Posts tonen met het label landverhuizen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label landverhuizen. Alle posts tonen

zondag 17 februari 2013

Reputatie

Geen moment rust hier op de vlakte.

Dat komt ook een beetje doordat het intussen tot de meeste mensen is doorgedrongen dat ik Nederlandse ben. Niet Zweeds, niet Duits, niet Engels, nee: Nederlands. Waar deugen die Nederlanders ook weer voor?

Regelmatig worden mij documenten ter vertaling voorgelegd, uit het Duits, Engels, Fins, Hindi, Gaelic of Oejgoers. Ach, ik ben de beroerdste niet. En ik kan moeilijk opbiechten dat onze befaamde talenkennis zich meestal beperkt tot wat twijfelachtige amerikaanserige kreten van de televisie.

Ook wordt mij vaak gevraagd naar kasplanten en snijbloemen en hoe ik ze kweek. Ik moet dan schoorvoetend toegeven dat ik geen broeikas bezit, maar red mijn nationale trots door eraan toe te voegen dat ik best leuk kan bloemschikken. Meestal krijg ik dan een lijstje met onbegrijpelijke zaden en bollen om de volgende keer even mee retour te nemen.

Des avonds tref ik soms groepjes jongeren op het erf die bedremmeld vragen of ik ze niet wat geestverruimende middelen kan verkopen en zo nee, of ik ze dan in elk geval de fijne kneepjes van het jointbouwen kan bijbrengen? Ik draai er mijn hand niet voor om.

Ik blijk dus best mijn nut te hebben, zo.

Maar ik vind het toch een beetje vervelend dat, als ik ergens op visite ga waar een hoogbejaarde al jaren in een zijkamertje bedlegerig is, mij meteen na de koffie een kussen wordt aangereikt met de vraag of ik misschien even..?

En mijn rode lampjes heb ik maar opgeborgen.




dinsdag 4 december 2012

Vragen

dichterlijke dinsdag



Heeft Sinterklaas heimwee in Spanje?
Verlangt hij naar regen en kou?
Verft hij stiekem zijn appels oranje
en kleedt zich in rood, wit en blauw?

offe

Kan Sint ons maar nauwelijks verdragen,
houdt het een week of wat vol,
om dan over ons te gaan klagen
in een bar aan de Costa del Sol?






vrijdag 30 november 2012

Dicembre

Ik ben een tijdje zoek geweest, hier.

Dat kan ik gaan wijten aan verhuizingen en -bouwingen, het aflopen van het gastenseizoen (met als grande finale een uitgebreide indische rijsttafel voor een onafzienbare menigte), het terugzoeken van ontelbare verplaatste voorwerpen en het ontdekken van steeds weer nieuwe barsten en barstjes in onze dierbare muren, verschrikkelijke verkoudheden en veel, heel veel diepgevoeld huisvrouwenleed - maar laat ik eerlijk zijn: ik leef bij vlagen en ik heb geen discipline. Ik behoor tot de ongewervelde diersoorten. Soms een mossel, soms een naaktslak.

Wat ligt er dus meer voor de hand dan eindelijk weer eens een stukje te tikken, louter als afleiding van de drukkende decemberverplichtingen? Mijn drie halfbloedjes hebben natuurlijk, krachtens hun Nederlandse afkomst, recht op tenminste een hálve sinterklaasviering. En omdat we in Italië wonen, moeten er uiteraard ook kerstgeschenken komen - vooral om tussen de vriendjes niet al te zeer uit de toon te vallen. Precies tussen die twee hoogtepunten in verjaart mijn dochter, wat alwéér speelgoed in cadeauverpakking impliceert en, tot haar vreugde en mijn verdriet, een kinderfeestje.


Intussen woekert de crisis voort en zitten zowel de Sint als Babbo Natale te fronsen over hun begroting, met de handen in de baard.

Ik voorzie een massa steuntrekkende Pieten en elfen, vanaf 1 januari.



donderdag 20 september 2012

Nostalgia

'Ik had een oom', zegt Corrado, 'die ging naar Amerika.'

Een gebaar, ver weg.

'Dan spreek ik van een flink stuk voor de oorlog. Zat in de knoei met een meisje dat-ie niet trouwen wou, en gaat me er toch vandoor, in enen naar Amerika. Dat was een andere wereld.
Zijn moeder heeft er veel weet van gehad. Poveretta.'

