Posts tonen met het label dorp. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dorp. Alle posts tonen

donderdag 9 mei 2013

Ziel


'Ja ja, het einde is nabij', zegt Corrado monter.

'Niet dat dat nou zo erg is. Eeuwige rust lijkt me wel wat, eigenlijk.'

Hij werpt een trage blik op de kerk die, verbonden en gespalkt, al een jaar ontoegankelijk is.


'Hoewel... als je de priesters moet geloven wordt het nog een dolle boel. Eeuwig hellevuur. Of het paradijs. Het kan vriezen of dooien, zogezegd. Nou hebben ze over de hel altijd heel wat weten te vertellen. Allemaal gruwelen, ik heb wel mensen gekend die zich de stuipen op het lijf lieten jagen. Maar de hemel... mistig hoor.'

Hij grijnst.

'Ja, ze hebben mij natuurlijk ook communie laten doen en het vormsel en zo. Mooie kleren aan, je moeder trots. Je hebt als kind ook weinig in te brengen, hè? Maar daarna had ik er geen zin meer in. Hoeft ook niet. Als je doodgaat komt de priester je nog even alles vergeven en de familie betaalt. Slim geregeld.'

'Om je onsterfelijke ziel te redden, zeggen ze. Maar wat moet ik met een onsterfelijke ziel? Per carità. Laat ze zelf maar lekker op zo'n wolk gaan zitten. Gewoon dood zijn, dat is pas rust. Maar bij mijn begrafenis héél eventjes weer tot leven komen en don Ivo haarfijn vertellen wat ik van hem denk, dat zou ik wel leuk vinden.'

Corrado lacht nu voluit. Het is een mooie, zonnige ochtend.


donderdag 21 februari 2013

Rij

Tussen kwart voor acht en half negen wordt het dorp een beetje metropool.

De schoolkinderen moeten om acht uur in het opgelapte leergebouw aan de hoofdstraat zijn, mensen moeten via deze verkeersader naar hun werk en intussen rijden de vrachtwagens van de meelfabriek ('molen' klinkt hier een beetje te rustiek) schuin tegenover de school af en aan. Er zijn opstoppingen, er wordt getoeterd en dubbelgeparkeerd, mensen rennen van hot naar her en het kan gebeuren dat je op de hoofdstraat zomaar in een echte file belandt.

Dat is vervelend, want ik heb haast vandaag.

We hebben namelijk een brief gekregen, van Silvio. Hij heeft het beste met ons voor en meldt dat we binnenkort de in 2012 met pijn afgedragen onroerendgoedbelasting (de beruchte IMU) kunnen terughalen bij het postkantoor.
Ik ga dus maar vast in de rij staan, zodat ik aan de beurt ben voor het geld op is. Leer mij de Italianen kennen.

Het kan dus zijn dat ik de komende weken even geen gelegenheid heb om nieuwe stukjes te schrijven. Of te douchen. En stemmen gaat dit weekend ook niet lukken. Maar dat zal Silvio wel begrijpen.


vrijdag 1 februari 2013

Bar (II)

Op dit uur bevatte de bar alleen wat gepensioneerden en vertegenwoordigers.

'Hé, Maurizio', zei Beppe vanachter zijn glaasje witte wijn. 'Weet je wat ik vandaag ga eten?'

De barista wist het niet.

'Tagliatelle met ragù', stelde Beppe vergenoegd en verschoof zijn kunstgebit met zijn tong. 'Bij Andrea in de Tre Galletti. Tagliatelle met ragù...'

Maurizio tapte luidruchtig een ristretto voor de kleumerige Enrico, die al even had staan wachten.

'... en dan scalloppine met champignons. Je hebt er, die hebben ze liever met citroen. Maar ik vind het daar het seizoen niet voor.'

Maurizio nam er nota van.

Enrico slurpte zijn koffie weg en sprak: 'Weet je wie zich nu weer heeft opgehangen?'

Er viel even een verwachtingsvolle stilte.

'Die neef van Brunello, weet je wel, die Tommaso. Harstikke failliet.'

Maurizio klakte meewarig.

'Thuis heeft-ie het gedaan', weidde Enrico uit. 'Tja... voor de familie vind ik het niet kies. Maar je kunt het toch bezwaarlijk in de kerk doen, niet?'

Maurizio stemde zwijgend in.

'Minestra di fagioli', mijmerde Beppe. 'Daar zou ik ook nog wel trek in hebben, met dit weer. Of polenta.'

Gianni kwam achter de fruitmachine vandaan. 'Weer verloren, hoor. Doe maar koffie dan.'

'Evenzogoed een prima service bij Andrea', ging Beppe door. 'Primo, secondo, wijn en water, vijftien euro. Dat hoor je wel eens gekker. Gisteren was er een lekkere stoofschotel...'

