Posts tonen met het label zorg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zorg. Alle posts tonen

woensdag 8 mei 2013

Epidemiologia

Het openbaar onderwijs is in Italië dermate stukbezuinigd, dat een pedagoog na de academie maar zeer moeilijk een vaste aanstelling verovert. Meestal blijft zo iemand lange, lange jaren hangen in tijdelijke assistentiebaantjes en versnipperde uurtjes her en der als ondersteunend personeel.
Aangezien de juf van de eerste klas voor het eerst een eigen groep heeft en ook nog uit het zuiden komt - wat het in de Povlakte niet makkelijker maakt - is het wel te begrijpen dat ze als de dood is dat er iets mis gaat.

Op een zaterdagavond ontdekte ik bij mijn dochter een fijne, lichtroze uitslag op borst en rug. 'Misschien heb je wel de vijfde ziekte', zei ik. Maar omdat het eigenlijk helemaal niet op een vlekjesziekte leek, mijn meisje kiplekker was en de vijfde ziekte trouwens ook volstrekt geen reden tot alarm zou zijn, liet ik het er verder welgemoed bij zitten. We plaagden er haar alleen een beetje mee, met die zogenaamde quinta malattia.

Oei.

Op dinsdag werd ik, een uurtje voor het uitgaan van de school, telefonisch door diezelfde school gealarmeerd omdat mijn dochter kennelijk doodziek was. Verbaasd spoedde ik mij er heen. Ik zag al van grote afstand dat die rotmeid vergenoegd stond te nepbibberen, waar ze overigens meteen mee ophield toen ze mij gewaar werd.

'De vijfde ziekte!' riep de juf met overslaande stem. 'Ze heeft de vijfde ziekte! Hoe zou ze het woord kennen als ze het niet heeft! Haar broer zegt het ook!'

Broederlijke solidariteit, dacht ik. Mooi wel.

'U heeft een kind naar school gestuurd bij Vermoeden van Besmettelijke Ziekte! Het kind is helemaal niet goed! En uitslag! Misschien wel roodvonk! De hele school in gevaar! De leerkrachten ook!'

Met hangende pootjes en een kerngezonde actrice ging ik naar huis, waar ze at als een wolf en de hele middag energiek buitenspeelde.

Omdat de kinderarts pas op vrijdagmiddag beschikbaar was voor het uitreiken van een attest heb ik mijn onruststookster drie dagen thuis moeten houden. Toen we uiteindelijk op consult konden, zei de dokter na één blik: 'O, een beetje warmte-uitslag. Zeker hard gespeeld met die mooie dagen laatst.'

Trouwens, met de vijfde ziekte blijken ze ook hier gewoon naar school te mogen.


De volgende keer noem ik het builenpest.

vrijdag 11 januari 2013

Al dente

Het schijnt een klassieker onder de angstdromen te zijn, die waarin ineens je tanden uit je mond vallen.

Zelf ben ik er geregeld door bezocht, toen ik jong was. De verschillende uitleggingen zal ik u en vooral mezelf besparen, want voor je het weet kom je in de aangekoekte afvoerkanalen van het brein terecht en in díe stinkende drab wil je liever niet gaan wroeten. Gelukkig heb ik de tandendroom al jaren niet meer gehad. Hij is geen pretje.

Maar iets van de paniek en het weemakende gevoel van onherstelbaar verlies waardoor zo'n droom onvergetelijk wordt, beving mij toen ik van de week een voorkies brak op een zacht broodje. Rampspoed.

Vooral financieel is zo'n ongelukje catastrofaal. Ik heb het indertijd overal geprobeerd, maar in Italië kun je absoluut geen tandheelkundige verzekering afsluiten. Zoiets bestaat domweg niet en geen verzekeraar die er aan begint. En tandartsen zijn duur. Heel erg duur.

De gevolgen van deze toestand zijn vaak duidelijk te zien.

Veel mensen verwaarlozen de boel jarenlang (een eenvoudig controlebezoek is meestal al te begrotelijk) en maken, als het even meezit, rond hun veertigste een reisje naar Kroatië of Hongarije voor wat voordelig hang- en sluitwerk dat hopelijk mee kan tot het tijd wordt voor een bejaardenkunstgebit.

Gelukkig is de tandarts een vriend van ons - het belang van vriendschappen moet je in Italië niet onderschatten - en houdt hij van indisch eten. Mijn tand is alweer keurig gerepareerd.

maandag 2 april 2012

Oud


In deze vergrijsde streken bereiken veel mensen een opmerkelijk hoge leeftijd.

