Posts tonen met het label geestelijkheden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geestelijkheden. Alle posts tonen

donderdag 9 mei 2013

Ziel


'Ja ja, het einde is nabij', zegt Corrado monter.

'Niet dat dat nou zo erg is. Eeuwige rust lijkt me wel wat, eigenlijk.'

Hij werpt een trage blik op de kerk die, verbonden en gespalkt, al een jaar ontoegankelijk is.


'Hoewel... als je de priesters moet geloven wordt het nog een dolle boel. Eeuwig hellevuur. Of het paradijs. Het kan vriezen of dooien, zogezegd. Nou hebben ze over de hel altijd heel wat weten te vertellen. Allemaal gruwelen, ik heb wel mensen gekend die zich de stuipen op het lijf lieten jagen. Maar de hemel... mistig hoor.'

Hij grijnst.

'Ja, ze hebben mij natuurlijk ook communie laten doen en het vormsel en zo. Mooie kleren aan, je moeder trots. Je hebt als kind ook weinig in te brengen, hè? Maar daarna had ik er geen zin meer in. Hoeft ook niet. Als je doodgaat komt de priester je nog even alles vergeven en de familie betaalt. Slim geregeld.'

'Om je onsterfelijke ziel te redden, zeggen ze. Maar wat moet ik met een onsterfelijke ziel? Per carità. Laat ze zelf maar lekker op zo'n wolk gaan zitten. Gewoon dood zijn, dat is pas rust. Maar bij mijn begrafenis héél eventjes weer tot leven komen en don Ivo haarfijn vertellen wat ik van hem denk, dat zou ik wel leuk vinden.'

Corrado lacht nu voluit. Het is een mooie, zonnige ochtend.


dinsdag 3 juli 2012

Wijzer wezen

dichterlijke dinsdag


Hierboven gooit een god met bliksemschichten
en ondergronds zijn duivels aan het werk.
Op mijn geroosterd brood staan steeds gezichten
die lijken op de beelden in de kerk.

's Nachts slaap ik slecht door ufo's met hun lichten
(nooit een momentje rust daar aan het zwerk)
en weet dat ze hun stralen op me richten:
gedachten stelen zonder dat 'k het merk.

Voor wetenschappers zal ik nimmer zwichten
want die verhaaltjes zijn me te beperkt.
Ze willen evolutie gaan verplichten!
Da's maar een theorie, en lijkt me sterk.


vrijdag 29 juni 2012

Bezocht

Het is dat de paus van ambtswege onfeilbaar is, anders zou je bijna gaan denken dat hij serieuze problemen heeft met zijn PR.

(De dalai lama, hoewel die een heel ander geloof aanhangt dan de getroffen bevolking hier, heeft het handiger aangepakt: zonder de hulpverleners ter plaatse voor de voeten te lopen, is hij al veel eerder in het rampgebied geweest met een aanstekelijke grijns en een koffer met geld. Zo zien we het graag.) 

We begrijpen natuurlijk dat papa Ratzinger het de afgelopen tijd weer erg druk heeft gehad met de diverse schandalen die als evenzovele geselen Gods op het Vaticaan neerdalen. Maar toch, van een geestelijk leider die feitelijk in Italië resideert en ruim zes miljard euro per jaar uit de schatkist ontvangt, hadden we eigenlijk een pietsje meer belangstelling verwacht voor zijn trouwe, geschokte volgelingen hier te lande.

Bijna zes weken na dato is Gods plaatsvervanger op aarde dan toch in het rampgebied gearriveerd. Na het uitspreken van een gebed en de woorden 'jullie zijn niet alleen!' is hij onmiddellijk weer vertrokken wegens dringende bezigheden elders. De bevolking blijft achter met haar tenten, haar hitte, haar angst en een rekening van minstens een ton voor de verleende morele steun.