'Dat meisje is nog wel goed terechtgekomen. Ken je Martinelli, de uitdeuker? Da's nog een kleinzoon van haar.'

'Maar die oom van me, die is gewoon veertig jaar weggebleven en kwam toen nog eens kijken. Blijkt-ie al die tijd heimwee te hebben gehad. Maar koppig.
Enfin, hij wordt oud en komt terug. Kan natuurlijk zijn draai niet vinden. Ja, al die oudjes waren al dood, hè? Zo ging dat.'

'Ik heb nog wel eens een paar glaasjes met hem gedronken toen. En hij zit zo een beetje stil te wezen. En ineens zegt-ie: "Ik zoek geen plááts terug, jongen. Maar een tijd. Die van mij is doorgesneden en weg en ik krijg geen andere meer." Dat zegt hij.'

'En verdomd, die ouwe zag dat goed. Ikzelf ben nog nooit verder geweest dan Comacchio, en dan gauw weer naar huis - maar ik verrek van de heimwee.'


donderdag 6 september 2012

Ooit

Naar het schijnt was ik als kind tamelijk veelbelovend. Dat was natuurlijk al helemaal fout.

Want belofte maakt schuld en schulden moet je niet hebben, om nog maar te zwijgen van schuldgevoel. En voor inlossen heb ik helaas niet zo'n aanleg. Mijn verontschuldiging is dat al dat beloven een beetje buiten mij omging en ik toen nog ruimschoots minderjarig was. Maar toch, het zit me nog steeds niet altijd lekker.

Deze melancholiekerieën kwamen herhaaldelijk bij me op toen ik onlangs mijn geboorteland bezocht.

Ik heb op een terras gezeten in de grote stad A, waar ik schoolging en in principe ooit nog tot grote daden in staat was. Ik heb ook op een terras (wat zeg ik, drie verschillende terrassen) gezeten in de grote stad U, waar ik er indertijd als prille volwassene, op soms tamelijk flamboyante wijze, alles aan heb gedaan om de wereld van mijn gebrek aan kredietwaardigheid te overtuigen.

Ik zag mezelf zitten: een wat onordelijk middelbaar meisje in kleren van vijftien jaar geleden (die gelukkig nog passen, dat dan weer wel), met te jeugdig, te lang, te slordig haar en een merkwaardige verlegenheid tegenover het bedienend personeel. Na tien jaar Povlakte en voortplanting een echt provinciaaltje, dat last had van de herrie en de drukte en in de war raakte van al die winkels overal. En ik besefte dat niemand nog een belofte in mij ziet.


Ik heb maar een leesbril gekocht.


dinsdag 31 juli 2012

Via

Het was tegen de veertig graden toen we in ons (gewielde) blik kropen, en toen we er weer uit rolden, bleek de oven in een koelkast veranderd. Ik heb zelfs de sokken opgegraven, een artikel waaraan ik nog slechts vage herinneringen bewaarde.

We hebben nog wéken toeren in het frisse, groene, aardbevingsvrije hoge noorden voor de boeg - en voor de allereerste keer heb ik heimwee. Ik smacht naar die hete, stoffige, geteisterde vlakte.

Eigenaardig.

Er was een flinke schok voor nodig. Maar nu de vlakte desolater is dan ooit, is hij eindelijk van mij.

vrijdag 6 juli 2012

Correctie

Toen ik van de week wilde inparkeren op het dorpsplein berekende ik de bocht net niet helemaal correct, zodat de linker voorzijde van mijn auto lichtjes in aanraking kwam met de rechter achterzijde van een reeds geparkeerd vehikel. Nadere inspectie wees uit dat de ontbrekende verf van dat laatste vervoermiddel waarschijnlijk de vlek was die ik ineens aan de linker voorkant had. Wat nu? 


Ik had mijn zoon bij me, en het halve dorp kon het gezien hebben, en wie weet was die auto wel van een lokale zware jongen, dus er welde een onweerstaanbare aandrang tot correctheid bij me op en prompt schreef ik een verontschuldigend briefje met het telefoonnummer van mijn echtgenoot, die verstand heeft van auto's, schade en Italianen.
De landman, Italiaan die hij is, vond dat briefje weliswaar een beetje overdreven, maar heeft de zaken toch welwillend ter hand genomen en kwam tot overeenstemming met de gedupeerde, die een heel correcte middelbare Marokkaan bleek te zijn. De schade werd geraamd op honderd euro. 