Een oud-oudtante van de buurman vraagt al veertig jaar elke ochtend aan haar inwonende, inmiddels bejaarde zoon hoe laat het is, en op het onveranderlijke antwoord 'zeven uur, mamma' reageert ze steevast met: 'Apperò! Het is toch wat.' Een geregeld leven hélpt.

Een al tamelijk belegen kennis houdt er ergens een kromgegroeide, meestal zwijgende overgrootmoeder op na, die overigens nog levendig genoeg is om op de vraag 'wat wilt u voor kerstmis?' ad rem te kraken: 'Een doodskist! Un'incidente!' 

Corrado is de tachtig voorbij, maar laadt nog dagelijks in zijn eentje handmatig vooroorlogse ijskasten, gietijzeren kachels en verroeste baggermachines op zijn oud-ijzertruckje. Toen hij enige tijd geleden pijn in zijn buik kreeg, ging er een akelige nieuwe wereld voor hem open.
Ten eerste moest hij naar de dokter, voor hem een onbekende jonge vent, die het aandurfde nierstenen te constateren en hem doorverwees naar het provinciale ziekenhuis. Ten tweede werd hij daar ook daadwerkelijk opgenomen, iets wat hem tot dusver uitsluitend voorbehouden leek aan vrouwen en andere brekebeentjes. Ten derde spraken ze daar van opereren, voor Corrado aanleiding zich terug te trekken in een grommerige vijandigheid. 

De ingreep doorstond hij voorbeeldig, want tegen zijn krasheid kan geen dokter op. Maar toen hij bijkwam uit de narcose bleek zijn hostiliteit te zijn verkeerd in homerische woede. Artsen en verpleegkundigen sloeg hij van zijn bed. Het vergde vier man potig personeel om hem een injectie toe te dienen, en men zag zich gedwongen hem een kamer alléén te geven – ongehoord voor een fondspatiënt – met het oog op de veiligheid van de andere patiënten. Alleen een bezoek van zijn lievelingskleindochter vermocht hem uiteindelijk te kalmeren.

Corrado knapte verder snel op en gaat weer zijn gewone gang. Hij is alleen iets peinzeriger, af en toe. En het dansen heeft hij opgegeven.

woensdag 28 maart 2012

Hoe bevalt Italië?

Nou, weinig. En met kennelijke tegenzin. Het geboortecijfer in Italië is, zoals bekend, een van de laagste ter wereld - mijn bijdrage heeft daar geen significante verbetering in kunnen brengen. Het aantal keizersnedes beloopt zo'n beetje de helft van alle bevallingen, en vrijwel alle vriendjes van mijn talrijk kroost zijn enig kind.

Helemaal onbegrijpelijk is dat niet.

Kinderen zijn ontzettend duur. In een land waar de kosten van levensonderhoud op minstens hetzelfde niveau liggen als in Nederland maar het modale salaris ongeveer de helft bedraagt, waar kinderbijslag niet bestaat en basisbeurzen onbekend zijn, en waar je tot pakweg je vijftigste geen kans maakt op een vast contract en dus ook niet op een hypotheek, neemt de bevolking de voorschriften van het Vaticaan maar niet al te letterlijk. Zelfs vrome gelovigen zijn wel wijzer.

Het krijgen van kinderen is ook een erg medische toestand, misschien omdat vrouwen pas erg laat aan hun eerste - en enige - zwangerschap beginnen. Een zwangere vrouw staat per definitie onder controle van een gynaecoloog, met echo's alsof het niet opkan, en thuisbevallingen zijn exotische waaghalzerij. Ik heb trouwens ergens gelezen dat veel Italiaanse artsen graag keizersnedes uitvoeren, want dat hoeft niet 's nachts en levert ze een stuk meer op dan een natuurlijke bevalling. Het klinkt plausibel.

Op basis van mijn eigen eerste parto heb ik daarnaast de theorie ontwikkeld dat veel vrouwen na zo'n avontuur het verder maar liever voor gezien houden. (Waarschuwing: niet verder lezen als u moeite heeft met minder plezierige ziekenhuisscènes of klagende moeders.)

woensdag 14 maart 2012

Dokter, dokter

Als je in Italië komt wonen, kun je maar het beste leren bidden. Niet dat het helpt natuurlijk, maar zo heb je wat te doen terwijl je in de rij staat bij het afsprakenbureau, urenlang in een wachtkamer naar de obligate crucifix zit te staren of weken hulpeloos op een brancard ligt in een gang bij de spoedeisende hulp.
Ook doe je er goed aan over een ijzeren gezondheid te beschikken. Of over ruime financiële middelen en een privékliniek.

