Posts tonen met het label huwelijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label huwelijk. Alle posts tonen

maandag 16 april 2012

Confessione


Fabio en Daniela zijn tóch getrouwd. Het spande er even om.

Hun verloving duurde een gaandeweg gezapiger decennium, met de laatste jaren enige opwinding in het gesteggel over onroerend goed. Haar familie of de zijne? Daniela won, krachtig gesteund door haar moeder.


Voorts lag er de vraag in welke mate het toekomstige interieur vernieuwd moest worden. Zij won. Maandenlang hebben ze elke zaterdag doorgebracht in keukenshowrooms en meubelboulevards, waarbij Fabio er al gauw in berustte dat hij niets anders had in te brengen dan zijn salaris.

En de bruiloft. De jurk, de locatie, het eten, de gasten. Fabio probéérde niet eens een mening te hebben. Maar toen het op de getuigen aankwam hield hij, tot verbijstering van zijn aanstaande schoonmoeder, ineens voet bij stuk. Het moest en zou Paolino worden, zijn beste vriend.

Paolino heeft alleen, voor een huwelijksgetuige, het nadeel dat hij geen voorstander is van het huwelijk in het algemeen en dat van zijn vriend in het bijzonder. Bovendien staat hij op gespannen voet met de Kerk. De laatste keer dat hij haar bezocht, lang geleden, was uit zuiver zondige overwegingen. Een vrome maar welgeschapen jongedame had hem zekere gunsten in het vooruitzicht gesteld als hij haar naar de mis zou begeleiden, maar kwam vervolgens niet over de brug. Paolino heeft het instituut toen definitief afgezworen en tussen hem en Don Ivo botert het niet.

Fabio liet zich echter niet afschepen en wist zowel de verhitte Daniela als de lauwe Paolino over de streep te trekken. En zo gingen ze dan gezamenlijk, met Daniela's beste vriendin en de wederzijdse ouders, daags voor de bruiloft verplicht te biecht bij Don Ivo, die van de oude stempel is en graag goed geïnformeerd blijft over de zielen die hij hoedt.

maandag 9 april 2012

Accoppiamento


Toen het nog niet mocht, paarden ze zich een ongeluk in zijn krappe Fiatje op duistere plekjes die alleen over een karrenspoor te bereiken waren. Dat waren nog eens tijden.

Ze waren jong en wisten zich in onverwachte bochten te wringen met een souplesse die hen tot ademloze hoogten voerde, en die niet weinig bijdroeg aan de onvergetelijkheid van deze zondige ontmoetingen.

Maar dat was toen.


Na de gang naar de kerk met sluier en getuigen, een eindeloos diner en een reisje naar Bali kwam de klad er al een beetje in. Het huwelijksbed haalde het niet bij die meter ranzige achterbank. Ze werkten, aten en keken televisie in hun nette nieuwe flatje. Zij begon te klagen over zijn rommel in de badkamer. Hij vond eigenlijk dat zij best wat minder naar de kapper kon.

Een kind, er moest op de valreep een kind komen. Zij bloeide toch weer op in haar blijde verwachting, een stralend middelpunt in haar vriendinnenkring. Hij was niet ontevreden over wat hij als man had aangericht. Het was eigenlijk best een leuke tijd, al moest hij zijn toch al wat ingezakte aandrang voorlopig geheel beteugelen. Ach, voor die paar maanden... Nou ja, een jaar.

Twee, drie, vier jaar. Het kind sliep overdag wel eens, maar dan was oma er altijd. Het kind sliep 's nachts ook wel eens, maar uitsluitend tussen de ouders in. Het bed werd allengs te krap en de vader verkaste zwijgend naar de kinderkamer. Zes jaar later brengt hij daar nog steeds de nacht door, in foetushouding.

