Posts tonen met het label kinderen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kinderen. Alle posts tonen

woensdag 8 mei 2013

Epidemiologia

Het openbaar onderwijs is in Italië dermate stukbezuinigd, dat een pedagoog na de academie maar zeer moeilijk een vaste aanstelling verovert. Meestal blijft zo iemand lange, lange jaren hangen in tijdelijke assistentiebaantjes en versnipperde uurtjes her en der als ondersteunend personeel.
Aangezien de juf van de eerste klas voor het eerst een eigen groep heeft en ook nog uit het zuiden komt - wat het in de Povlakte niet makkelijker maakt - is het wel te begrijpen dat ze als de dood is dat er iets mis gaat.

Op een zaterdagavond ontdekte ik bij mijn dochter een fijne, lichtroze uitslag op borst en rug. 'Misschien heb je wel de vijfde ziekte', zei ik. Maar omdat het eigenlijk helemaal niet op een vlekjesziekte leek, mijn meisje kiplekker was en de vijfde ziekte trouwens ook volstrekt geen reden tot alarm zou zijn, liet ik het er verder welgemoed bij zitten. We plaagden er haar alleen een beetje mee, met die zogenaamde quinta malattia.

Oei.

Op dinsdag werd ik, een uurtje voor het uitgaan van de school, telefonisch door diezelfde school gealarmeerd omdat mijn dochter kennelijk doodziek was. Verbaasd spoedde ik mij er heen. Ik zag al van grote afstand dat die rotmeid vergenoegd stond te nepbibberen, waar ze overigens meteen mee ophield toen ze mij gewaar werd.

'De vijfde ziekte!' riep de juf met overslaande stem. 'Ze heeft de vijfde ziekte! Hoe zou ze het woord kennen als ze het niet heeft! Haar broer zegt het ook!'

Broederlijke solidariteit, dacht ik. Mooi wel.

'U heeft een kind naar school gestuurd bij Vermoeden van Besmettelijke Ziekte! Het kind is helemaal niet goed! En uitslag! Misschien wel roodvonk! De hele school in gevaar! De leerkrachten ook!'

Met hangende pootjes en een kerngezonde actrice ging ik naar huis, waar ze at als een wolf en de hele middag energiek buitenspeelde.

Omdat de kinderarts pas op vrijdagmiddag beschikbaar was voor het uitreiken van een attest heb ik mijn onruststookster drie dagen thuis moeten houden. Toen we uiteindelijk op consult konden, zei de dokter na één blik: 'O, een beetje warmte-uitslag. Zeker hard gespeeld met die mooie dagen laatst.'

Trouwens, met de vijfde ziekte blijken ze ook hier gewoon naar school te mogen.


De volgende keer noem ik het builenpest.

zaterdag 16 februari 2013

Gallus gallus

Onze haan heeft een kort maar mooi leven gehad, niettegenstaande het moeizame begin.

Samen met vier broertjes en zusjes was hij uitgebroed tussen verse aardbevingsbrokstukken. Op de dag van hun geboorte werden ze door de paniekerige kloek aan hun lot overgelaten en begonnen ze hun bestaan als donzige weesjes. Gelukkig was het warm weer en vonden ze in mijn dochter een toegewijde verzorgster.

Toen ze iets groter werden, vonden ze een onderkomen in ons vacante kippenhok. Als de volwassen kippen 's avonds allang hun slaapboom hadden beklommen, zwierf de toom weeskuikens nog rond in de schemering, bij gebrek aan moeder om ze op tijd naar bed te sturen. Ze zijn altijd een beetje ongemanierd gebleven.

Dat uit zich onder meer in een wat al te liberaal gebruik van de werkplaats en de veranda, waardoor we op de meest onpraktische plaatsen genereuze hoeveelheden kippenstront aantreffen. De aanstichter van het ongewenste gedrag was onveranderlijk de hoofdhaan. Hij was erg mooi en mannelijk geworden, met fiere staartveren, intimiderende kam en onverschrokken blik.