Omdat ik geen geld heb maar plotsklaps wel een even banaal als hinderlijk kwaaltje, heb ik mij van de week gewend tot de publieke gezondheidszorg in de vorm van de dorpshuisarts. Voorzien van mondvoorraad en een ruime keuze uit mijn bibliotheek betrad ik in de vroege ochtend de wachtkamer: een betonnen kubusvormig zaaltje, van onder tot boven betegeld, waar louter ademhalen al heel wat leven maakt.

Ik voegde mij bij een aanzienlijk gezelschap van oudere en veel oudere dames. Die zitten daar geloof ik elke dag, voor een praatje, een verwijzing naar een onduidelijke specialist of het onderhouden van hun antibioticaverslaving. De conversatie ging voornamelijk over wie na wie aan de beurt was en waarom. En wie er al dood was. En bij wie het niet lang meer kon duren. Aan de muur leed een stervende Christus zichtbaar met ons mee.

Af en toe stokte het kringgesprek wegens aanpalende constructiewerkzaamheden die de wachtkamer vulden met het donderend geraas van een drilboor, vele malen versterkt door de waanzinnige akoestiek. In de stiltes die overbleven, luisterden we ademloos naar de dokter die van achter de gesloten deur van de spreekkamer met galmende stentorstem de fysieke bijzonderheden van een dorpsgenote prijsgaf.

Ik houd het kort, anders schiet het niet op. Het wachten was lang. Halverwege de middag werd ik toch nog binnengeroepen.

maandag 12 maart 2012

Pokken

Jaja, ook in de Pokvlakte is het intussen lente. De vruchtbomen hebben dikke bloesemknoppen, madeliefjes en maartse viooltjes steken de kop op, en de virussen staan in volle bloei.

Nu ben ik best een zwartkijker, maar zó noodlottig had ik me de waterpokken toch niet voorgesteld.
Als ik even opkijk en niet oppas, schrik ik me lam van een bobbelig monstertje dat bij nadere beschouwing mijn oudste zoon blijkt te zijn. Na veel zoeken heb ik nog één plekje gevonden, ter hoogte van zijn linkerknieholte, waar ik hem met goed fatsoen een troostkusje kan toedienen.

Mijn schoonmoeder beweert nog steeds dat de landman de waterpokken allang heeft gehád vroeger, maar in elk geval heeft hij ze dan wéér. Mijn reus, rots en redding is neergezegen op de bank en probeert wanhopig niet te krabben. Zijn schedel, die toch al wel wat weg heeft van een hemellichaam, vertoont nu van dichtbij gezien een maanlandschap van hellingen, kraters en vulkanen op het punt van uitbarsten. En ook zijn jongste zoon geeft verontrustend blijk van mannelijke solidariteit.

Af en toe vlucht ik naar buiten met de aanstichtster van dit alles. Mijn inmiddels immune meisje, blakend en lelieblank, als een smetteloos licht aan het eind van deze pokketunnel.

zaterdag 10 maart 2012

Vreemde smetten

Mijn oudste zoon sluipt gesluierd als een Toeareg door het huis, zich met hand en tand verzettend tegen ontmaskeringspogingen door zijn broertje dat denkt dat ze spookje spelen. Het liefst blijft hij in zijn kamer met de deur op slot.
Mijn verzekering dat waterpokken ècht niet zo weerzinwekkend zijn, hij er helemaal niet raar uitziet en ik hem trouwens nog steeds lief zou vinden als hij groene schubben en een gevorkte staart kreeg, is voorlopig aan dovemansoren gericht.

Zijn zus is alweer twee dagen naar school geweest. Ze heeft de waterpokken en de naadloos volgende buikgriep bleekjes overleefd en draagt in alle zakken fotokopieën van de verplichte doktersverklaring mee. Met malattie infettive kun je tenslotte niet voorzichtig genoeg zijn, want voor je het weet komen kinderen massaal naar school met vliegende tering, lepra of builenpest.
(Dat haar broertje blijmoedig in haar kielzog meeschuift met een heel verdacht puistje onder zijn neus, wijt ik desgevraagd aan een overdosis salame op een onlangs door overvloedig braken geleegde maag. Daar kom ik tot dusver goed mee weg.)