'Hee, weten jullie wie er dood is?' bedacht Gianni.

'Ja, dat zei ik net', zei Enrico. 'Tommaso, die neef van Brunello. Die heeft zich verhangen.'

Gianni zuchtte ontgoocheld. 'Maurizio, zet er maar een grappa naast.'


donderdag 20 september 2012

Nostalgia

'Ik had een oom', zegt Corrado, 'die ging naar Amerika.'

Een gebaar, ver weg.

'Dan spreek ik van een flink stuk voor de oorlog. Zat in de knoei met een meisje dat-ie niet trouwen wou, en gaat me er toch vandoor, in enen naar Amerika. Dat was een andere wereld.
Zijn moeder heeft er veel weet van gehad. Poveretta.'

'Dat meisje is nog wel goed terechtgekomen. Ken je Martinelli, de uitdeuker? Da's nog een kleinzoon van haar.'

'Maar die oom van me, die is gewoon veertig jaar weggebleven en kwam toen nog eens kijken. Blijkt-ie al die tijd heimwee te hebben gehad. Maar koppig.
Enfin, hij wordt oud en komt terug. Kan natuurlijk zijn draai niet vinden. Ja, al die oudjes waren al dood, hè? Zo ging dat.'

'Ik heb nog wel eens een paar glaasjes met hem gedronken toen. En hij zit zo een beetje stil te wezen. En ineens zegt-ie: "Ik zoek geen plááts terug, jongen. Maar een tijd. Die van mij is doorgesneden en weg en ik krijg geen andere meer." Dat zegt hij.'

'En verdomd, die ouwe zag dat goed. Ikzelf ben nog nooit verder geweest dan Comacchio, en dan gauw weer naar huis - maar ik verrek van de heimwee.'


woensdag 19 september 2012

Rekenen

Van zo'n aardbeving wordt de gemeentelijke politiek nóg interessanter.

Er zijn verwijten geweest en bedreigingen geuit, er is geruzied en geprocedeerd, er zijn koppen gerold en marionetten verschenen, er is gebouwd en versterkt en gepleisterd en verregaand bezuinigd, maar eindelijk, eindelijk, na vier volle maanden vakantie, gaat volgende week de plaatselijke scuola elementare weer open.

Met een aangepast rooster. Mijn basisschoolbloedjes hoeven enerzijds niet meer op zaterdag naar school, maar hebben anderzijds een dagelijks continuprogramma van vijfeneneenhalf uur aan één stuk, behoudens een kwartiertje pauze.

Als ze dan rond tweeën uitgeblust en uitgehongerd thuiskomen, zal ik ze tijdens het wegwerken van de koudgeworden lunch nog moeten voorbereiden op een stevige huiswerksessie met veel tafels van vermenigvuldiging.

Nou ja, mijn kindvrije ochtenden zijn wél lekker lang zo.

Ik ben benieuwd of ze nog wat leren.


zondag 15 juli 2012

Baas

Luciano hield Marta kort.

De teef sleet haar leven aan een ketting van anderhalve meter op een kaal en stinkend hoekje erf.

Op een dag wist ze zich te bevrijden. Een paar dagen later werd ze gevonden op een akker bij een dorp verderop. Luciano tuigde haar grondig af, sleurde haar terug naar huis en pochte bij de buren dat Marta het wel uit haar hoofd zou laten nog eens bij hem weg te gaan.

Dat deed ze tóch. Binnen een maand of wat was ze dood. Luciano was overmand door verdriet. De buren zagen hem wanhopig huilen op het erf, vooral toen de pastoor niet bereid werd gevonden een mis voor Marta te lezen.

Maar het beest had toch minstens recht op een christelijke begrafenis. In het holst van de nacht begroef Luciano haar buiten tegen de muur van het kerkhof van het nonnenklooster, in de hoop dat hij hiermee nog een stukje gewijde grond te pakken had.

Het versgedolven graf viel op. De nonnen schakelden de politie in; het kreng werd opgegraven en verbrand. Toen Luciano bij het vallen van de avond aankwam met verse bloemen, trof hij een gapend gat aan.

De volgende morgen bleek een onverlaat de foto's op de zerken van minstens tien hemelende nonnen te hebben verbrijzeld. Niemand wist wie het gedaan had, en dat bleef zo.


Luciano's vrouw komt trouwens maar zelden meer buiten.



vrijdag 6 juli 2012

Correctie

Toen ik van de week wilde inparkeren op het dorpsplein berekende ik de bocht net niet helemaal correct, zodat de linker voorzijde van mijn auto lichtjes in aanraking kwam met de rechter achterzijde van een reeds geparkeerd vehikel. Nadere inspectie wees uit dat de ontbrekende verf van dat laatste vervoermiddel waarschijnlijk de vlek was die ik ineens aan de linker voorkant had. Wat nu? 


