Posts tonen met het label taal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label taal. Alle posts tonen

donderdag 6 december 2012

Scuola

Ik weet niet hoe het er bij u aan toe gaat, maar ik vind die tien-minutengesprekken met de insegnanti op de plaatselijke school hoogst enerverend. Ik ben er altijd dagenlang danig van uit mijn evenwicht.

Bij elke positieve noot zwel ik tot tranens toe van trots, om bij de onvermijdelijke kritiekpunten onmiddellijk weg te zakken in het drijfzand van moederlijk zelfverwijt. Oók tot tranens toe. Zo word ik tien eindeloze minuten lang heen en weer geslingerd tussen euforie en wanhoop, en heb na afloop een borrel nodig en een brede schouder om op uit te huilen.

Gelukkig ben ik aangaande mijn oudste zoon al wat gewend en werd over hem deze keer een mild oordeel uitgesproken. 'Hij leest zó goed.' Ja, dacht ik zelfgenoegzaam, dat weet ik. 'Maar zijn aandacht laat nog wel erg te wensen over, het lijkt wel of hij zich verveelt.' Ja, dat haalt je de koekoek, dacht ik. Ik kwam dus redelijk ongeschonden weg.

De klap viel bij mijn dochter, die sinds eind september de eerste klas bevolkt. 'Als haar iets wordt gevraagd, is ze altijd eerst even stil voordat ze antwoord geeft. Misschien heeft ze een taalprobleem. Wat spreekt u thuis met haar?' Nou, ik Nederlands, uiteraard. De juf (die een uitgesproken Napolitaans accent bezit, maar dat terzijde) zweeg eventjes veelbetekenend en sprak toen: 'Maar we zijn hier natuurlijk in Italië.'

Ik leg het haar later misschien nog wel eens uit. Mijn dochter heeft geen taalprobleem, maar een gezond wantrouwen tegenover grote mensen die in een te kleine wereld leven.


zaterdag 21 april 2012

Schaarse schatten


Als een Italiaan een baby in het oog krijgt, roept hij of zij onveranderlijk 'che bello! bellissimo!' Wat mooi! Ook als het een gedrocht van een kind betreft waarvoor de honden jankend op de vlucht slaan en die de pastoor het liefst met veel knoflook zou dopen, voor de zekerheid.

Uw en mijn kinderen zijn natuurlijk allemaal zo niet beeldschoon, dan toch minstens zeer passabel, maar sómmige baby's zijn nu eenmaal angstaanjagend lelijk. Ik probeer dan mijn afgrijzen te verbergen en mompel iets als 'wat lief' of 'geestig kind'. Maar Italianen hebben een beperkte woordenschat als het om neonati gaat.

(Ze hebben wel meteen een probleem met de geslachtsaanduiding, aangezien de onzijdige vorm in het Italiaans niet bestaat. Om de bewonderaars niet in verlegenheid te brengen is uitbundig roze voor een meisjesbaby dan ook een vereiste.)

En omdat ze zo weinig baby's maken, is elk nieuw zieltje een wereldwonder waar een ieder zijn tederste aandrang op botviert. Ik heb indertijd erg moeten wennen aan de handtastelijkheden waaraan mijn pasgeborenen blootstonden. Ze werden bepoteld, gekust en zelfs ongevraagd uit hun wagen geplukt door vriend, vijand en wildvreemden in de supermarkt, waarbij ik mijn moederlijke instincten tot het uiterste moest onderdrukken om deze goedwillende aanbidders niet met tanden en klauwen te lijf te gaan.

Ik was ooit in een parkje met mijn zoontje aan het spelen, terwijl mijn dochter van drie maanden (eindelijk) rustig in haar wagen lag. Een bejaarde man, die wat hanig langsliep met twee dames, probeerde, in een kennelijke poging zijn opakwaliteiten te demonstreren, het kind uit haar bedje te pellen. Mijn aanwezigheid werd hierbij volledig genegeerd.
Maar dat deed er niet toe. Mijn dochter was toen al een kleine heks die een wantrouwige inborst paart aan vocale gaven die grenzen aan het bovennatuurlijke.

Ik kom geregeld in dat plantsoentje, maar heb die man er niet meer teruggezien. Nooit meer.


vrijdag 30 maart 2012

Link

De vader van een kennis heet Modesto ('bescheiden') en zegt niet veel, maar zijn vrouw Franca ('openhartig') neemt geen blad voor de mond. Het is duidelijk dat ze elkaar perfect aanvullen. Dat met die namen kan bijna geen toeval zijn.

In Italië circuleren veel voornamen die in de normale omgangstaal echt iets betékenen.

