wil je liever niet gaan wroeten. Gelukkig heb ik de tandendroom al jaren niet meer gehad. Hij is geen pretje.

Maar iets van de paniek en het weemakende gevoel van onherstelbaar verlies waardoor zo'n droom onvergetelijk wordt, beving mij toen ik van de week een voorkies brak op een zacht broodje. Rampspoed.

Vooral financieel is zo'n ongelukje catastrofaal. Ik heb het indertijd overal geprobeerd, maar in Italië kun je absoluut geen tandheelkundige verzekering afsluiten. Zoiets bestaat domweg niet en geen verzekeraar die er aan begint. En tandartsen zijn duur. Heel erg duur.

De gevolgen van deze toestand zijn vaak duidelijk te zien.

Veel mensen verwaarlozen de boel jarenlang (een eenvoudig controlebezoek is meestal al te begrotelijk) en maken, als het even meezit, rond hun veertigste een reisje naar Kroatië of Hongarije voor wat voordelig hang- en sluitwerk dat hopelijk mee kan tot het tijd wordt voor een bejaardenkunstgebit.

Gelukkig is de tandarts een vriend van ons - het belang van vriendschappen moet je in Italië niet onderschatten - en houdt hij van indisch eten. Mijn tand is alweer keurig gerepareerd.

vrijdag 21 december 2012

Buon natale

Ineens waren we hier allemaal terremotati, aardbevingsslachtoffers.

De schade was enorm.

Huizen en bedrijven ingestort of zwaar beschadigd, duizenden daklozen en nog meer mensen plotsklaps zonder baan. En het wás al crisis.


De instanties reageerden heel behulpzaam. Er werden nationale inzamelingsacties gehouden, voor de daklozen kwamen er tenten, experts kwamen de huizen op breuken controleren (maar helaas niet herstellen, dat gaat op eigen initiatief en eigen kosten), de hypotheekaflossingen en belastingafdrachten werden ongevraagd opgeschort en niemand kreeg nog een rekening van het energiebedrijf. We stonden tenslotte allemaal plotseling voor veel, heel veel onvoorziene uitgaven.


Maar ja. De goede verstaander snapt het al.

Het is bijna kerstmis en deze week is bij iedereen van alles op de mat gevallen. Alle achterstallige aflossingen, energienota's, belastingen en wat dies meer zij dienen alsnog, en wel terstond, te worden voldaan. Met rente. Fijne feestdagen!


Van de miljoenen ingezamelde euro's is nooit meer iets vernomen.


zaterdag 8 december 2012

Van het kastje

We schijnen recht te hebben op assegni familiari, een soort kinderbijslag voor gezinnen met lage inkomens. Dat lijkt ons wel wat, een beetje staatssteun in taaie tijden.

Naar verluidt moet ik me daarvoor melden bij een patronato. Een wat?
Ik steek mijn licht op in de bar. Er schijnt zo'n, eh, patronato in het dorp te zijn, schuin tegenover het kerkhof, in een geel gebouw. Ik geraak er. De zon schijnt.

Het is een kale kamer, waar een aardige mevrouw me verwijst naar een sindacato (een wat?) in het stadje verderop. Ze schrijft alles voor me op een kladje. Het adres staat erbij. Ik erheen. Het is nogal mistig geworden.

Het blijkt het verkeerde sindacato (?), maar na wat vragen bemachtig ik de coördinaten van het goeie. Op weg. Het begint te miezeren.

Het goeie sindacato zat ten tijde van de aardbeving in het verkeerde gebouw: de gevel grijnst me toe met twee enorme X-vormige scheuren. Hier is niemand. Maar wacht, alle gemeentekantoren zijn na diezelfde aardbeving naar het nieuwe theater verplaatst en dat is vlakbij. Daar eens gaan vragen. Het regent flink, intussen.

Ambtenaren één tot en met vier weten het ook niet. De vijfde gaat het vragen aan nummer zes. Met vereende krachten schrijven ze een adres voor me uit. Erop af. Sneeuwt het?

Nee, zegt een meneer beslist. U moet bij onze andere afdeling zijn. Andere kant van de stad, rood gebouw, tweede verdieping. Ik worstel me erheen door een gierende sneeuwstorm met overal ijsberen.

Ja, zegt de tweelingbroer van die eerdere meneer. U moet hier zijn, maar de betreffende medewerkster is er alleen op de tweede donderdag van de maand tussen zes en zeven. Koffer documenten meenemen, maakt niet uit wat het is.