Zijn vrienden raden hem gerief in de auto aan met een buigzame ragazza, maar hij ziet tegen de kosten op. En in de middagpauze vind je zo moeilijk een donker plekje.


donderdag 5 april 2012

Bitter kruid

Ik ben momenteel iets neerslachtiger dan anders. Zo'n voornamelijk hormonaal en meteorologisch geïnspireerd pesthumeur. U kent dat vast wel.

In zo'n stemming kan ik de huiselijke chaos maar niet meester worden, krijg ik geen aanvaardbare zin uit mijn toetsenbord gewrongen, laat staan iets leuks, en vind ik de wereld één grote nare bende. Dat is natuurlijk ook zo, het is alleen zo weinig vruchtbaar om er twintig uur per dag bij stil te staan. Of er mee te zitten. Líggen zou me dan wel weer wat lijken, liefst met mijn hoofd permanent onder de dekens.

Mijn echtgenoot, die van cadeautjes niets wil begrijpen, heeft verder gelukkig wel tact en vaker met dit bijltje gehakt. Als een zwijgende rots in mijn treurige branding zet hij zich aan de toebereiding van het middagmaal, met zo'n houding van 'dat doe ík wel even, slap dweiltje van me'. Een uitstekende benadering.

Speciaal voor mij maakt hij pasta met radicchio rosso, eigenlijk een herfstgewas. Keukensymboliek.

Het bittertje dat zo uitstekend bij mijn stemming past, verzacht hij met troostrijke romigheid. Met spek en kaas wordt mijn bestaan weer wat hartiger en met veel zwarte peper geeft hij me een welverdiende schop onder mijn sedere. Dat zal me lere.

donderdag 29 maart 2012

Heden blij


Het was hier gisteren zesentwintig graden, in de schaduw. Buiten groent en bloesemt het en de moeders op het schoolplein zijn weer duur bezonnebrild. Ik zou zelfs een rokje overwegen, als mijn benen al toonbaar waren. Maar een bloemig bloesje moet kunnen.
De ex-pokkenpatiënten zijn nog een tikje schilferig, maar dat hindert niet, want het virus is wijlen en vandaag is het feest!

Nou ja, feest.

Mijn echtgenoot verjaart, maar hij doet er niks aan. Hij doet er nóóit wat aan, want feesten op commando en vastgestelde data zit niet in zijn systeem. Ook niet in het mijne, trouwens. Wij zijn van die mensen die eind mei spontaan kerstverlichting buitenhangen voor een geïmproviseerd tuinfeest, en uit pure nalatigheid laten we die hangen tot half december. Dan halen we de boel schielijk binnen, omdat we kerstlampjes deprimerend vinden als het kerstmis is. Dat is een beetje lullig van ons.

Voor de kinderen is het natuurlijk een hard gelag, zulke ouders. Dus elk jaar rond deze tijd werk ik me plichtmatig op tot een amechtig enthousiasme en maak ze wijs dat we wat te vieren hebben. We geven een soort cadeautje, we maken zelfs taart, en we stellen de halfhartige pogingen van het gezinshoofd tot een blij verraste reactie op prijs. En dat is het dan weer.

Maar ergens steken toch mijn hollandse verjaardagsneigingen de kop op - tradities zitten diep. Ik zál 'm! Met eten, natuurlijk. Ik heb het seizoen mee.

Voor één keer bereid ik hem de risotto met asperges, die hij bemint, maar anders nooit krijgt omdat de kinderen er hun veeltallige neusjes te zeer voor ophalen. En ik geef hem aardbeien, waarvan hij altijd glanzen gaat. De eerste, lekkerste lichting Italiaanse.

En ik maak er ook nog een fles spumante bij open. Maakt niet uit wat het is, als het maar prikkelt.

vrijdag 9 maart 2012

Op de vlakte

Trouw nóóit een Italiaan.

Als het dan toch zo nodig moet, neem dan een Toscaan. Of een Liguriër. Een Romein desnoods, of een Milanees, als je van grote steden houdt. Maar houd die jongens van de vlakte van je lijf.