Ik vind dat altijd een beetje riskant. Je dochter Benedetta ('gezegend') noemen lijkt me de goden verzoeken, Immacolata ('rein', 'onbevlekt') om voor de hand liggende redenen eveneens, en noem je haar Gioia ('vreugde') dan zou je daar nog wel eens spijt van kunnen krijgen als ze eenmaal een norse tiener is met een afgebroken opleiding, een fout vriendje en een drugsprobleem.

Ik ken een man die Felice ('gelukkig') heet. Als ik hem tegenkom en vraag hoe het hem gaat, is het antwoord onveranderlijk: 'Male'. Zijn auto wilde niet starten, hij heeft wéér niks gewonnen in de lotto, een recente bloedproef gaf een vreemd beeld en zijn sleutels zijn zojuist in een afvoerputje gevallen. Hij zucht hierbij altijd heel depressief. Onlangs belde hij een vriend met een acuut probleem: 'Sono Felice! Sono nella merda!' ('Ik ben Gelukkig! Ik zit in de puree!') en kreeg toen alleen te horen dat hij daar dan maar moest blijven. Plus een lachsalvo.

De lijst is lang. Fortunato, Salvatore, Ultimo, Desiderata, allemaal aanduidingen waar ik wat huiverig van word. Maar het allerbontst maakten het toch wel de ouders van ene Circoncisa.

'Hallo, ik ben Besneden. Wil je met me dansen?'

Nou, nee.


maandag 19 maart 2012

Pronto!

Toen ik hier indertijd verzeilde, sprak ik zo goed als geen Italiaans. Ik kon al wel buongiorno! roepen en een cappuccino bestellen, maar veel dieper groef het niet. Met Engels kom je hier niet ver. Dat was best lastig, en een beetje eenzaam.

Ik heb talloze etentjes uitgezeten waarbij ik conversatiegewijs geheel buitenspel stond, en de tijd stug grijnzend doodde met nog maar een hapje van dit en een slokje van dat (gelukkig had ik toen nog geen rijbewijs). Toen ik genoeg idioom had opgepikt om, heel voorzichtig, óók eens een zinnetje bij te dragen, viel iedereen stil - om vervolgens paniekerig aan mijn oppasser te vragen: 'Cos'ha detto? Wat zei ze?'

Ontmoedigend.

Toch wist ik een baantje te regelen bij een vertaalbureautje, als schutterig hulpje van een alleraardigste dame die van mij wat Engels hoopte te leren. Een paardenmiddel. Ze was vaak afwezig en liet me dan in mijn eentje op het kantoor en de telefoon passen. Van die telefoon droom ik nóg wel eens. Als hij rinkelde, nam ik met bevende handen op. 'Pronto?' schorde ik dan.

'Buongiornochiamodalladittaxperildottorparmigiani abbiamounpiccoloproblemaconlatraduzioneelafattura insommaciservequalchechiarimentopernonfiniremale potreipercortesiaparlareconlasignorascarabocchi?'

Het állerlaatste stukje tenminste verstaan hebbende, riep ik: 'La signora Scarabocchi non c'è! Later terugbellen! Ciao!' waarop ik de verbinding bruusk verbrak en het zweet van mijn voorhoofd wiste.

Nou ja, zodoende heb ik stukje bij beetje mijn stem teruggevonden. Maar de taalkundige flaters die ik in de loop der jaren heb geslagen, bezorgen me nog altijd maagpijn. Ik heb onbedoeld beledigd, gekwetst, en mensen doen vrezen dat ze toch niet helemaal sporen, die olandesi. Ik moet het de Italianen echter nageven: ze zijn in die dingen uiterst hoffelijk en vergevingsgezind.

De bejaarde buurvrouw glimlachte toegeeflijk toen ik aanbood een paar kutten voor haar te plukken - maar het heeft me toch heel wat nachtrust gekost.


woensdag 7 maart 2012

Moedertong

Ik kan me de scène levendig voorstellen:

Oud en der dagen zat lig ik te zieltogen op mijn sterfbed.

Met mijn laatste krachten en allerlaatste vonkje bewustzijn steun ik:

"Kinderen, ik heb jullie allemaal innig liefgehad. Ik vraag vergeving voor wat ik jegens jullie mocht hebben misdaan. De kist met goud is begraven onder de laatste pereboom in de derde rij. Ik zegen jullie."

En terwijl ik mijn laatste adem uitblaas, kijken mijn inmiddels middelbare en armlastige (tja, in Italië blijven hangen, de sukkels) kinderen elkaar vertwijfeld aan en roepen:

"Come? Cosa?"


Ik hecht dus sterk aan een tweetalige opvoeding.