En hij werd steeds antipathieker. De stront was nog tot daar aan toe. Maar de kinderen durfden de laatste tijd nauwelijks meer buiten te spelen en ikzelf ging alleen nog gewapend met een bezem of knuppel het erf over. Toen mijn dochter van de week brullend het huis inrende en, nog nasnikkend, een gedetailleerde tekening maakte van een zeer helse haan, wisten we wat ons te doen stond.

Het leven is wreed. Maar wij eten deze week kippensoep.


donderdag 20 december 2012

Kritisch

Er was chips, er was prik, er was taart.

Ik had het héle huis opgeruimd en van slingers voorzien. De volledige bovenverdieping had ik zwetend in een net-echt piratenschip veranderd. Voor de onvermijdelijke ouders was er wijn en een knappend haardvuur.

Ik had een piratenspeurtocht uitgezet met heuse flessenpost van ene Barbarossa il terribile terrore, spannende opdrachten, een schatkaart, oorringen en ooglapjes.

Met de hele club zesjarigen en wat broertjes heb ik hoeden gevouwen, papieren bootjes in het bad laten varen, een concurrerend schip veroverd en geblinddoekt plank gelopen, en passant een dozijn scharlakenrode ballonnen met het kromzwaard afgeslacht, de schatkaart bij elkaar gepuzzeld en als klap op de vuurpijl een échte schatkist gevonden, tot de rand gevuld met glinsterende chocolademunten.

En toen óók nog taartjes versieren met minstens tien soorten eetbare accessoires, en alles mocht en ik had engelengeduld. Mijn jarige meisje straalde en haar vriendinnen niet minder - kortom, een heerlijk feest. Ik was niet weinig met mezelf ingenomen.


Uitgeput maar voldaan vroeg ik haar 's avonds nog eens of ze het leuk had gevonden.

'Nee,' zei ze beslist, 'want jij was de rietjes vergeten.'

donderdag 6 december 2012

Scuola

Ik weet niet hoe het er bij u aan toe gaat, maar ik vind die tien-minutengesprekken met de insegnanti op de plaatselijke school hoogst enerverend. Ik ben er altijd dagenlang danig van uit mijn evenwicht.

Bij elke positieve noot zwel ik tot tranens toe van trots, om bij de onvermijdelijke kritiekpunten onmiddellijk weg te zakken in het drijfzand van moederlijk zelfverwijt. Oók tot tranens toe. Zo word ik tien eindeloze minuten lang heen en weer geslingerd tussen euforie en wanhoop, en heb na afloop een borrel nodig en een brede schouder om op uit te huilen.

Gelukkig ben ik aangaande mijn oudste zoon al wat gewend en werd over hem deze keer een mild oordeel uitgesproken. 'Hij leest zó goed.' Ja, dacht ik zelfgenoegzaam, dat weet ik. 'Maar zijn aandacht laat nog wel erg te wensen over, het lijkt wel of hij zich verveelt.' Ja, dat haalt je de koekoek, dacht ik. Ik kwam dus redelijk ongeschonden weg.

De klap viel bij mijn dochter, die sinds eind september de eerste klas bevolkt. 'Als haar iets wordt gevraagd, is ze altijd eerst even stil voordat ze antwoord geeft. Misschien heeft ze een taalprobleem. Wat spreekt u thuis met haar?' Nou, ik Nederlands, uiteraard. De juf (die een uitgesproken Napolitaans accent bezit, maar dat terzijde) zweeg eventjes veelbetekenend en sprak toen: 'Maar we zijn hier natuurlijk in Italië.'

Ik leg het haar later misschien nog wel eens uit. Mijn dochter heeft geen taalprobleem, maar een gezond wantrouwen tegenover grote mensen die in een te kleine wereld leven.


vrijdag 30 november 2012

Dicembre

Ik ben een tijdje zoek geweest, hier.