Ik heb een Italiaan zonder schilderachtige vergezichten. Geen glooiende landschappen met eeuwenoude olijfbomen, geen ommuurde stadjes op heuveltoppen of zelfs maar uitzicht op een azuren baai. Ik moet het doen met greppels en sloten, ruige worsten, zware klei en Lambrusco.

Rond mijn huis strekt zich de pianura uit, beklemmend vlak, waar de horizon het altijd verliest van de hardnekkige nevel waaraan dit vochtige land zo rijk is. Om dit landschap te beminnen, moet je er zijn opgegroeid. En dan nog.
De winters zijn hier mistig en modderig, de zomers heet en en vaak ondraaglijk drukkend, met onweersbuien van bijbelse proporties als enig soelaas.


Maar... er zijn die paar weken in de lente of de nazomer, dat alles opklaart en wegtrekt, de hemel hoog en blauw is, en alles nog best meevalt, als je het goed bekijkt. In de verte kun je de Apennijnen duidelijk zien liggen.


Het wordt avond. Onder de bloeiende acacia's op het erf kijken we een beetje naar de vleermuizen en onze borghetto, die eens een bouwval was.


En het nietsdoen is zoet.








donderdag 8 maart 2012

Rode uien

Een keukenprinses ben ik niet, maar dat ligt aan de omstandigheden.

Toen ik nog jong, wild en onverantwoordelijk was, bewerkte ik een miniem keukenhoekje met een aanrecht van een decimeter in het vierkant, dat al eivol was als ik een botermesje of een whiskyglas liet slingeren. Bijgevolg was er nooit plaats om te koken en móest ik uit armoe wel buiten de deur gaan eten. Wonen in de binnenstad was dus erg handig. Proeven kan ik trouwens nog steeds als de beste.

Dat komt in Italië goed uit, want mensen willen je hier vaak dingen laten proeven. De ravioli van de buurvrouw, de wijn van haar man, de salame van de buurman verderop, de tortellini van de moeder van het schoolvriendje, de taarten die alle oma's van het dorp in het groot produceren. Kook daar maar eens tegenop.

Dus waarom zelf pasta maken? De verse deegwaren worden vanzelf aangedragen en zijn anders voor een appel en een ei (en van beide heb ik toevallig een overvloed) te krijgen.

Toch, om als hoofd van een plattelandshuishouding een béétje mee te tellen, moet je beschikken over een specialiteit. Na wat magere succesjes geboekt te hebben met erwtensoep, speculaas, babi ketjap en natuurlijk wentelteefjes, heb ik een meesterzet gedaan.

Confituur! Authentiek Italiaanse, maar dan iets wat híer in de buurt niemand maakt: marmellata di cipolle rosse (recept na de jump). Een kind kan de was doen, en potjes met inmaak zijn zo handig om weg te geven en mijn lokale reputatie een beetje op te krikken.

Maar mijn echtgenoot heeft 'relatiegeschenk' iets anders opgevat dan ik bedoelde en heeft, op twee na, alle potjes uienjam persoonlijk en zorgvuldig leeggelikt.



Ik denk dat hij van me houdt.



woensdag 7 maart 2012

Traffico

Nog iets dat ik dacht te weten over Italianen: ze rijden als gekken. Maar zoals bij alle vooroordelen blijkt dat in werkelijkheid net iets genuanceerder te liggen. Na jaren van veldstudie heb ik vastgesteld dat Italianen onmiskenbaar als Italianen rijden.

De duurbeklede zakenman die hands full telefoneert bij tweehonderd en een inhaalmanoeuvre, in een bocht. De vadsige trucker die in fondo de kwaadste niet is. De verbitterde dame van zekere leeftijd die principieel voor niemand uitwijkt (des te onbuigzamer als het een non betreft). De negentigjarige die - letterlijk - doof en blind is voor de toeterende file in zijn kielzog van twintig kilometer per uur. De tweewielige wespen die altijd rechts inhalen als je net wilde afslaan, en de fietser die, kennelijk levensmoe, je zonder licht of reflector in het aardedonker op een provinciale weg de stuipen op het lijf jaagt.