Sempre sia lodato.


maandag 18 juni 2012

Daarom

  • Waarom moet mij dit gebeuren?
  • Bij elke beving zie ik in gedachten een enorm monster opdoemen dat me wil verslinden.
  • De aarde heeft genoeg van de manier waarop wij haar misbruiken.
  • Het is een straf van God. Of een waarschuwing.
  • Dit is hoe het universum mij duidelijk wil maken dat het tijd is voor iets nieuws.

Jottem!


Laten we gewoon aannemen dat aardplaten miljoenen jaren aan het schuiven en werken zijn om ons, om wat wij doen of nalaten, en ons daarmee weer de hoofdrol toewijzen die we zo dolgraag spelen.

Ja, ik knap er helemaal van op.

donderdag 14 juni 2012

Zusters

Ach, was zuster Anna er nog maar, had ze ons maar niet verlaten!

Zij zou de aardbeving eigenhandig hebben opgegraven en aan zijn oor naar de kerk hebben gesleurd voor omstandig boetedoen met veel paternosters en weesgegroetjes. Suor Anna had raad geweten. Maar onze legendarische kleuterschooldirectrice is vorig jaar bij wijze van pensioen naar een andere regio overgeplaatst en haar opvolgster is uit heel ander hout gesneden.

Suor Lidia weet geen kleuter te imponeren, laat staan dat ze zich met een natuurramp kan meten. Onmiddellijk na de eerste aardbeving moest ze dringend haar familie opzoeken, drie provincies verderop, en daar is ze tot ná het drama van 29 mei (weer een zware schok, nu overdag, terwijl de scholen net waren heropend) gebleven, leerlingen en personeel overlatend aan Gods wil en de elementen.

Enfin, op het gebouw rust kennelijk zegen, met name omdat het geheel gelijkvloers is en met een moderne, lichte structuur. Aanstaande maandag moet Suor Lidia nagelbijtend weer aan het werk, en zingt moeder het Magnificat.


maandag 16 april 2012

Confessione


Fabio en Daniela zijn tóch getrouwd. Het spande er even om.

Hun verloving duurde een gaandeweg gezapiger decennium, met de laatste jaren enige opwinding in het gesteggel over onroerend goed. Haar familie of de zijne? Daniela won, krachtig gesteund door haar moeder.


Voorts lag er de vraag in welke mate het toekomstige interieur vernieuwd moest worden. Zij won. Maandenlang hebben ze elke zaterdag doorgebracht in keukenshowrooms en meubelboulevards, waarbij Fabio er al gauw in berustte dat hij niets anders had in te brengen dan zijn salaris.

En de bruiloft. De jurk, de locatie, het eten, de gasten. Fabio probéérde niet eens een mening te hebben. Maar toen het op de getuigen aankwam hield hij, tot verbijstering van zijn aanstaande schoonmoeder, ineens voet bij stuk. Het moest en zou Paolino worden, zijn beste vriend.

Paolino heeft alleen, voor een huwelijksgetuige, het nadeel dat hij geen voorstander is van het huwelijk in het algemeen en dat van zijn vriend in het bijzonder. Bovendien staat hij op gespannen voet met de Kerk. De laatste keer dat hij haar bezocht, lang geleden, was uit zuiver zondige overwegingen. Een vrome maar welgeschapen jongedame had hem zekere gunsten in het vooruitzicht gesteld als hij haar naar de mis zou begeleiden, maar kwam vervolgens niet over de brug. Paolino heeft het instituut toen definitief afgezworen en tussen hem en Don Ivo botert het niet.

Fabio liet zich echter niet afschepen en wist zowel de verhitte Daniela als de lauwe Paolino over de streep te trekken. En zo gingen ze dan gezamenlijk, met Daniela's beste vriendin en de wederzijdse ouders, daags voor de bruiloft verplicht te biecht bij Don Ivo, die van de oude stempel is en graag goed geïnformeerd blijft over de zielen die hij hoedt.

zaterdag 14 april 2012

Kruis

In Italië is iedereen katholiek, zelfs degenen die het eigenlijk niet zijn.