Ik had mijn zoon bij me, en het halve dorp kon het gezien hebben, en wie weet was die auto wel van een lokale zware jongen, dus er welde een onweerstaanbare aandrang tot correctheid bij me op en prompt schreef ik een verontschuldigend briefje met het telefoonnummer van mijn echtgenoot, die verstand heeft van auto's, schade en Italianen.
De landman, Italiaan die hij is, vond dat briefje weliswaar een beetje overdreven, maar heeft de zaken toch welwillend ter hand genomen en kwam tot overeenstemming met de gedupeerde, die een heel correcte middelbare Marokkaan bleek te zijn. De schade werd geraamd op honderd euro. 


Gisterochtend moest ik die schuld nog even gaan betalen. Ik sprak telefonisch af op hetzelfde dorpsplein, waar ik door verregaande punctualiteit natuurlijk tien minuten te vroeg arriveerde en dus nog even snel een kopje koffie ging drinken in de bar. 
Ik legde de situatie uit aan de barista, die mij zeer correct vond maar wel een tikje overdreven (tja, Italiaan). Vervolgens trad er, ook vijf minuten te vroeg, een keurige, ietwat exotische heer binnen die zich ontpopte als mijn slachtoffer.


Mij nogmaals verontschuldigend voor de overlast overhandigde ik hem twee briefjes van vijftig euro. Hij dankte mij hartelijk en gaf me er een weer van terug, omdat, zei hij, zowel ik als mijn echtgenoot zo correct waren geweest. Het andere hield hij graag zelf, niet, zoals hij licht gegeneerd uitlegde, omdat hij werkelijk van plan was zijn auto te laten repareren, maar omdat de aardbeving hem zonder huis, werk en middelen had gelaten. 
Hierop schudden wij elkaar plechtig de hand onder het wederzijds uitspreken van welgemeende dankwoorden en zegenwensen, terwijl de barman met open mond om zoveel correctheid toezag en op de achtergrond aanzwellende vioolmuziek begon te klinken.


Ook in dit dorp hebben immigranten een bedenkelijke reputatie. Maar die hebben we toch maar even mooi gecorrigeerd.



donderdag 14 juni 2012

Zusters

Ach, was zuster Anna er nog maar, had ze ons maar niet verlaten!

Zij zou de aardbeving eigenhandig hebben opgegraven en aan zijn oor naar de kerk hebben gesleurd voor omstandig boetedoen met veel paternosters en weesgegroetjes. Suor Anna had raad geweten. Maar onze legendarische kleuterschooldirectrice is vorig jaar bij wijze van pensioen naar een andere regio overgeplaatst en haar opvolgster is uit heel ander hout gesneden.

Suor Lidia weet geen kleuter te imponeren, laat staan dat ze zich met een natuurramp kan meten. Onmiddellijk na de eerste aardbeving moest ze dringend haar familie opzoeken, drie provincies verderop, en daar is ze tot ná het drama van 29 mei (weer een zware schok, nu overdag, terwijl de scholen net waren heropend) gebleven, leerlingen en personeel overlatend aan Gods wil en de elementen.

Enfin, op het gebouw rust kennelijk zegen, met name omdat het geheel gelijkvloers is en met een moderne, lichte structuur. Aanstaande maandag moet Suor Lidia nagelbijtend weer aan het werk, en zingt moeder het Magnificat.


maandag 11 juni 2012

Oorlog

'De oorlog, dat was ook zoiets,' zegt Corrado.

'Dan ging het luchtalarm af en rende je als een gek het veld in, want binnen een paar minuten vlogen ze boven je hoofd, die klotebommenwerpers. Figli di puttana.'

Hij zwijgt een poosje. Mannen van die leeftijd kunnen vaak mooi zwijgen.


'Maar nu hebben we niet eens meer een luchtalarm. Zo gauw je gerommel hoort ligt die bom al in je huis.'

Hij werpt een mismoedige blik op zijn gloednieuwe bungalowtent. Dan kijkt hij weer naar de grond.

'Weet je, die moderne tijd... ze hadden er nooit aan moeten beginnen.'



maandag 28 mei 2012

Vibrato

Ja, nogmaals terremoto. Het heerst nogal in deze contreien.

We zijn nu acht dagen verder en de aarde trilt nog steeds. Je wordt voortdurend een soort licht gegolf gewaar. Het heeft wel iets van een groot schip waarop je de zee niet echt voelt, maar dat toch niet helemaal stabiel is onder je voeten. (Die vergelijking met de zee zal de mensen van het ontruimde dorp verderop ook wel aanspreken: hun huizen dreigen door de Povlakte voorgoed te worden verzwolgen.) Mocht je van dat gedein een beetje suffig worden, dan brengt een klinkklare schok zo om de paar uur je wel weer bij je positieven.

