Posts tonen met het label koken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label koken. Alle posts tonen

donderdag 10 mei 2012

Klein pitje

Die recente, geheel onverantwoorde, uitvlucht heeft de laatste restjes winter afdoende uit ons systeem gejaagd, dat moet gezegd worden. Maar onze toch al magere huishoudkas is tot op de bodem geleegd. Zelfs in de voordelige duitse supermarkt vertoon ik me alleen af en toe voor de speciale aanbiedingen en de koffie is deze week een tikje slapper.

In tijden van crisis en gebrek is het mooi om op het platteland te wonen. Met vooruitziende blik hebben we afgelopen winter een houtgestookte CV-ketel geïnstalleerd (hout hebben we genoeg, en gratis) en een gasfles voor de keuken, zodat we de mannen die het gas komen afsluiten gnuivend een kopje van die slappe koffie kunnen aanbieden.

Bovendien hebben de kippen in onze afwezigheid flink doorgelegd en de bejaarde buurvrouw weet nu al niet meer wat te beginnen met al die spinazie in haar moestuin. Ik wel. Kinderen, het is feest! Heden avondeten!


Frittata di spinaci

7 eieren (ze zijn nog lang niet op)
500 gram spinazie (van de bejaarde buurvrouw)
3 blaadjes basilicum (uit de tuin)
klontje boter (achterin de koelkast)
halve ui
handje geraspte parmezaan (van een ouwe korst)
beetje olie


Fruit de gesnipperde ui in de boter, voeg spinazie en basilicum toe en stoof zachtjes in eigen vocht tot dit goeddeels verdampt is. Kluts de eieren met de parmezaan en roer het spinaziemengsel erdoor (beetje zout en peper kan geen kwaad). Bak de omelet op een zacht vuurtje tot hij gaar is en serveer met een glaasje heerlijk kraanwater en oud brood, opgebakken met een drupje olie.

Binnenkort beginnen we lekker aan de brandnetels.

donderdag 19 april 2012

Ballen


Elke Italiaan - nou ja, in elk geval de traditionele plattelandsitalianen hier in de buurt - wenst twee keer per dag een volledige warme maaltijd te genieten van minstens drie gangen: primo, secondo en dolce. De lunchpauzes zijn dan ook lang, de huisvrouwen permanent overspannen, de oma's onmisbaar en veel mensen aan de forse kant.

Gelukkig ben ik ook op dit punt geheel traditievrij.
Ik hak en splits naar hartelust en serveer de minestra (pasta) bij wijze van lunch, waarna ik de secondo (vlees/vis en groente) voor het avondeten bewaar. Zodoende weet ik mijn gemoedsrust en gewicht nog enigszins op peil te houden, en mijn landman heeft in de eerste dertig jaar van zijn leven eigenlijk al wel genoeg gegeten.

Voor de kinderen is het een zeer verdeeld genoegen. Een bord pasta 'met niks' eten ze graag, maar bij het vallen van de avond worden ze geconfronteerd met enge vlezen en nog naardere groenten, waardoor ze al vóór de eerste langetandenhap naar het toetje informeren en de sfeer aan tafel onmiddellijk ontaardt in onderhandelingen, bedreigingen en jammerklachten.

In verband met de bovenstaande gemoedsrust smokkel ik dus wel eens een beetje en roep de ketchup en het blaadje sla op een broodje hamburger uit tot groente, met een optimisme dat bij nadere beschouwing weinig grond blijkt te hebben. Maar met de italiaanse gehaktbal sta ik steviger in mijn schoenen. Resultaat: zoete kinderen die hun nog zoetere nagerecht voor de verandering voltallig en vreedzaam verdienen.

donderdag 12 april 2012

Mezza stagione

We dachten een week of wat dat het lente was. We hadden de kippen al van de tuintafel gejaagd, de kerstverlichting tevoorschijn gehaald en de bloemetjes buitengezet.

Nu zitten we met de kater binnen bij de haard terwijl die bloemetjes buiten verregenen.