Ik ga naar huis. De zon schijnt. Ik ben niet ontevreden, nee. Het schiet al op.

donderdag 6 december 2012

Scuola

Ik weet niet hoe het er bij u aan toe gaat, maar ik vind die tien-minutengesprekken met de insegnanti op de plaatselijke school hoogst enerverend. Ik ben er altijd dagenlang danig van uit mijn evenwicht.

Bij elke positieve noot zwel ik tot tranens toe van trots, om bij de onvermijdelijke kritiekpunten onmiddellijk weg te zakken in het drijfzand van moederlijk zelfverwijt. Oók tot tranens toe. Zo word ik tien eindeloze minuten lang heen en weer geslingerd tussen euforie en wanhoop, en heb na afloop een borrel nodig en een brede schouder om op uit te huilen.

Gelukkig ben ik aangaande mijn oudste zoon al wat gewend en werd over hem deze keer een mild oordeel uitgesproken. 'Hij leest zó goed.' Ja, dacht ik zelfgenoegzaam, dat weet ik. 'Maar zijn aandacht laat nog wel erg te wensen over, het lijkt wel of hij zich verveelt.' Ja, dat haalt je de koekoek, dacht ik. Ik kwam dus redelijk ongeschonden weg.

De klap viel bij mijn dochter, die sinds eind september de eerste klas bevolkt. 'Als haar iets wordt gevraagd, is ze altijd eerst even stil voordat ze antwoord geeft. Misschien heeft ze een taalprobleem. Wat spreekt u thuis met haar?' Nou, ik Nederlands, uiteraard. De juf (die een uitgesproken Napolitaans accent bezit, maar dat terzijde) zweeg eventjes veelbetekenend en sprak toen: 'Maar we zijn hier natuurlijk in Italië.'

Ik leg het haar later misschien nog wel eens uit. Mijn dochter heeft geen taalprobleem, maar een gezond wantrouwen tegenover grote mensen die in een te kleine wereld leven.


zondag 15 juli 2012

Baas

Luciano hield Marta kort.

De teef sleet haar leven aan een ketting van anderhalve meter op een kaal en stinkend hoekje erf.

Op een dag wist ze zich te bevrijden. Een paar dagen later werd ze gevonden op een akker bij een dorp verderop. Luciano tuigde haar grondig af, sleurde haar terug naar huis en pochte bij de buren dat Marta het wel uit haar hoofd zou laten nog eens bij hem weg te gaan.

Dat deed ze tóch. Binnen een maand of wat was ze dood. Luciano was overmand door verdriet. De buren zagen hem wanhopig huilen op het erf, vooral toen de pastoor niet bereid werd gevonden een mis voor Marta te lezen.

Maar het beest had toch minstens recht op een christelijke begrafenis. In het holst van de nacht begroef Luciano haar buiten tegen de muur van het kerkhof van het nonnenklooster, in de hoop dat hij hiermee nog een stukje gewijde grond te pakken had.

Het versgedolven graf viel op. De nonnen schakelden de politie in; het kreng werd opgegraven en verbrand. Toen Luciano bij het vallen van de avond aankwam met verse bloemen, trof hij een gapend gat aan.

De volgende morgen bleek een onverlaat de foto's op de zerken van minstens tien hemelende nonnen te hebben verbrijzeld. Niemand wist wie het gedaan had, en dat bleef zo.


Luciano's vrouw komt trouwens maar zelden meer buiten.



vrijdag 6 juli 2012

Correctie

Toen ik van de week wilde inparkeren op het dorpsplein berekende ik de bocht net niet helemaal correct, zodat de linker voorzijde van mijn auto lichtjes in aanraking kwam met de rechter achterzijde van een reeds geparkeerd vehikel. Nadere inspectie wees uit dat de ontbrekende verf van dat laatste vervoermiddel waarschijnlijk de vlek was die ik ineens aan de linker voorkant had. Wat nu? 


Ik had mijn zoon bij me, en het halve dorp kon het gezien hebben, en wie weet was die auto wel van een lokale zware jongen, dus er welde een onweerstaanbare aandrang tot correctheid bij me op en prompt schreef ik een verontschuldigend briefje met het telefoonnummer van mijn echtgenoot, die verstand heeft van auto's, schade en Italianen.
De landman, Italiaan die hij is, vond dat briefje weliswaar een beetje overdreven, maar heeft de zaken toch welwillend ter hand genomen en kwam tot overeenstemming met de gedupeerde, die een heel correcte middelbare Marokkaan bleek te zijn. De schade werd geraamd op honderd euro. 