Dat drong voor het eerst echt goed tot me door na de geboorte van mijn eersteling, toen mijn onkerkse schoonmoeder over het doopfeest begon als een vanzelfsprekendheid. (Op mijn mededeling dat van dopen niets zou komen, schrok ze wel even, maar ze heeft het verder snel aanvaard en is er nooit op teruggekomen.)
Toen het kind drie was, met een babyzusje, nog een broertje op komst en overal handjes, werd het tijd voor de kleuterschool. De enige mogelijkheid was de parochiale instelling onder leiding van Suor Anna, de directrice, een formidabele non met een angstwekkende stem, een allesdoordringende blik en een harige wrat op haar bovenlip. We hadden er meteen een ideale boeman bij ('eet je bord leeg, want als Suor Anna het hoort...').

In dit instituut werd natuurlijk gebeden. 'Kinderen, doe je ogen dicht', galmde Suor Anna, 'en vouw je handen, dan kijken we nu allemaal naar Jezus.' Mijn zoon, met samengebalde handjes en oogjes toe, riep ongerust: 'Maar ik zie niks!' En een week of wat later informeerde hij: 'Maar in welke klas zit dat kindje Jezus dan?'
Daarna deed hij een en ander schouderophalend af als een van die onbegrijpelijke dingen die volwassenen nu eenmaal zeggen. Verder was het er trouwens wel gezellig en het eten was uitnemend.

Hij werd zes en rijp voor de basisschool. Openbare scholen zijn in Italië katholiek, maar mij werd wel de mogelijkheid geboden af te zien van de godsdienstles. Aangezien het alternatief hier bestaat uit zolang wachten in een ander lokaal, heb ik schoorvoetend ingestemd hem dan in godsnaam (!) maar mee te laten doen.

In dat eerste schooljaar viel hij van zijn geloof wat de kerstkabouter betreft. Maar onlangs speelde de kwestie ineens weer op. 'Mamma, de kerstman bestaat wél! De godsdienstjuf zegt het!' Ik onderdrukte succesvol een woedeaanval en bedacht dat, wanneer Babbo Natale onvermijdelijk een keer definitief sneuvelt, onze-lieve-heer wellicht in één moeite door het loodje legt.

En daar is een goede kans op, want laatst sprak mijn filosoofje nadenkend: 'Engelen bestaan zeker niet, hè? Maar sommige mensen denken van wel. Die hebben er zeker niet zo goed over nagedacht. Nou ja, laat ze maar.'

Halleluja, er is hoop.

zondag 8 april 2012

Op eieren

Het is ook mij niet ontgaan dat het pasen is. De kinderen zijn alweer dagen thuis van school en de toch al bizarre riten van de heilige moederkerk nemen groteske vormen aan.

Wat ooit een tamelijk leuk vruchtbaarheidsfeest moet zijn geweest (hoera, het is tóch weer lente!), is nu een verwarrend mengsel van nieuwe kleren, dode lammetjes, martelwerktuigen, eierleggende hazen, palmtakken die van een olijfboom blijken te komen of andersom, chocolade, gruwelijk doodgaan, eeuwige liefde en ritueel gemodificeerd eten.

Het valt me niet mee het logische verband tussen al deze merkwaardige zaken te zien. Het is een mysterie, zeggen diegenen die het weten kunnen.


Ik ga niet lachen, hoor. Maar ik voel me wel een beetje een negentiende-eeuwse ontdekkingsreiziger tussen de Gevederde Blikskaters. Dit is wat ik ervan meekrijg:

  • Een weekje voordat het feest daadwerkelijk losbarst, komen met name de kinderen en de oude vrouwen van het dorp in de kerk bijeen, zwaaiend met die olijf(of toch palm-?)takken, die dan door Don Ivo met zijn onzichtbare magische zender allemaal in één keer worden betoverd. Daarna dien je die tak aan je huis te bevestigen. Ik krijg elk jaar zo'n ding van de bejaarde buurvrouw - die dan plagerig doet - maar heb er nog geen speciaal effect van gemerkt. Hoewel ik moet toegeven dat we nog leven.