Af en toe stuur ik de kinderen, voorzien van laarzen en regenjassen, naar buiten, om zelf langoureus op de bank Oblomov te herlezen en misschien, wie weet, een klein uiltje te knappen. Maar binnen de kortste keren staan ze bibberend aan de deur te smeken om een warm kopje thee en of ze bij de kachel mogen, die halve hollanders, die nepnederlandertjes. Hun moeder moet trouwens steeds onwillekeurig denken aan snert en bonen met spek en er dreigt alweer een herfstdepressie in gezinsverband.

Dat moeten we niet hebben natuurlijk. Ik zet mijn hakken in het zand, hou mijn poot en bovenlip stijf, laat me niet kennen en roep te pas en te onpas 'lente!' en 'primavera!' en 'wat fijn dat de winter voorbij is, hè jongens?' En ik laat ze bij wijze van bewijs maar weer de verse aardbeien zien, waarvan de kleur zo mooi afsteekt bij de grauwe luchten.

Vanavond spelen we lentetje, met een vrolijk voorjaarstoetje na die winterworst.

donderdag 5 april 2012

Bitter kruid

Ik ben momenteel iets neerslachtiger dan anders. Zo'n voornamelijk hormonaal en meteorologisch geïnspireerd pesthumeur. U kent dat vast wel.

In zo'n stemming kan ik de huiselijke chaos maar niet meester worden, krijg ik geen aanvaardbare zin uit mijn toetsenbord gewrongen, laat staan iets leuks, en vind ik de wereld één grote nare bende. Dat is natuurlijk ook zo, het is alleen zo weinig vruchtbaar om er twintig uur per dag bij stil te staan. Of er mee te zitten. Líggen zou me dan wel weer wat lijken, liefst met mijn hoofd permanent onder de dekens.

Mijn echtgenoot, die van cadeautjes niets wil begrijpen, heeft verder gelukkig wel tact en vaker met dit bijltje gehakt. Als een zwijgende rots in mijn treurige branding zet hij zich aan de toebereiding van het middagmaal, met zo'n houding van 'dat doe ík wel even, slap dweiltje van me'. Een uitstekende benadering.

Speciaal voor mij maakt hij pasta met radicchio rosso, eigenlijk een herfstgewas. Keukensymboliek.

Het bittertje dat zo uitstekend bij mijn stemming past, verzacht hij met troostrijke romigheid. Met spek en kaas wordt mijn bestaan weer wat hartiger en met veel zwarte peper geeft hij me een welverdiende schop onder mijn sedere. Dat zal me lere.

donderdag 29 maart 2012

Heden blij


Het was hier gisteren zesentwintig graden, in de schaduw. Buiten groent en bloesemt het en de moeders op het schoolplein zijn weer duur bezonnebrild. Ik zou zelfs een rokje overwegen, als mijn benen al toonbaar waren. Maar een bloemig bloesje moet kunnen.
De ex-pokkenpatiënten zijn nog een tikje schilferig, maar dat hindert niet, want het virus is wijlen en vandaag is het feest!

Nou ja, feest.

Mijn echtgenoot verjaart, maar hij doet er niks aan. Hij doet er nóóit wat aan, want feesten op commando en vastgestelde data zit niet in zijn systeem. Ook niet in het mijne, trouwens. Wij zijn van die mensen die eind mei spontaan kerstverlichting buitenhangen voor een geïmproviseerd tuinfeest, en uit pure nalatigheid laten we die hangen tot half december. Dan halen we de boel schielijk binnen, omdat we kerstlampjes deprimerend vinden als het kerstmis is. Dat is een beetje lullig van ons.

Voor de kinderen is het natuurlijk een hard gelag, zulke ouders. Dus elk jaar rond deze tijd werk ik me plichtmatig op tot een amechtig enthousiasme en maak ze wijs dat we wat te vieren hebben. We geven een soort cadeautje, we maken zelfs taart, en we stellen de halfhartige pogingen van het gezinshoofd tot een blij verraste reactie op prijs. En dat is het dan weer.