Gisterochtend moest ik die schuld nog even gaan betalen. Ik sprak telefonisch af op hetzelfde dorpsplein, waar ik door verregaande punctualiteit natuurlijk tien minuten te vroeg arriveerde en dus nog even snel een kopje koffie ging drinken in de bar. 
Ik legde de situatie uit aan de barista, die mij zeer correct vond maar wel een tikje overdreven (tja, Italiaan). Vervolgens trad er, ook vijf minuten te vroeg, een keurige, ietwat exotische heer binnen die zich ontpopte als mijn slachtoffer.


Mij nogmaals verontschuldigend voor de overlast overhandigde ik hem twee briefjes van vijftig euro. Hij dankte mij hartelijk en gaf me er een weer van terug, omdat, zei hij, zowel ik als mijn echtgenoot zo correct waren geweest. Het andere hield hij graag zelf, niet, zoals hij licht gegeneerd uitlegde, omdat hij werkelijk van plan was zijn auto te laten repareren, maar omdat de aardbeving hem zonder huis, werk en middelen had gelaten. 
Hierop schudden wij elkaar plechtig de hand onder het wederzijds uitspreken van welgemeende dankwoorden en zegenwensen, terwijl de barman met open mond om zoveel correctheid toezag en op de achtergrond aanzwellende vioolmuziek begon te klinken.


Ook in dit dorp hebben immigranten een bedenkelijke reputatie. Maar die hebben we toch maar even mooi gecorrigeerd.



maandag 14 mei 2012

Festa!

Hier is het seizoen aangebroken van uitbundig bloeien, weldadige zonneschijn, rijkelijk besprenkelde kasteel- en tuinfeesten, concerten bij maanlicht en gasten die weten in welke maanden het bij ons goed toeven is. Des avonds haal ik mijn - ietwat sleetse - femme fatale uit de kast en dans op wankele tafels, en de volgende dag verwerk ik de kater tijdens langdurige strijksessies, want mijn strijkhulp heb ik in verband met crisis moeten opzeggen.

Het is dus druk. Het is ook het seizoen van langdurige en overdadige lunches met ouders van álle klasgenootjes van de kinderen ter afsluiting van het schooljaar, en binnenkort is mijn oudste zoon alwéér jarig. Dat is nogal erg. Ik zal u uitleggen waarom.

Kinderpartijtjes staan hier nog in de kinderschoenen. Ze bestaan meestal uit een gehuurd, betegeld zaaltje met daarin een enorme tafel vol heerlijke hapjes die geen kind interesseren en de boodschap 'spelen jullie maar wat', terwijl de ouders, die allemaal méékomen en -blijven, veruit in de meerderheid zijn. Ik heb daar moeite mee. Zelf opgegroeid met van die leuke, goed georganiseerde oudhollandse kinderverjaardagen, ben ik al een paar jaar bezig met het plaatselijk bijbrengen van de juiste feestetikette. Ik boek slechts heel langzaam wat vooruitgang in mijn zendingswerk.

Het is ook lastig dat op zijn minst de hele klas, en bij voorkeur ook nog de parallelklas, uitgenodigd moet worden. Gelukkig komt dan hooguit een derde opdagen, maar het exacte aantal gastjes valt moeilijk te voorzien. En hoe uitdrukkelijk je ook op de uitnodiging vermeldt dat het feestje van vier tot zeven zal plaatsvinden, er zijn er altijd die om half zes nog eens komen aanzetten of om negen uur nóg niet zijn opgekrast. Het is dus nog niet zo makkelijk de vriendjes in een gestructureerd themafeest met ludieke activiteiten en een tijdige climax te persen. En wat doe ik intussen met al die ouders?

U begrijpt dat dit soort hoogtepunten mij aardig wat hoofdbrekens kosten. Ik zal er in de nabije toekomst nog wel eens over berichten. En nu ga ik maar weer wat strijken, want ik ben nog niet helemaal over de uitspattingen van het weekend heen.

maandag 23 april 2012

Madre Teresa



De bar is heel voordelig gelegen, tamelijk centraal en pal tegenover de lagere school.

Dat levert natuurlijk extra klandizie op. Om kwart over acht arriveren de ouders die zojuist hun handenbindertjes hebben afgeleverd en nog even snel moeten ontbijten. Om twaalf en vier uur nemen de opa's en oma's vast een hartversterking, om een kwartier later terug te komen met de afgehaalde kinderen die altijd iets lekkers verdienen.