Veel mensen slapen al een week, vaak met het hele gezin, in hun auto die ze zo ver mogelijk van gebouwen af parkeren. Anderen hebben tenten opgezet in het verste hoekje van hun tuin en wij gebruiken ons huis overdag wel, maar brengen de nacht in de camper door. De bovenverdieping wordt gemeden als de pest. Hopelijk slijten de zenuwen (en de seismische activiteit) voordat het winter wordt. Gisteravond, bij een wat langere beving van vier op de schaal, ben ik toch maar weer even naar buiten gerend, met bijna achterlaten van een vinger achter de deurklink. Die vinger voel ik nóg, en zo zie je maar weer wat een natuurramp met je doet.

Ons eigen dorp heeft nog geluk gehad. Een aantal huizen is onbewoonbaar, maar er zijn geen echte verwoestingen. Don Ivo's kerk is gesloten en zal dat nog jaren blijven, maar staat wel overeind en de scheve toren geeft geen krimp. Tot verdriet van mijn zoon zijn de scholen ook gespaard gebleven en sinds vrijdag zelfs weer in bedrijf. Van zijn klas van zesentwintig kinderen waren er welgeteld zes aanwezig. Veel gezinnen zijn maar vast met de zomervakantie begonnen en men is massaal weggetrokken naar zee of naar de bergen, het maakt niet uit, als de grond er maar niet beeft en je 's nachts rustig slapen kan.


Het nabije kasteel, dat prachtige kasteel waar ik zoveel hemelse avonden heb beleefd en waar vrijwel mijn hele sociale en culturele leven was geconcentreerd, heeft het niet gehouden. De veertiende-eeuwse toren is afgeknapt en voorzover de rest niet is ingestort, is het geheel onbruikbaar geworden. Mijn vriend Clark, die met zijn hartelijkheid en kunstzinnigheid dit gastvrije cultuurparadijs maakte tot wat het was, is zowel dak- als brodeloos geworden. Ik kan alleen maar hopen dat hij een nieuwe mooie plek vindt (en dan niet te ver weg, anders wordt mijn leven een huisvrouwenwoestijn). Waarmee ik maar wil zeggen dat donaties, hoe bescheiden ook, onuitsprekelijk worden gewaardeerd.


maandag 23 april 2012

Madre Teresa



De bar is heel voordelig gelegen, tamelijk centraal en pal tegenover de lagere school.

Dat levert natuurlijk extra klandizie op. Om kwart over acht arriveren de ouders die zojuist hun handenbindertjes hebben afgeleverd en nog even snel moeten ontbijten. Om twaalf en vier uur nemen de opa's en oma's vast een hartversterking, om een kwartier later terug te komen met de afgehaalde kinderen die altijd iets lekkers verdienen.

Nee, aan de locatie ligt het niet. En toch heeft er jarenlang een doem op de gelegenheid gerust.

Toen ik hier pas woonde en de bar al een tijdje kwijnde, werd hij met doelgroep en al overgenomen door Romeo en Serena, nieuwkomers in het dorp. Romeo bleek een blaaskaak zonder horeca-ervaring die van een barmanschap roem en rijkdom verwachtte. Voor zover deze houding de vaste klanten niet op de vlucht joeg, werden ze wel weggetreurd door de altijd demonstratief terneergeslagen Serena, die de koffie zuchtend onder het tuitje koud liet worden. De bar werd een verliespost. Toen Romeo geld bleek te hebben geleend van een stel grotestadsmafiosi die, waarschijnlijk wegens wanbetaling, de nering op een goddank rustige avond onder vuur namen, moesten hij en Serena het veld ruimen.

Daarna kwamen er Chinezen. Omdat de meeste dorpelingen het Chinees niet meester zijn en prijs stellen op een correcte uitspraak van de 'r', zaten er alleen ándere Chinezen, waarvan er te weinig in het dorp wonen om de bar draaiende te houden. Na een poosje kwam er weer een stadsechtpaar, dat het interieur grondig vernieuwde maar de klanten toch niet wist terug te winnen, en vervolgens stond de bar weer een tijdje leeg.

zondag 22 april 2012

Gelato

Het waait en het is nog erg fris voor de tijd van het jaar, dus in de gelateria is het rustig. De ijsman zit om een praatje verlegen.

Hij is veertig jaar geleden geboren in New York, en hoewel zijn ouders onmiddellijk daarna fluks weer naar het dorp zijn terugverhuisd, laat hij zich 'Danny' noemen en begroet mij met een enthousiast 'goode mowning'. Hij beklaagt zich graag over het benepen dorp, het achterlijke Italië en het feit dat hij steeds maar ijs moet verkopen, hoewel hij er dankzij dat - echt heerlijke - ijs warmpjes bijzit. Of Nederland een goed ijsland is?