  • Een dag van te voren komen diezelfde kinderen en oude vrouwen weer naar de kerk met een mandje eieren. Niet van chocola of een haas, maar van een kip, en gekookt. Geverfd mag. Deze eieren worden weer ingestraald en zijn dan extra geschikt voor consumptie.

  • Op diezelfde dag stelt Don Ivo zich op aan het hoofd van een stoet mensen en een replica van het eerder genoemde martelwerktuig, dat onder het mompelen van geheimzinnige formules door de hoofdstraat wordt gedragen. In de bar gaan de lichten dan uit, maar wat dat er mee te maken heeft, weet ik niet.

  • Vervolgens gaan die mensen in de kerk collectief betreuren dat tweeduizend jaar geleden iemand de marteldood is gestorven en wensen dat ook dít jaar diezelfde dood weer ongedaan wordt gemaakt. Ik vind dat wel sympathiek: het getuigt van onbevangenheid om steeds weer te twijfelen aan de goede afloop van een overbekend verhaal.

  • Op het feest zelf heerst opluchting dat het toch weer goed is gegaan, en dat wordt - weer in de kerk - gevierd met een hapje van het lichaam van het ex-slachtoffer en een slokje van zijn bloed.
    En dan is het eindelijk tijd voor het hoogtepunt: een rijke lunch met veel lamsvlees, van beestjes die zijn geofferd opdat wij, goed doorvoed, nog even mogen blijven leven. (Dat snap ik dan weer wel.)


Ik houd me deze dagen extra gedeisd, want in die onbegrijpelijke wirwar van lente, dood en kannibalisme voel ik me erg onzeker. Je weet maar nooit.


zondag 25 maart 2012

Benedizione

Don Ivo heeft ons weer overgeslagen dit jaar.

Elk jaar, in de aanloop naar pasen, gaat de pastoor alle huizen langs om ze in te zegenen met wijwaterkwast en passend geprevel, tegen een kleine vergoeding waarvan de precieze hoogte wordt overgelaten aan de draag- en geloofskracht van de bewoners.

Toen ik hier pas woonde, keek ik nogal op van die stemmige oudere heer - met dat opmerkelijke hoofddeksel - aan mijn deur. Maar hij mocht best even binnenkomen.
Hij wilde weten welke religie ik aanhing. 'Ik was van huis uit protestant', zei ik, 'maar...'
Hij wachtte mijn ongeloofsverklaring niet af en begon over iets anders. Don Ivo weet wat hij doet.

Het heilige water bleef in het vat, maar hij wilde wel een kopje koffie. Een kwartiertje heeft hij zitten keuvelen over de gevaren van de oprukkende islam, kennelijk in de hoop een raakvlak te vinden. De bejaarde buurvrouw heeft hem nadien nog gevraagd of hij ons had weten te stichten. 'Ik denk niet dat ik daaraan hoef te beginnen', zei Don Ivo.

Een tijd lang kwam hij elk jaar terug, telkens verbazing veinzend als hij wéér een kind aantrof dat hij niet gedoopt had. De laatste keer stuurde hij een vervanger, Padre Guido, een stokoude, zegenbevoegde ex-missionaris op de fiets. Die heb ik opnieuw moeten uitleggen dat we geen wijwater van node hadden, waarop hij een kruis sloeg en pijlsnel wegtrapte.