Intussen ben ik aan het hoesten, het gezinshoofd aan het rochelen, en transpireren we elkaar 's nachts beurtelings uit de slaap. Dat leidt dan tot fluisterend bekvechten en verwensingen in gebarentaal, want we zijn allebei zo goed als stemloos.

Tja. Met goede moed voorwaarts. Heeft er nog iemand een hoofdluis gezien, de laatste tijd?



maandag 5 maart 2012

Alles stroomt

Als de voortplanting mij één ding heeft geleerd, is het wel dat we voornamelijk vochtverwerkingsinstallaties zijn. Hippocrates had een punt. Ons naakte bestaan wordt bepaald door sappen, goeie en kwaaie.

Het kind wordt verwekt met vocht en bewaard in vocht. Bevallen levert zeeën bloed, zweet en tranen op (en vruchtwater natuurlijk). Als het kind er eenmaal is, begint een zondvloed van melk, spuug, poep, pies, snot en kots. Had ik al gezegd dat dit een beetje een vies praatje werd?

Enfin. Nu ze geen baby's meer zijn, begint mijn wereld weer een beetje op te drogen. Er gaat melk of sap in, er komen plasjes uit, die vaak zonder mijn tussenkomst worden weggewerkt.

Maar één of twee keer per jaar krijg ik een wake-up call van de natuur.

Buikgriep.

Ik zal u de walgelijke details besparen, maar er komt een hoop wassen, soppen en spoelen bij kijken. Ik draag permanent regenkleding en mijn vingers zijn gerimpeld als die van een pasgeborene.

Een dezer dagen verzuip ik in de eeuwige stroom, die volgens Heraclitus nooit dezelfde is - maar dat is een schrale troost.

donderdag 1 maart 2012

Vijf dingen die je dacht te weten over Italië

Er zijn in Nederland van die Italië-aanbidders die het voortdurend hebben over la dolce vita, goddelijke prosciutto, taalcursussen en huisjes in Toscane. Zo was ik niet. Wonen in Italië is nooit een ambitie van me geweest, en zéker niet in de Povlakte.

Maar als een man je een beetje moeite en ongerief waard is, neem je zijn land er in vredesnaam maar bij. Het is zoiets als een wat lastige schoonmoeder. Op den duur leer je haar waarderen om haar reële kwaliteiten en berust je zuchtend in haar kuren – hoewel je haar nooit helemaal normaal gaat vinden en je jezelf nog steeds wel eens betrapt op het schuimbekkend headbangen van een schuldeloze muur.

En tijdens het berusten kun je voor verrassingen komen te staan. Hieronder een lijstje met dingen die ik over de Italianen dacht te weten:
  1. Italianen spreken Italiaans.
  2. Italianen drinken de hele dag cappuccino.
  3. Italianen hebben de spaghetti bolognese uitgevonden.
  4. Italianen eten altijd gezond, met veel olijfolie en zo.
  5. Italianen zijn dan ook gezonder dan wij.
Welke zijn waar? Conclusies na de jump.

woensdag 29 februari 2012

Caghetta

Dat klinkt eigenlijk wel een beetje naar een fijn Italiaans gerecht, maar betekent toch iets anders.

Toen ik vanochtend tweederde van de kinderschaar (dochter is al vijf dagen thuis met de waterpokken en is op school pas weer welkom met een volledig vlekvrij velletje en een doktersverklaring) naar school wilde afvoeren, bleek de jongste (3) net op dat strategische moment in zijn broek te hebben gepoept. En niet zo'n beetje. Onvervalste, serieuze buikloop.

En die buik loopt maar door. Tegen lunchtijd kwam het jongetje wel even aan tafel, maar alleen om er zijn magere maaginhoud over uit te storten en rechtsomkeert te maken. Een duidelijk statement. Nu ligt hij als een dood vogeltje op de bank, terwijl zijn zus ernaast een overtuigende imitatie geeft van een krentenbrood ("ik zei toch, niet krabben!").

Een snel overzichtje uit het blote hoofd: er zijn nu twee kinderen in huis die de waterpokken nog niet hebben gehad. Er zijn ook twee kinderen die nog niet aan de dunne zijn. Beide zijn enorm besmettelijk. Ik moet me dus voorbereiden op nog vier maal een ziek kind, tenzij de oudste het voor elkaar krijgt twee aandoeningen tegelijk af te werken. En ikzelf ben helaas niet immuun voor maagdarmvirussen.

Mocht ik de komende tijd wat brakerig klinken, dan weet u hoe dat komt.