Maar ergens steken toch mijn hollandse verjaardagsneigingen de kop op - tradities zitten diep. Ik zál 'm! Met eten, natuurlijk. Ik heb het seizoen mee.

Voor één keer bereid ik hem de risotto met asperges, die hij bemint, maar anders nooit krijgt omdat de kinderen er hun veeltallige neusjes te zeer voor ophalen. En ik geef hem aardbeien, waarvan hij altijd glanzen gaat. De eerste, lekkerste lichting Italiaanse.

En ik maak er ook nog een fles spumante bij open. Maakt niet uit wat het is, als het maar prikkelt.

donderdag 22 maart 2012

Doorduwen


De sfeer in huis is een beetje bedrukt, de laatste tijd.

De kippen hebben er geen last van en bouwen onverdroten voort aan de eierberg. Maar de jongetjes zitten nog altijd deerlijk verminkt te zijn en mogen niet aan hun korstjes pulken. De kostwinner, na een week zonder gewin, kijkt wat moedeloos naar onze broodplank, die nog slechts kruimels schraagt. De crisis woedt onverminderd voort en ikzelf ben voorjaars- en verplegingsmoe.

Dus verwacht van mij geen dijenkletsers, daarvoor zijn mijn toetsen vandaag te stroperig. Ik sta voor de taak om, in al mijn matheid, het huiselijk moreel hoog te houden en een versterkend revalidatiekostje te koken. Van eieren en die verdomde broodkruimels.

Wat een zegen is toch de onuitputtelijke inventiviteit van de Italiaanse armeluiskeuken! Een klassieker uit de Romagna, die Mussolini als kind ook nog gegeten moet hebben:


Passatelli in brodo

3 eieren
120 gram broodkruim (paneermeel)
120 gram geraspte parmezaan
theelepel bloem
litertje lekkere bouillon
zout, peper, nootmuskaat

Kneed het kruim, de kaas, de bloem en de eieren met wat zout, peper en een flinke snuf nootmuskaat tot een deeg. Maak vervolgens sliertjes van ongeveer 4 mm dik en 4 cm lang. Ik gebruik hiervoor een schiacciapatate, een soort grote knoflookknijper (zie afbeelding), maar je kunt het deeg ook door een grove vergiet proberen te drukken of desnoods uitrollen en in reepjes snijden. Gooi ze meteen in de kokende bouillon. Na een minuut of vijf, als ze bovendrijven, zijn ze klaar. Opdienen in de bouillon. Uitstekend voor dictatortjes in de dop.

donderdag 15 maart 2012

Aardappels

Moederschap. Moeras van zuigende zorgen en zelfverwijt.

Soms stel ik me voor hoe ik de hele horde (het lijken er soms wel twaalf! hoe doen ze het?) achterlaat bij een morsig cafetaria aan een verlopen snelweg, en dat ik dan diabolisch lachend  - met bloedrode nagellak en zwarte zonnebril - wegscheur naar onnoembare verten. Daar voel ik me natuurlijk best schuldig over, die gedachte.

En ik voed ze ook helemaal verkeerd op. Ze kijken veel te veel televisie, en van een twijfelachtig educatief gehalte. Knutselen vind ik meestal zo'n gedoe. Ze lusten geen grapefruits. Ze willen geen groente. Als ze hologige bleekneusjes worden, is het mijn schuld. Als ze ontaarden in verwende vetklepjes is het óók mijn schuld.

Er is een lichtpuntje.

De Italianen, die zoals iedereen weet over een volslagen superieure keuken en een onfeilbare wijsheid op voedselgebied beschikken, plaatsen de aardappel gedecideerd onder de rubriek 'groente'.
Wat een vondst! Kind, neem nog wat chips, groente met plantaardige olie, wat wil je nog meer.