Nee, aan de locatie ligt het niet. En toch heeft er jarenlang een doem op de gelegenheid gerust.

Toen ik hier pas woonde en de bar al een tijdje kwijnde, werd hij met doelgroep en al overgenomen door Romeo en Serena, nieuwkomers in het dorp. Romeo bleek een blaaskaak zonder horeca-ervaring die van een barmanschap roem en rijkdom verwachtte. Voor zover deze houding de vaste klanten niet op de vlucht joeg, werden ze wel weggetreurd door de altijd demonstratief terneergeslagen Serena, die de koffie zuchtend onder het tuitje koud liet worden. De bar werd een verliespost. Toen Romeo geld bleek te hebben geleend van een stel grotestadsmafiosi die, waarschijnlijk wegens wanbetaling, de nering op een goddank rustige avond onder vuur namen, moesten hij en Serena het veld ruimen.

Daarna kwamen er Chinezen. Omdat de meeste dorpelingen het Chinees niet meester zijn en prijs stellen op een correcte uitspraak van de 'r', zaten er alleen ándere Chinezen, waarvan er te weinig in het dorp wonen om de bar draaiende te houden. Na een poosje kwam er weer een stadsechtpaar, dat het interieur grondig vernieuwde maar de klanten toch niet wist terug te winnen, en vervolgens stond de bar weer een tijdje leeg.

zaterdag 21 april 2012

Schaarse schatten


Als een Italiaan een baby in het oog krijgt, roept hij of zij onveranderlijk 'che bello! bellissimo!' Wat mooi! Ook als het een gedrocht van een kind betreft waarvoor de honden jankend op de vlucht slaan en die de pastoor het liefst met veel knoflook zou dopen, voor de zekerheid.

Uw en mijn kinderen zijn natuurlijk allemaal zo niet beeldschoon, dan toch minstens zeer passabel, maar sómmige baby's zijn nu eenmaal angstaanjagend lelijk. Ik probeer dan mijn afgrijzen te verbergen en mompel iets als 'wat lief' of 'geestig kind'. Maar Italianen hebben een beperkte woordenschat als het om neonati gaat.

(Ze hebben wel meteen een probleem met de geslachtsaanduiding, aangezien de onzijdige vorm in het Italiaans niet bestaat. Om de bewonderaars niet in verlegenheid te brengen is uitbundig roze voor een meisjesbaby dan ook een vereiste.)

En omdat ze zo weinig baby's maken, is elk nieuw zieltje een wereldwonder waar een ieder zijn tederste aandrang op botviert. Ik heb indertijd erg moeten wennen aan de handtastelijkheden waaraan mijn pasgeborenen blootstonden. Ze werden bepoteld, gekust en zelfs ongevraagd uit hun wagen geplukt door vriend, vijand en wildvreemden in de supermarkt, waarbij ik mijn moederlijke instincten tot het uiterste moest onderdrukken om deze goedwillende aanbidders niet met tanden en klauwen te lijf te gaan.

Ik was ooit in een parkje met mijn zoontje aan het spelen, terwijl mijn dochter van drie maanden (eindelijk) rustig in haar wagen lag. Een bejaarde man, die wat hanig langsliep met twee dames, probeerde, in een kennelijke poging zijn opakwaliteiten te demonstreren, het kind uit haar bedje te pellen. Mijn aanwezigheid werd hierbij volledig genegeerd.
Maar dat deed er niet toe. Mijn dochter was toen al een kleine heks die een wantrouwige inborst paart aan vocale gaven die grenzen aan het bovennatuurlijke.

Ik kom geregeld in dat plantsoentje, maar heb die man er niet meer teruggezien. Nooit meer.


donderdag 19 april 2012

Ballen


Elke Italiaan - nou ja, in elk geval de traditionele plattelandsitalianen hier in de buurt - wenst twee keer per dag een volledige warme maaltijd te genieten van minstens drie gangen: primo, secondo en dolce. De lunchpauzes zijn dan ook lang, de huisvrouwen permanent overspannen, de oma's onmisbaar en veel mensen aan de forse kant.

Gelukkig ben ik ook op dit punt geheel traditievrij.
Ik hak en splits naar hartelust en serveer de minestra (pasta) bij wijze van lunch, waarna ik de secondo (vlees/vis en groente) voor het avondeten bewaar. Zodoende weet ik mijn gemoedsrust en gewicht nog enigszins op peil te houden, en mijn landman heeft in de eerste dertig jaar van zijn leven eigenlijk al wel genoeg gegeten.