Voor ik een bevredigend antwoord klaar heb, stormt Gianni binnen. Ik kan nog net een stapje opzij doen. Gianni is de dorpsdief, sinds jaar en dag berucht omdat je in een dorp nu eenmaal heel weinig kunt verbergen.

'Zeg op, wat zeggen ze over mij hier, hè?' schreeuwt hij Danny van dichtbij in zijn gezicht. Deze zegt rustig: 'Dat je een dief bent, natuurlijk.'

'Merda, net wat ik dacht!' briest Gianni en snelt de zaak uit met een oprecht verontwaardigde rug.


 Het ijs was weer aangrijpend lekker.


vrijdag 20 april 2012

Sangue

Er is een moord gepleegd, een dorp verderop. Een bloedige. Op tweede paasdag.


Dat is natuurlijk heel akelig en helemaal niet de bedoeling. Maar de gemeente staat wel weer voor járen op de kaart.



De niet-rechtstreeks betrokkenen hier zijn, nou ja, niet buiten zichzelf van vreugde of zo, maar ze lopen toch te glimmen van nieuwsgierig- en belangwekkendheid en hebben weer lekker veel stof tot eindeloze speculaties in de bar. Allemaal hopen ze nog een keertje te worden geïnterviewd door de alomtegenwoordige sensatiepers. Allemaal weten ze exact hoe lang het bloedspoor was, waar het slachtoffer woonde en boodschappen deed, wat er de avond van het gebeuren gegeten is, waar de dader werkte en diens bloedgroep. Slechts één - centrale - vraag blijft open: waarom? Men weet het niet, en dat is fijn gissen.

De bejaarde maar sanguïnische buurvrouw heeft het er al tien dagen met veel gusto over. Ze haalt me het bloed onder de nagels vandaan met haar eindeloze repetities. Na een uitgebreide recapitulatie van de bekende bloederige feiten en het ontvouwen van diverse theorieën omtrent het motief, schakelt ze in één adem over op ándere slachtingen waar ze wel eens van gehoord heeft, en alle dodelijke ongevallen waarvan ze in haar lange leven kennis heeft genomen. Hoe meer slachtoffers hoe beter. Hematologische bijzonderheden en leed van bloedverwanten worden zo breed mogelijk uitgemeten. Intussen voeder ik mijn kippen en doe of mijn neus bloedt.

De schijnbaar koelbloedige moord heeft toch ook wel weer zoveel kwaad bloed gezet dat er een algemene bloeddorst heerst. Eigenlijk zou men het bloed van de dader wel eens willen zien, en diens prompte arrestatie wordt een beetje beschouwd als doekje voor het bloeden. Ik vrees lichtelijk voor bloedwraak, want dat zit die warmbloedige mensen hier misschien toch wel enigszins in het bloed.

Hopelijk bloedt het gauw dood.


maandag 16 april 2012

Confessione


Fabio en Daniela zijn tóch getrouwd. Het spande er even om.

Hun verloving duurde een gaandeweg gezapiger decennium, met de laatste jaren enige opwinding in het gesteggel over onroerend goed. Haar familie of de zijne? Daniela won, krachtig gesteund door haar moeder.


Voorts lag er de vraag in welke mate het toekomstige interieur vernieuwd moest worden. Zij won. Maandenlang hebben ze elke zaterdag doorgebracht in keukenshowrooms en meubelboulevards, waarbij Fabio er al gauw in berustte dat hij niets anders had in te brengen dan zijn salaris.

En de bruiloft. De jurk, de locatie, het eten, de gasten. Fabio probéérde niet eens een mening te hebben. Maar toen het op de getuigen aankwam hield hij, tot verbijstering van zijn aanstaande schoonmoeder, ineens voet bij stuk. Het moest en zou Paolino worden, zijn beste vriend.

Paolino heeft alleen, voor een huwelijksgetuige, het nadeel dat hij geen voorstander is van het huwelijk in het algemeen en dat van zijn vriend in het bijzonder. Bovendien staat hij op gespannen voet met de Kerk. De laatste keer dat hij haar bezocht, lang geleden, was uit zuiver zondige overwegingen. Een vrome maar welgeschapen jongedame had hem zekere gunsten in het vooruitzicht gesteld als hij haar naar de mis zou begeleiden, maar kwam vervolgens niet over de brug. Paolino heeft het instituut toen definitief afgezworen en tussen hem en Don Ivo botert het niet.