Gisterochtend moest ik die schuld nog even gaan betalen. Ik sprak telefonisch af op hetzelfde dorpsplein, waar ik door verregaande punctualiteit natuurlijk tien minuten te vroeg arriveerde en dus nog even snel een kopje koffie ging drinken in de bar. 
Ik legde de situatie uit aan de barista, die mij zeer correct vond maar wel een tikje overdreven (tja, Italiaan). Vervolgens trad er, ook vijf minuten te vroeg, een keurige, ietwat exotische heer binnen die zich ontpopte als mijn slachtoffer.


Mij nogmaals verontschuldigend voor de overlast overhandigde ik hem twee briefjes van vijftig euro. Hij dankte mij hartelijk en gaf me er een weer van terug, omdat, zei hij, zowel ik als mijn echtgenoot zo correct waren geweest. Het andere hield hij graag zelf, niet, zoals hij licht gegeneerd uitlegde, omdat hij werkelijk van plan was zijn auto te laten repareren, maar omdat de aardbeving hem zonder huis, werk en middelen had gelaten. 
Hierop schudden wij elkaar plechtig de hand onder het wederzijds uitspreken van welgemeende dankwoorden en zegenwensen, terwijl de barman met open mond om zoveel correctheid toezag en op de achtergrond aanzwellende vioolmuziek begon te klinken.


Ook in dit dorp hebben immigranten een bedenkelijke reputatie. Maar die hebben we toch maar even mooi gecorrigeerd.



zaterdag 7 april 2012

Taai


Het dorp, waarin ik met enige reserve ben neergestreken, is in de afgelopen eeuwen door noest ontwateren ontworsteld aan een uitgestrekt moeras door een stevig slag mensen met een zware keuken en een knoestig dialect. De winters zijn koud en vochtig, de zomers zijn héét en vochtig. Maar de grond is goed en de oogsten navenant. Door de opbrengsten hiervan gestadig op te potten, hebben de meeste inheemse families een behoudend soort welstand weten te bereiken die ze met wantrouwen en gebed voor het nageslacht hopen te bewaren.

De dorpelingen, ook de modernere, zijn over het algemeen hoogst honkvast. Als ze al geen pand delen met de vorige generaties, dan wonen ze er in elk geval vlakbij. Maar ze spreken collectief kwaad over het dorp dat hun wereld is.
In mijn onbegrip van en onwetendheid inzake de hier geldende mores, probeer ik regelmatig mijn licht op te steken bij een ingewijde. En steeds krijg ik dan te horen dat de dorpelingen zo stijf, bigot en ontoegankelijk zijn, en akelige roddelaars bovendien, dat ze van de buitenwereld zo goed als niets weten en ook niet wíllen weten en dat je er als import nauwelijks tussenkomt. (Kennelijk tref ik altijd een wat wereldwijzere gesprekspartner.)

Maar voor deze keer heb ik, als hollandse leeuwin die voor haar welpen vecht, besloten nét zo stijfkoppig te zijn. Ik groet stug honderd keer vergeefs, telkens met de vriendelijkste glimlach die ik op kan brengen. Ik begeleid mijn kinderen met goed verborgen tegenzin naar partijtjes waar ik, mijn antisociale inborst geheel verloochenend, praatjes maak met iedereen die niet direct wegvlucht en organiseer zelf de leukste kinderfeestjes die ik kan bedenken.

Ik ga desnoods járen door met het plaatsen van hartelijke uitnodigingen bij de onwillige moeders van schoolvriendjes tot ze eindelijk toegeven, al is het maar om van mijn gezeur af te zijn. Als het moet, heb ik een bord van gewapend beton voor mijn kop.

En het lijkt te lukken. Ondanks hun afwezigheid bij catechese, de mis en feestjes die tot elf uur 's avonds duren, horen mijn nakomelingen erbij en hebben al zoiets als een sociaal bestaan. Ik heb zelfs geleerd hoe ik léuk moet doen met de moeders van de vriendjes, en ik dóe leuk en zál leuk doen.

Maar accidenti, wat ben ik moe.
   

vrijdag 23 maart 2012

Vú comprá

David is een ondermaatse Nigeriaan met een trouwhartige blik en een zeer mank been, en hij had een mooi stekje gevonden op de parkeerplaats van de supermarkt in het dorp.