Voor de kinderen is het een zeer verdeeld genoegen. Een bord pasta 'met niks' eten ze graag, maar bij het vallen van de avond worden ze geconfronteerd met enge vlezen en nog naardere groenten, waardoor ze al vóór de eerste langetandenhap naar het toetje informeren en de sfeer aan tafel onmiddellijk ontaardt in onderhandelingen, bedreigingen en jammerklachten.

In verband met de bovenstaande gemoedsrust smokkel ik dus wel eens een beetje en roep de ketchup en het blaadje sla op een broodje hamburger uit tot groente, met een optimisme dat bij nadere beschouwing weinig grond blijkt te hebben. Maar met de italiaanse gehaktbal sta ik steviger in mijn schoenen. Resultaat: zoete kinderen die hun nog zoetere nagerecht voor de verandering voltallig en vreedzaam verdienen.

woensdag 18 april 2012

Pappot

U kent het mopje misschien wel. Het is er eentje met een toepasselijke baard.

Drie redenen waarom Jezus een Italiaan geweest moet zijn:

1. Hij dacht óók dat zijn moeder maagd was.
2. Zijn moeder dacht óók dat hij God was.
3. Hij woonde tot na zijn dertigste bij zijn moeder.

Vooral dat laatste is erg treffend. Italiaanse zonen laten hun moeder niet alleen. Nooit. Mocht het onverhoopt tóch gebeuren, dan is de zoon ontaard, de moeder een martelares en die vrouw (er móet wel een vrouw in het spel zijn) een kwaadaardige toverheks. Carrièrekansen elders zijn soms een excuus, maar meestal zit hij liever zonder werk dan zonder moeder die hem dagelijks bewast, voedert en van zakgeld voorziet.
Andersom verschaft hij haar bestaansrecht in een land waar het hoer-madonnacomplex gemeengoed is.

(Ik ken een vrouw van in de zestig, die haar al jaren bedlegerige schoonmoeder van minstens negentig aan huis verpleegt. Daarnaast beheert ze een gepensioneerde echtgenoot en twee zonen van tegen de veertig, de was, de strijk, de dokter, de misgang, de schoonmaak, de boodschappen en de dagelijkse toebereiding van twee warme maaltijden van drie gangen elk. De zonen hebben allebei een aardig salaris dat wordt besteed aan kleren, auto's en uitjes, want kost en inwoning zijn gratis. Als ze thuiskomen, gaan ze zitten en roepen: 'Mamma, ik heb dorst!', precies zoals ze het van hun vader hebben geleerd.)

De enige echt geldige reden om het huis te verlaten is het huwelijk. Maar zelfs als ze al lang en breed getrouwd zijn, gaan de meeste Italiaanse zonen nog elke dag bij hun moeder langs, tot verbeten ergernis van de veronachtzaamde schoondochters wier kookkunst nimmer geheel toereikend zal zijn en die jammerlijk falen het schattige jongetje in die dikke man te blijven zien.

Het beste kun je trouwen met een meisje dat haar plaats kent en bij voorkeur door je moeder is uitgezocht. Maar het is misschien nóg beter er gewoon helemaal van af te zien en met je moeder mee te vergrijzen in de pantoffels die ze met zoveel liefde voor je heeft aangeschaft en voorverwarmd.

Het is een rustige manier om je toekomst ongebruikt te laten verlopen: gesmoord in schone lakens en lasagne al forno.

zaterdag 14 april 2012

Kruis

In Italië is iedereen katholiek, zelfs degenen die het eigenlijk niet zijn.

Dat drong voor het eerst echt goed tot me door na de geboorte van mijn eersteling, toen mijn onkerkse schoonmoeder over het doopfeest begon als een vanzelfsprekendheid. (Op mijn mededeling dat van dopen niets zou komen, schrok ze wel even, maar ze heeft het verder snel aanvaard en is er nooit op teruggekomen.)
Toen het kind drie was, met een babyzusje, nog een broertje op komst en overal handjes, werd het tijd voor de kleuterschool. De enige mogelijkheid was de parochiale instelling onder leiding van Suor Anna, de directrice, een formidabele non met een angstwekkende stem, een allesdoordringende blik en een harige wrat op haar bovenlip. We hadden er meteen een ideale boeman bij ('eet je bord leeg, want als Suor Anna het hoort...').