Fabio liet zich echter niet afschepen en wist zowel de verhitte Daniela als de lauwe Paolino over de streep te trekken. En zo gingen ze dan gezamenlijk, met Daniela's beste vriendin en de wederzijdse ouders, daags voor de bruiloft verplicht te biecht bij Don Ivo, die van de oude stempel is en graag goed geïnformeerd blijft over de zielen die hij hoedt.

vrijdag 13 april 2012

Weer kip

Onze kip is weer broeds en daarom sinds een paar dagen weer dé kip, ook al lopen er nog een paar andere hennen rond. We kennen haar als een wakker kreng van een beest met een fel karakter, maar nu zit ze, in volledige overgave aan haar gewijzigde hormoonhuishouding, roerloos op vier eieren en een pingpongbal. Haar oogjes zijn ineens zacht, mild en dom. Je kunt haar zó aan haar staart een stukje oplichten om te kijken wat eronder zit, en dan knort ze alleen een beetje.

Ja, mevrouw. Die voortplanting weet wat.

Zelf heb ik de eerste vijf jaar in dit dorp doorgebracht in een mist van zwangerschapshormonen en slaapgebrek, die mijn brein en persoonlijkheid voor minstens tweederde hebben weggevreten. Ik zat wezenloos op de bank in een staat van algemene desoriëntatie, stompzinnig broedend in een onbegrijpelijke wereld. In die tijd ben ik tot de vage overtuiging gekomen dat alle Italianen op elkaar lijken, alleen al omdat ze allemaal Italiaans spreken en in Italië wonen, en dat het mij dus niet aan te rekenen viel dat ik ze niet uit elkaar kon houden.

De passanten moeten wel gedacht hebben dat mijn man een wat achterlijke buitenlandse uit de ratrace had gered, als ik ze lichtelijk lallend te woord stond. Ik herinner me nog nét een alleraardigste kerel (die de nieuwe buurman bleek te zijn), voornamelijk omdat hij vertelde dat zijn vrouw uit België kwam. 'O, lleuk', dacht ik daas. Dus toen er weer iemand langskwam met een Belgische echtgenote zei mijn hoofd 'klik' en meldde ik enthousiast dat mijn buren óók...

Nou ja, u begrijpt het wel. Sneller dan ik, waarschijnlijk.


zondag 8 april 2012

Op eieren

Het is ook mij niet ontgaan dat het pasen is. De kinderen zijn alweer dagen thuis van school en de toch al bizarre riten van de heilige moederkerk nemen groteske vormen aan.

Wat ooit een tamelijk leuk vruchtbaarheidsfeest moet zijn geweest (hoera, het is tóch weer lente!), is nu een verwarrend mengsel van nieuwe kleren, dode lammetjes, martelwerktuigen, eierleggende hazen, palmtakken die van een olijfboom blijken te komen of andersom, chocolade, gruwelijk doodgaan, eeuwige liefde en ritueel gemodificeerd eten.

Het valt me niet mee het logische verband tussen al deze merkwaardige zaken te zien. Het is een mysterie, zeggen diegenen die het weten kunnen.


Ik ga niet lachen, hoor. Maar ik voel me wel een beetje een negentiende-eeuwse ontdekkingsreiziger tussen de Gevederde Blikskaters. Dit is wat ik ervan meekrijg:

  • Een weekje voordat het feest daadwerkelijk losbarst, komen met name de kinderen en de oude vrouwen van het dorp in de kerk bijeen, zwaaiend met die olijf(of toch palm-?)takken, die dan door Don Ivo met zijn onzichtbare magische zender allemaal in één keer worden betoverd. Daarna dien je die tak aan je huis te bevestigen. Ik krijg elk jaar zo'n ding van de bejaarde buurvrouw - die dan plagerig doet - maar heb er nog geen speciaal effect van gemerkt. Hoewel ik moet toegeven dat we nog leven.

  • Een dag van te voren komen diezelfde kinderen en oude vrouwen weer naar de kerk met een mandje eieren. Niet van chocola of een haas, maar van een kip, en gekookt. Geverfd mag. Deze eieren worden weer ingestraald en zijn dan extra geschikt voor consumptie.

  • Op diezelfde dag stelt Don Ivo zich op aan het hoofd van een stoet mensen en een replica van het eerder genoemde martelwerktuig, dat onder het mompelen van geheimzinnige formules door de hoofdstraat wordt gedragen. In de bar gaan de lichten dan uit, maar wat dat er mee te maken heeft, weet ik niet.

  • Vervolgens gaan die mensen in de kerk collectief betreuren dat tweeduizend jaar geleden iemand de marteldood is gestorven en wensen dat ook dít jaar diezelfde dood weer ongedaan wordt gemaakt. Ik vind dat wel sympathiek: het getuigt van onbevangenheid om steeds weer te twijfelen aan de goede afloop van een overbekend verhaal.