En dat raast en reest allemaal van 's morgens vroeg tot 's avonds laat over gebrekkig geplaveide eenbaanswegen, rakelings langs rijen potige platanen die al eeuwenlang niet meegeven. Allemaal met een opmerkelijke doodsverachting en een klaarblijkelijk onverwoestbaar vertrouwen in de goede afloop.

Misschien is het iets rooms. Van hogerhand wordt bepaald of en hoe je vergaat, en sporadisch kerkbezoek en af en toe een schietgebedje ontslaan je verder van elke eigen verantwoordelijkheid voor je lot.
Of misschien is het de politiek. Van hogerhand wordt bepaald dat de wereld een onbegrijpelijke warwinkel is, het overleven van de talloze obstakels een kwestie van geluk, en persoonlijke invloed nihil. Beide lijken te leiden tot een zuidelijk fatalisme waar wij noorderlingen maar moeilijk aan kunnen wennen.

Hoe het ook zij, ik moet wel. Ik ben indertijd zonder rijbevoegdheid naar Italië gekomen en heb die hier, na enige bureaucratische worstelingen, voor het eerst verworven. Na een ietwat lachwekkend theorie-examen, drie rijlessen van een half uur en tien minuten afrijden, werd mij ter plekke - ecco! - een kant en klaar Italiaans rijbewijs uitgereikt.

Ik was de rest van de dag geweldig opgewonden, maar dat had met dat rijbewijs niets te maken. Ik had die ochtend juist een zwangerschapstest gedaan, en je begrijpt, enfin.

Bovendien was ik jarig en had mijn landman wéér geen offer in cadeauverpakking gebracht.

Maar daar kunnen de Italianen niets aan doen. Dat ligt gewoon aan hem.




dinsdag 28 februari 2012

Man en maag

Mijn man is een Italiaan. Dat was niet helemaal de bedoeling, want ik had het - romantisch gesproken - eigenlijk niet zo op Italianen. Gelukkig is hij een volslagen atypisch exemplaar. Hij heeft geen smeulende donkere ogen en geen gelikt kapsel, draagt geen modieuze kleren of kekke schoentjes (die zijn er ook niet in maat 49) en kan zijn tijd wel beter gebruiken dan mij steeds zoete woordjes in mijn blozende oren te fluisteren.

We zijn ook erg verschillend. Hij vindt een autosloperij van ontroerende schoonheid. Hij is ruim twee keer zo zwaar als ik en droomt in een heel andere taal. Maar in de keuken komen we elkaar nader.

Dat ik als echtgenote-van-een-italiaan in aanmerking ben gekomen en nog immer voldoe, heb ik met name te danken aan de volgende omstandigheden:

  • Hij eet graag, veel en makkelijk. In tegenstelling tot de typische Italiaan vindt hij over de grens eten helemaal niet eng, en hij is dol op indische rijsttafel.
  • Zijn moeder is geen geweldige kokkin. Onderschat dit voordeel niet! De meeste mannen hier halen hun vrouwen het bloed onder de nagels vandaan door haar kookkunsten voortdurend met die van hun moeder te vergelijken, met desastreuze gevolgen voor de huwelijkse verstandhouding.
  • Als hij trek heeft in iets specifieks, maakt hij het gewoon even zelf.
  • En vooral: wentelteefjes! Mijn customised room-vanille dessertvariant heeft ons huwelijk al vele stormen doen overleven. Geldgebrek? Onoverbrugbare cultuurverschillen? Doorlopende verbouwingen? Drie baby's in nauwelijks vier jaar? Geen nood, na een stapel warme, welige wentelteven kunnen we er weer helemaal tegen.