In dit instituut werd natuurlijk gebeden. 'Kinderen, doe je ogen dicht', galmde Suor Anna, 'en vouw je handen, dan kijken we nu allemaal naar Jezus.' Mijn zoon, met samengebalde handjes en oogjes toe, riep ongerust: 'Maar ik zie niks!' En een week of wat later informeerde hij: 'Maar in welke klas zit dat kindje Jezus dan?'
Daarna deed hij een en ander schouderophalend af als een van die onbegrijpelijke dingen die volwassenen nu eenmaal zeggen. Verder was het er trouwens wel gezellig en het eten was uitnemend.

Hij werd zes en rijp voor de basisschool. Openbare scholen zijn in Italië katholiek, maar mij werd wel de mogelijkheid geboden af te zien van de godsdienstles. Aangezien het alternatief hier bestaat uit zolang wachten in een ander lokaal, heb ik schoorvoetend ingestemd hem dan in godsnaam (!) maar mee te laten doen.

In dat eerste schooljaar viel hij van zijn geloof wat de kerstkabouter betreft. Maar onlangs speelde de kwestie ineens weer op. 'Mamma, de kerstman bestaat wél! De godsdienstjuf zegt het!' Ik onderdrukte succesvol een woedeaanval en bedacht dat, wanneer Babbo Natale onvermijdelijk een keer definitief sneuvelt, onze-lieve-heer wellicht in één moeite door het loodje legt.

En daar is een goede kans op, want laatst sprak mijn filosoofje nadenkend: 'Engelen bestaan zeker niet, hè? Maar sommige mensen denken van wel. Die hebben er zeker niet zo goed over nagedacht. Nou ja, laat ze maar.'

Halleluja, er is hoop.

woensdag 11 april 2012

Kwade zaken

In Nederland trof ik ze wel eens in de kroeg: slachtoffers van satanische samenzweringen, waarin alle mogelijke achtenswaardige notabelen zich verlagen tot kuiperijen waar Richard de Derde nog een puntje aan had kunnen zuigen.

Die ontmoetingen waren heel interessant. Ik stak van alles op over partijdige wijkagenten, gemeentelijke vriendjespolitiek en vergunningen die niet doorkomen louter omdat iemand op het stadhuis de pik op de aanvrager heeft.
(Ik hield intussen wel graag een zekere afstand, omdat bij dit type klager een gerede kans bestaat dat hij zich, als hij zijn gedachtengoed de vrije loop laat, gaandeweg ontpopt tot de enige ware profeet die wéét dat regeringsleiders buitenaardse reptielen zijn en Arie Boomsma de antichrist. Of gewoon dat alle vrouwen uit zijn op de definitieve onderwerping van de man en verder alles de schuld is van de buitenlanders. Maar dit terzijde.)

Sinds ik niet meer aan de bar hang maar aan het internet, heeft zich een wijde, wondere wereld voor me geopend van fascinerende georganiseerde kwaadaardigheden. De farmaceutische industrie, de chemtrails, 9/11, sinistere stralingen, geheimgehouden UFO's, Obama de commie-moslimatheïst en vaccinatie als middel tot volkerenmoord, u kent ze wel. Ik lees er graag over, met een aluhoedje op.

Maar Italië gaat zelfs mij te ver. Ik woon in een land vól complottheoretici! Niets is hier wat het lijkt en ook dát klopt niet. Overal schuilt wat achter, en ook daar zit weer wat achter en ga zo maar door, in een duizelingwekkend Droste-effect van complotten en intriges. Zelfs mijn echtgenoot, in nuchterheid voor geen kleintje vervaard, houdt er soms merkwaardige theorieën op na die ik als naïeve noorderling maar nauwelijks kan volgen.

Er heerst een nationale paranoia - die gevoed wordt door omstandigheden die helaas maar al te reëel zijn. De verhalen over corruptie, nepotisme, wanbeheer en graaierij die doordringen tot de internationale pers vormen maar een heel klein puntje van een ontzaglijke ijsberg die het ganse land bevriest.

In deze ultra-ondoorzichtige warwinkel heeft de gewone burger nauwelijks enige invloed op zijn lot. De Italiaan die het vermogen of de gelegenheid ontbeert om óók eens lekker corrupt samen te zweren, rest niets anders dan amuletten kopen, bidden en spelen in de loterij. En daarin is hij dan ook ongeslagen kampioen.