  • Op het feest zelf heerst opluchting dat het toch weer goed is gegaan, en dat wordt - weer in de kerk - gevierd met een hapje van het lichaam van het ex-slachtoffer en een slokje van zijn bloed.
    En dan is het eindelijk tijd voor het hoogtepunt: een rijke lunch met veel lamsvlees, van beestjes die zijn geofferd opdat wij, goed doorvoed, nog even mogen blijven leven. (Dat snap ik dan weer wel.)


Ik houd me deze dagen extra gedeisd, want in die onbegrijpelijke wirwar van lente, dood en kannibalisme voel ik me erg onzeker. Je weet maar nooit.


zaterdag 7 april 2012

Taai


Het dorp, waarin ik met enige reserve ben neergestreken, is in de afgelopen eeuwen door noest ontwateren ontworsteld aan een uitgestrekt moeras door een stevig slag mensen met een zware keuken en een knoestig dialect. De winters zijn koud en vochtig, de zomers zijn héét en vochtig. Maar de grond is goed en de oogsten navenant. Door de opbrengsten hiervan gestadig op te potten, hebben de meeste inheemse families een behoudend soort welstand weten te bereiken die ze met wantrouwen en gebed voor het nageslacht hopen te bewaren.

De dorpelingen, ook de modernere, zijn over het algemeen hoogst honkvast. Als ze al geen pand delen met de vorige generaties, dan wonen ze er in elk geval vlakbij. Maar ze spreken collectief kwaad over het dorp dat hun wereld is.
In mijn onbegrip van en onwetendheid inzake de hier geldende mores, probeer ik regelmatig mijn licht op te steken bij een ingewijde. En steeds krijg ik dan te horen dat de dorpelingen zo stijf, bigot en ontoegankelijk zijn, en akelige roddelaars bovendien, dat ze van de buitenwereld zo goed als niets weten en ook niet wíllen weten en dat je er als import nauwelijks tussenkomt. (Kennelijk tref ik altijd een wat wereldwijzere gesprekspartner.)

Maar voor deze keer heb ik, als hollandse leeuwin die voor haar welpen vecht, besloten nét zo stijfkoppig te zijn. Ik groet stug honderd keer vergeefs, telkens met de vriendelijkste glimlach die ik op kan brengen. Ik begeleid mijn kinderen met goed verborgen tegenzin naar partijtjes waar ik, mijn antisociale inborst geheel verloochenend, praatjes maak met iedereen die niet direct wegvlucht en organiseer zelf de leukste kinderfeestjes die ik kan bedenken.

Ik ga desnoods járen door met het plaatsen van hartelijke uitnodigingen bij de onwillige moeders van schoolvriendjes tot ze eindelijk toegeven, al is het maar om van mijn gezeur af te zijn. Als het moet, heb ik een bord van gewapend beton voor mijn kop.

En het lijkt te lukken. Ondanks hun afwezigheid bij catechese, de mis en feestjes die tot elf uur 's avonds duren, horen mijn nakomelingen erbij en hebben al zoiets als een sociaal bestaan. Ik heb zelfs geleerd hoe ik léuk moet doen met de moeders van de vriendjes, en ik dóe leuk en zál leuk doen.

Maar accidenti, wat ben ik moe.
   

maandag 2 april 2012

Oud


In deze vergrijsde streken bereiken veel mensen een opmerkelijk hoge leeftijd.

Een oud-oudtante van de buurman vraagt al veertig jaar elke ochtend aan haar inwonende, inmiddels bejaarde zoon hoe laat het is, en op het onveranderlijke antwoord 'zeven uur, mamma' reageert ze steevast met: 'Apperò! Het is toch wat.' Een geregeld leven hélpt.

Een al tamelijk belegen kennis houdt er ergens een kromgegroeide, meestal zwijgende overgrootmoeder op na, die overigens nog levendig genoeg is om op de vraag 'wat wilt u voor kerstmis?' ad rem te kraken: 'Een doodskist! Un'incidente!' 

Corrado is de tachtig voorbij, maar laadt nog dagelijks in zijn eentje handmatig vooroorlogse ijskasten, gietijzeren kachels en verroeste baggermachines op zijn oud-ijzertruckje. Toen hij enige tijd geleden pijn in zijn buik kreeg, ging er een akelige nieuwe wereld voor hem open.
Ten eerste moest hij naar de dokter, voor hem een onbekende jonge vent, die het aandurfde nierstenen te constateren en hem doorverwees naar het provinciale ziekenhuis. Ten tweede werd hij daar ook daadwerkelijk opgenomen, iets wat hem tot dusver uitsluitend voorbehouden leek aan vrouwen en andere brekebeentjes. Ten derde spraken ze daar van opereren, voor Corrado aanleiding zich terug te trekken in een grommerige vijandigheid. 