Ik leerde hem kennen toen ik hóógzwanger, met een peuter, een dreumes en een berg levensmiddelen bij vijfendertig graden in de schaduw, een indruk van universeel lijden op hem moet hebben gemaakt. Hij laadde mijn boodschappen in elk geval met toewijding in en gaf de achterklep na sluiting een bezwerend klopje, alsof hij mijn hachelijk vervoermiddel voor me zegende. Een zwangere stelt die dingen op prijs.

Na een korte afwezigheid keerde ik terug met een verse baby onder mijn arm. 'Thank you, Jesus!' riep David hartgrondig en hij gaf mijn prille jongste een grootverpakking papieren zakdoekjes ten geschenke. We waren dus bevriend. Ik zag foto's van zijn vrouw en kinderen, die luisteren naar de klinkende namen 'Faith' en 'Praisegod'. Hij vertelde  dat hij ze eindelijk kon laten overkomen. De zaken gingen blijkbaar goed, 'with God's help'.

Na een jaar of wat sloegen duistere krachten toe. Ondanks zijn lokale populariteit moest David het veld ruimen toen een regiodirecteur van de supermarktketen hélemaal uit de grote stad kwam om hem van de parkeerplaats te jagen. Sindsdien befietst hij, net als minstens zes collega's, dagelijks het dorp en de landwegen met een baal sokken en aanstekers op het stuur.
En als ik hem tegenkom, vraagt hij telkens of mijn echtgenoot geen baantje voor hem weet. Maar ja, wie heeft er werk voor een gehandicapte afrikaan zonder enige opleiding? Ik moet spijtig in gebreke blijven.

Het was een opluchting toen hij een keer voorstelde mijn zeer vunzige auto te wassen. Particulier initiatief moet tenslotte aangemoedigd worden en de talrijke bejaarden in het dorp kunnen heel wat klusjesmannen gebruiken, dus wie weet. Maar toen hij buiten stond te poetsen en plassen, voelde ik me toch een soort van verdorven koloniaal.
Ik durfde dan ook niets te zeggen toen ik hem vroom mijn auto zag wrijven met de groene kant van een keukensponsje.

Nu rijd ik rond met een auto die dof ziet van mijn goede bedoelingen. Dat zal me leren.

Ik weet alleen niet precies, wát.






maandag 19 maart 2012

Pronto!

Toen ik hier indertijd verzeilde, sprak ik zo goed als geen Italiaans. Ik kon al wel buongiorno! roepen en een cappuccino bestellen, maar veel dieper groef het niet. Met Engels kom je hier niet ver. Dat was best lastig, en een beetje eenzaam.

Ik heb talloze etentjes uitgezeten waarbij ik conversatiegewijs geheel buitenspel stond, en de tijd stug grijnzend doodde met nog maar een hapje van dit en een slokje van dat (gelukkig had ik toen nog geen rijbewijs). Toen ik genoeg idioom had opgepikt om, heel voorzichtig, óók eens een zinnetje bij te dragen, viel iedereen stil - om vervolgens paniekerig aan mijn oppasser te vragen: 'Cos'ha detto? Wat zei ze?'

Ontmoedigend.

Toch wist ik een baantje te regelen bij een vertaalbureautje, als schutterig hulpje van een alleraardigste dame die van mij wat Engels hoopte te leren. Een paardenmiddel. Ze was vaak afwezig en liet me dan in mijn eentje op het kantoor en de telefoon passen. Van die telefoon droom ik nóg wel eens. Als hij rinkelde, nam ik met bevende handen op. 'Pronto?' schorde ik dan.

'Buongiornochiamodalladittaxperildottorparmigiani abbiamounpiccoloproblemaconlatraduzioneelafattura insommaciservequalchechiarimentopernonfiniremale potreipercortesiaparlareconlasignorascarabocchi?'

Het állerlaatste stukje tenminste verstaan hebbende, riep ik: 'La signora Scarabocchi non c'è! Later terugbellen! Ciao!' waarop ik de verbinding bruusk verbrak en het zweet van mijn voorhoofd wiste.

Nou ja, zodoende heb ik stukje bij beetje mijn stem teruggevonden. Maar de taalkundige flaters die ik in de loop der jaren heb geslagen, bezorgen me nog altijd maagpijn. Ik heb onbedoeld beledigd, gekwetst, en mensen doen vrezen dat ze toch niet helemaal sporen, die olandesi. Ik moet het de Italianen echter nageven: ze zijn in die dingen uiterst hoffelijk en vergevingsgezind.