In een geur van heiligheid serveer ik dus een zeer eenvoudig doch voedzaam en troostrijk gerecht, en ik noem het 'rijst met groente'. En ze vréten het.


donderdag 8 maart 2012

Rode uien

Een keukenprinses ben ik niet, maar dat ligt aan de omstandigheden.

Toen ik nog jong, wild en onverantwoordelijk was, bewerkte ik een miniem keukenhoekje met een aanrecht van een decimeter in het vierkant, dat al eivol was als ik een botermesje of een whiskyglas liet slingeren. Bijgevolg was er nooit plaats om te koken en móest ik uit armoe wel buiten de deur gaan eten. Wonen in de binnenstad was dus erg handig. Proeven kan ik trouwens nog steeds als de beste.

Dat komt in Italië goed uit, want mensen willen je hier vaak dingen laten proeven. De ravioli van de buurvrouw, de wijn van haar man, de salame van de buurman verderop, de tortellini van de moeder van het schoolvriendje, de taarten die alle oma's van het dorp in het groot produceren. Kook daar maar eens tegenop.

Dus waarom zelf pasta maken? De verse deegwaren worden vanzelf aangedragen en zijn anders voor een appel en een ei (en van beide heb ik toevallig een overvloed) te krijgen.

Toch, om als hoofd van een plattelandshuishouding een béétje mee te tellen, moet je beschikken over een specialiteit. Na wat magere succesjes geboekt te hebben met erwtensoep, speculaas, babi ketjap en natuurlijk wentelteefjes, heb ik een meesterzet gedaan.

Confituur! Authentiek Italiaanse, maar dan iets wat híer in de buurt niemand maakt: marmellata di cipolle rosse (recept na de jump). Een kind kan de was doen, en potjes met inmaak zijn zo handig om weg te geven en mijn lokale reputatie een beetje op te krikken.

Maar mijn echtgenoot heeft 'relatiegeschenk' iets anders opgevat dan ik bedoelde en heeft, op twee na, alle potjes uienjam persoonlijk en zorgvuldig leeggelikt.



Ik denk dat hij van me houdt.



dinsdag 28 februari 2012

Man en maag

Mijn man is een Italiaan. Dat was niet helemaal de bedoeling, want ik had het - romantisch gesproken - eigenlijk niet zo op Italianen. Gelukkig is hij een volslagen atypisch exemplaar. Hij heeft geen smeulende donkere ogen en geen gelikt kapsel, draagt geen modieuze kleren of kekke schoentjes (die zijn er ook niet in maat 49) en kan zijn tijd wel beter gebruiken dan mij steeds zoete woordjes in mijn blozende oren te fluisteren.

We zijn ook erg verschillend. Hij vindt een autosloperij van ontroerende schoonheid. Hij is ruim twee keer zo zwaar als ik en droomt in een heel andere taal. Maar in de keuken komen we elkaar nader.

Dat ik als echtgenote-van-een-italiaan in aanmerking ben gekomen en nog immer voldoe, heb ik met name te danken aan de volgende omstandigheden:

  • Hij eet graag, veel en makkelijk. In tegenstelling tot de typische Italiaan vindt hij over de grens eten helemaal niet eng, en hij is dol op indische rijsttafel.
  • Zijn moeder is geen geweldige kokkin. Onderschat dit voordeel niet! De meeste mannen hier halen hun vrouwen het bloed onder de nagels vandaan door haar kookkunsten voortdurend met die van hun moeder te vergelijken, met desastreuze gevolgen voor de huwelijkse verstandhouding.
  • Als hij trek heeft in iets specifieks, maakt hij het gewoon even zelf.
  • En vooral: wentelteefjes! Mijn customised room-vanille dessertvariant heeft ons huwelijk al vele stormen doen overleven. Geldgebrek? Onoverbrugbare cultuurverschillen? Doorlopende verbouwingen? Drie baby's in nauwelijks vier jaar? Geen nood, na een stapel warme, welige wentelteven kunnen we er weer helemaal tegen.