We hebben nu al een jaar of wat geen geestelijke meer op ons erf gezien en moeten het zonder spirituele ondersteuning stellen. Ik denk dat we zijn opgegeven. Maar we tellen onze zegeningen.


zondag 18 maart 2012

Penitentie

Bij zo'n wanordelijk Italiaans eetfeest (als in een olijfoliereclame, maar dan wat ruiger) ontmoette ik Gianni, die moeizaam at maar soepel dronk. Ik schrok nogal van hem. Zijn gebit was kapot en zijn gezicht gekneusd en gezwollen. En hij hinkte óók nog.

Een en ander bleek samen te hangen met een paar onlangs verrichte betalingen. Een paar jaar geleden was Gianni, altijd krap bij kas, verleid tot het gebruik van valse cheques. Hij werd natuurlijk opgebracht en zat enige tijd vast. Hij kwam zeer gesticht terug. Maar een dorpsgenoot die voor een fors bedrag was afgezet, vond de schuld daarmee nog niet gedelgd.

De buit was in rook en proceskosten opgegaan, dus de crediteur heeft er het volgende op gevonden: elke keer dat hij Gianni tegen het lijf loopt - en in een dorp gebeurt zoiets geregeld - geeft hij hem een pak slaag ter waarde van vijftig euro.

Gianni wordt grondig gelouterd. Binnenkort is hij schuldvrij, en weer in staat van genade.

woensdag 14 maart 2012

Dokter, dokter

Als je in Italië komt wonen, kun je maar het beste leren bidden. Niet dat het helpt natuurlijk, maar zo heb je wat te doen terwijl je in de rij staat bij het afsprakenbureau, urenlang in een wachtkamer naar de obligate crucifix zit te staren of weken hulpeloos op een brancard ligt in een gang bij de spoedeisende hulp.
Ook doe je er goed aan over een ijzeren gezondheid te beschikken. Of over ruime financiële middelen en een privékliniek.

Omdat ik geen geld heb maar plotsklaps wel een even banaal als hinderlijk kwaaltje, heb ik mij van de week gewend tot de publieke gezondheidszorg in de vorm van de dorpshuisarts. Voorzien van mondvoorraad en een ruime keuze uit mijn bibliotheek betrad ik in de vroege ochtend de wachtkamer: een betonnen kubusvormig zaaltje, van onder tot boven betegeld, waar louter ademhalen al heel wat leven maakt.

Ik voegde mij bij een aanzienlijk gezelschap van oudere en veel oudere dames. Die zitten daar geloof ik elke dag, voor een praatje, een verwijzing naar een onduidelijke specialist of het onderhouden van hun antibioticaverslaving. De conversatie ging voornamelijk over wie na wie aan de beurt was en waarom. En wie er al dood was. En bij wie het niet lang meer kon duren. Aan de muur leed een stervende Christus zichtbaar met ons mee.

Af en toe stokte het kringgesprek wegens aanpalende constructiewerkzaamheden die de wachtkamer vulden met het donderend geraas van een drilboor, vele malen versterkt door de waanzinnige akoestiek. In de stiltes die overbleven, luisterden we ademloos naar de dokter die van achter de gesloten deur van de spreekkamer met galmende stentorstem de fysieke bijzonderheden van een dorpsgenote prijsgaf.

Ik houd het kort, anders schiet het niet op. Het wachten was lang. Halverwege de middag werd ik toch nog binnengeroepen.

zondag 11 maart 2012

Hout

Het dorp waarvan ik een buitenpost heb betrokken, heeft behalve een tiental bars, prima pizza en een werkelijk uitstekende gelateria weinig te bieden. Het heeft weliswaar een fraaie oude kerk, maar daar zet ik geen voet omdat ik onnodige confrontaties met Don Ivo liever uit de weg ga.

Verder behelst het een zielloze hoofdstraat, lelijke huizen, auto's, en even buiten de dorpskern vele boomgaarden die voornamelijk peren opleveren en twee weken bloesem per jaar (kom dát vooral zien). Maar zoals alles in Italië heeft zelfs dít dorp een rijke geschiedenis.