De ingreep doorstond hij voorbeeldig, want tegen zijn krasheid kan geen dokter op. Maar toen hij bijkwam uit de narcose bleek zijn hostiliteit te zijn verkeerd in homerische woede. Artsen en verpleegkundigen sloeg hij van zijn bed. Het vergde vier man potig personeel om hem een injectie toe te dienen, en men zag zich gedwongen hem een kamer alléén te geven – ongehoord voor een fondspatiënt – met het oog op de veiligheid van de andere patiënten. Alleen een bezoek van zijn lievelingskleindochter vermocht hem uiteindelijk te kalmeren.

Corrado knapte verder snel op en gaat weer zijn gewone gang. Hij is alleen iets peinzeriger, af en toe. En het dansen heeft hij opgegeven.

zaterdag 31 maart 2012

Vita dura


Angela heeft het moeilijk. 

Veel van haar tijd en energie wordt noodgedwongen besteed aan het opvoeden van haar stokdove man – die helaas onverbeterlijk lijkt - en het afdwingen van de voortdurende aanwezigheid van haar reeds lang volgroeide zonen, die egoïsten. 

Verder heeft ze praktisch een dagtaak aan het uit elkaar houden en inroosteren, verwerken en overdenken van haar tientallen verschillende medicijnen, het signaleren van elk mogelijk lichamelijk ongemak, en het bespreken van de ontelbare bekende en onbekende ziekten die het mensdom – en dan vooral háár – kwellen. Of zouden kúnnen kwellen, misschien, met grote waarschijnlijkheid, nee ongetwijfeld al begonnen.

In de winter wijzen koude voeten op een levensgevaarlijke circulatiestop. In de zomer is een druppel zweet aanleiding tot veelvuldig bezoek aan de eerste hulp, ziekenhuisopnamen en alle mogelijke onderzoeken door een leger specialisten. Gelukkig voor het grootste deel vergoed door de staat. Maar laat die dokters dan eens serieus wérken en niet steeds zeggen dat ze niets kunnen vinden, de zakkenvullers.

Het weer is ook niet meer wat het geweest is. Het is meestal te koud, maar ook wel eens te warm. Van vochtigheid stik je maar van wind ga je dood. En de prijzen van de levensmiddelen, de oplichters. En wat ze je verkopen is puur vergif, de moordenaars. En wat je al niet hoort, santa madonna, pas maar op dat ze je kinderen niet stelen. Je kunt toch nauwelijks meer je huis uit, vandaag de dag. 


Hm, hm.


Angela is in haar eentje net Italië. Vergrijsd, versleten en opmerkelijk vitaal in haar eeuwige gezeik.

maandag 26 maart 2012

Verkeerde vrienden

Ook in de Povlakte bestaat een hang naar meeslepend leven, en dat vertaalt zich onder meer in het al jaren toenemende gebruik van verdovende middelen. Je kunt je afvragen wat er op het platteland te verdoven valt, maar volgens de onderzoeken is dat héél wat. De diverse politiemachten in Italië hebben er een aardige dagbesteding aan.

Paolino bezorgt ze in zijn eentje al heel wat werk.

Hoewel Paolino aantoonbaar een brein bezit, staat hij in het dorp bekend onder de bijnaam lo Stupido, de Stommeling. Niet eens zozeer in verband met zijn enthousiaste geestverruiming maar vanwege de gevaarlijke loslippigheid die er in zijn geval mee gepaard gaat. Hierdoor, en met zijn joviale karakter, is hij mateloos populair bij de carabinieri. Bij zijn laatste aanvaring met justitie heeft hij overigens beterschap beloofd en hij houdt het nu keurig bij het officiële assortiment van de bar.

Maar de Stommeling heeft aan zijn levenswandel een uitgebreide verzameling dubieuze kennissen overgehouden. Een van hen vroeg een koffer te leen voor zijn vakantie naar Zuid-Amerika. De koffer keerde na een weekje terug op Italiaanse bodem, gevuld met een kilo of tien ongeoorloofde handelswaar. Daarna gingen de ontwikkelingen snel. De koffer werd gestolen door een concurrerende bende, de autoriteiten kregen er lucht van, de achtervolging werd ingezet, een agent overhoop gereden, de criminelen ingerekend en de koffer in beslag genomen. Op het label stond het telefoonnummer van Paolo lo Stupido.

Ja, echt.

Zijn advocaat heeft er nog een hele kluif aan gehad, maar heeft de rechter er toch van weten te overtuigen dat geen smokkelaar zijn contactgegevens op de contrabande zet, al is hij dan ook een stommeling met een bewogen verleden.

De koffer heeft Paolino tot op heden niet teruggekregen.