De bejaarde buurvrouw glimlachte toegeeflijk toen ik aanbood een paar kutten voor haar te plukken - maar het heeft me toch heel wat nachtrust gekost.


vrijdag 9 maart 2012

Op de vlakte

Trouw nóóit een Italiaan.

Als het dan toch zo nodig moet, neem dan een Toscaan. Of een Liguriër. Een Romein desnoods, of een Milanees, als je van grote steden houdt. Maar houd die jongens van de vlakte van je lijf.

Ik heb een Italiaan zonder schilderachtige vergezichten. Geen glooiende landschappen met eeuwenoude olijfbomen, geen ommuurde stadjes op heuveltoppen of zelfs maar uitzicht op een azuren baai. Ik moet het doen met greppels en sloten, ruige worsten, zware klei en Lambrusco.

Rond mijn huis strekt zich de pianura uit, beklemmend vlak, waar de horizon het altijd verliest van de hardnekkige nevel waaraan dit vochtige land zo rijk is. Om dit landschap te beminnen, moet je er zijn opgegroeid. En dan nog.
De winters zijn hier mistig en modderig, de zomers heet en en vaak ondraaglijk drukkend, met onweersbuien van bijbelse proporties als enig soelaas.


Maar... er zijn die paar weken in de lente of de nazomer, dat alles opklaart en wegtrekt, de hemel hoog en blauw is, en alles nog best meevalt, als je het goed bekijkt. In de verte kun je de Apennijnen duidelijk zien liggen.


Het wordt avond. Onder de bloeiende acacia's op het erf kijken we een beetje naar de vleermuizen en onze borghetto, die eens een bouwval was.


En het nietsdoen is zoet.








donderdag 1 maart 2012

Vijf dingen die je dacht te weten over Italië

Er zijn in Nederland van die Italië-aanbidders die het voortdurend hebben over la dolce vita, goddelijke prosciutto, taalcursussen en huisjes in Toscane. Zo was ik niet. Wonen in Italië is nooit een ambitie van me geweest, en zéker niet in de Povlakte.

Maar als een man je een beetje moeite en ongerief waard is, neem je zijn land er in vredesnaam maar bij. Het is zoiets als een wat lastige schoonmoeder. Op den duur leer je haar waarderen om haar reële kwaliteiten en berust je zuchtend in haar kuren – hoewel je haar nooit helemaal normaal gaat vinden en je jezelf nog steeds wel eens betrapt op het schuimbekkend headbangen van een schuldeloze muur.

En tijdens het berusten kun je voor verrassingen komen te staan. Hieronder een lijstje met dingen die ik over de Italianen dacht te weten:
  1. Italianen spreken Italiaans.
  2. Italianen drinken de hele dag cappuccino.
  3. Italianen hebben de spaghetti bolognese uitgevonden.
  4. Italianen eten altijd gezond, met veel olijfolie en zo.
  5. Italianen zijn dan ook gezonder dan wij.
Welke zijn waar? Conclusies na de jump.

maandag 27 februari 2012

Ma come mai?

Aangedaan en aangemoedigd door de positieve reacties (bedankt allemaal!) durf ik nog wel een stukje te plaatsen. Een situatieschets.

De nacht is bezig te vallen over dit vlakke land, de kinderen slapen, de vaat is bijna opgeruimd, buiten het geruststellende geluid van man met kettingzaag die de verwarmingsketel nog even bijvult, en ik hóór mijn lezers denken: hoe komt ze daar nou zo terecht?

Eh, ja, nou. Ik was bezig aan een baan om de aarde toen ik plotseling een noodlanding moest maken  heb een wat ongelukkige weddenschap afgesloten leidde een vrij en ongebonden bohémien-yuppenbestaan en vond dat op de lange duur toch niet helemaal je dat, toen ik kennis kreeg aan een volbloedpovlakter die me na anderhalf jaar los-vaste toestanden nóg niet had geïrriteerd. Toen hij me verzocht de Alpen over te steken, dacht ik: "We zullen dat eens een tijdje vrijblijvend proberen."

Historische woorden.

Ik probeerde het een tijdje, en toen ging ik nog een poosje door met proberen, en samen waren we nog volop aan het proberen toen, zomaar ineens, een zwangerschapstest twee streepjes gaf.

- flashforward -

Tegenwoordig probeer ik die eerste verrassing de tafels van vermenigvuldiging te leren.