Zo was er in een al wat verbleekt verleden, zo’n dertig jaar terug, Robino (Rubèn), een knobbelige grijsaard die de meeste mensen slechts van horen zeggen kenden, aangezien hij al een halve eeuw geen voet buiten zijn erf had gezet. Zijn inmiddels stokoude moeder hield hem met behulp van haar weduwepensioentje en enig familiekapitaal in leven.
Toen deze zorgende ziel op onmetelijk hoge leeftijd ten slotte de geest gaf, bloeide Robino onmiddellijk geheimzinnig op. Van de erfenis kocht hij een vrachtwagen en een motorzaag en bij de verbijsterde buren kondigde hij aan een houtverwerkingsbedrijf te beginnen.


zondag 4 maart 2012

Geestelijk


Luntàn dal cul di mòl dal mùs di càn e da chi tìn la cròs in màn, verzuchten van oudsher de minder volgzaam vrome dorpelingen.

(Vrij vertaald, toch maar op rijm om recht te doen aan het origineel: "blijf ver van de ezel zijn kont, de hond zijn mond en wie daar gaat met het kruis in ’t rond: ’t is allemaal ongezond".)

Maar Don Ivo vermijden valt niet mee, want Don Ivo is overál. Hij is de plaatselijke pastoor en beheert onder meer de dorpskerk, de uitgestrekte parochie, de vier bejaarde dorpsnonnen, de dorpspolitiek, de kleuterschool en alle zielen die ook maar enigszins onder zijn competentie vallen. 


Don Ivo staat zijn mannetje. Hij heeft zijn schaapjes stevig onder de duim - en daardoor ook op het droge. De erfenissen van diverse godvrezende oude vrouwtjes en belangeloze bijdragen van vooruitziende gelovigen hebben hem in staat gesteld een kapitale villa in de heuvels te laten bouwen voor zichzelf en zijn honderdjarige moeder.

Tot dusver kluistert heilige plicht hem echter aan het dorp in de vlakte, want ook Don Ivo heeft een kruis te dragen -  in zijn geval een algemeen, nijpend tekort aan jonge priesters. En Don Ivo is intussen achtenzeventig, hoewel uitermate goed geconserveerd.

Er is een tijd geweest dat Don Ivo een kapelaan tot zijn beschikking had.
Don Benito had zijn jonge jaren gesleten als missionaris in zwart Afrika. Zijn boodschap van liefde had daar kennelijk niet de gewenste indruk gemaakt, want op een kwade dag hadden de inboorlingen hem het continent afgeslagen. Hij had hier een wat slepende gang, een serie onnavolgbare tics en een neiging tot merkwaardige absenties aan overgehouden. Hem werd dan ook veel vergeven.

Maar de absenties werden langer en frequenter, en overvielen Don Benito steeds vaker op kritieke momenten van de mis. En zijn alcoholische zelfmedicatie dreigde zijn kwalen te gaan overvleugelen.

Het kwam geregeld voor dat Don Benito vijf minuten na het uitgaan van de kerk al zat te pimpelen in het aanpalende café, waarbij hij zichtbaar vergenoegd constateerde dat de rokken alwéér korter waren geworden en toespelingen maakte op het gebrek aan mode bij de zwartjes.

De liefdezusters klemden hun lippen steeds krampachtiger opeen als Don Benito ter sprake kwam, en Don Ivo vertrouwde hem op den duur geen hostie meer toe. Toen de kapelaan op een nacht, in kennelijke staat, de auto van zuster Ermenzina te pletter reed tegen het hek van een wel zéér verdacht huis, werd de situatie onhoudbaar.

Rome heeft dit, geheel in lijn met de geheiligde tradities, elegant opgelost. Don Benito is bevorderd en heeft nu een eigen parochie, ver weg en zonder liefdezusters. En Don Ivo kan nog járen mee.