Dat kan ik gaan wijten aan verhuizingen en -bouwingen, het aflopen van het gastenseizoen (met als grande finale een uitgebreide indische rijsttafel voor een onafzienbare menigte), het terugzoeken van ontelbare verplaatste voorwerpen en het ontdekken van steeds weer nieuwe barsten en barstjes in onze dierbare muren, verschrikkelijke verkoudheden en veel, heel veel diepgevoeld huisvrouwenleed - maar laat ik eerlijk zijn: ik leef bij vlagen en ik heb geen discipline. Ik behoor tot de ongewervelde diersoorten. Soms een mossel, soms een naaktslak.

Wat ligt er dus meer voor de hand dan eindelijk weer eens een stukje te tikken, louter als afleiding van de drukkende decemberverplichtingen? Mijn drie halfbloedjes hebben natuurlijk, krachtens hun Nederlandse afkomst, recht op tenminste een hálve sinterklaasviering. En omdat we in Italië wonen, moeten er uiteraard ook kerstgeschenken komen - vooral om tussen de vriendjes niet al te zeer uit de toon te vallen. Precies tussen die twee hoogtepunten in verjaart mijn dochter, wat alwéér speelgoed in cadeauverpakking impliceert en, tot haar vreugde en mijn verdriet, een kinderfeestje.


Intussen woekert de crisis voort en zitten zowel de Sint als Babbo Natale te fronsen over hun begroting, met de handen in de baard.

Ik voorzie een massa steuntrekkende Pieten en elfen, vanaf 1 januari.



woensdag 19 september 2012

Rekenen

Van zo'n aardbeving wordt de gemeentelijke politiek nóg interessanter.

Er zijn verwijten geweest en bedreigingen geuit, er is geruzied en geprocedeerd, er zijn koppen gerold en marionetten verschenen, er is gebouwd en versterkt en gepleisterd en verregaand bezuinigd, maar eindelijk, eindelijk, na vier volle maanden vakantie, gaat volgende week de plaatselijke scuola elementare weer open.

Met een aangepast rooster. Mijn basisschoolbloedjes hoeven enerzijds niet meer op zaterdag naar school, maar hebben anderzijds een dagelijks continuprogramma van vijfeneneenhalf uur aan één stuk, behoudens een kwartiertje pauze.

Als ze dan rond tweeën uitgeblust en uitgehongerd thuiskomen, zal ik ze tijdens het wegwerken van de koudgeworden lunch nog moeten voorbereiden op een stevige huiswerksessie met veel tafels van vermenigvuldiging.

Nou ja, mijn kindvrije ochtenden zijn wél lekker lang zo.

Ik ben benieuwd of ze nog wat leren.


maandag 14 mei 2012

Festa!

Hier is het seizoen aangebroken van uitbundig bloeien, weldadige zonneschijn, rijkelijk besprenkelde kasteel- en tuinfeesten, concerten bij maanlicht en gasten die weten in welke maanden het bij ons goed toeven is. Des avonds haal ik mijn - ietwat sleetse - femme fatale uit de kast en dans op wankele tafels, en de volgende dag verwerk ik de kater tijdens langdurige strijksessies, want mijn strijkhulp heb ik in verband met crisis moeten opzeggen.

Het is dus druk. Het is ook het seizoen van langdurige en overdadige lunches met ouders van álle klasgenootjes van de kinderen ter afsluiting van het schooljaar, en binnenkort is mijn oudste zoon alwéér jarig. Dat is nogal erg. Ik zal u uitleggen waarom.

Kinderpartijtjes staan hier nog in de kinderschoenen. Ze bestaan meestal uit een gehuurd, betegeld zaaltje met daarin een enorme tafel vol heerlijke hapjes die geen kind interesseren en de boodschap 'spelen jullie maar wat', terwijl de ouders, die allemaal méékomen en -blijven, veruit in de meerderheid zijn. Ik heb daar moeite mee. Zelf opgegroeid met van die leuke, goed georganiseerde oudhollandse kinderverjaardagen, ben ik al een paar jaar bezig met het plaatselijk bijbrengen van de juiste feestetikette. Ik boek slechts heel langzaam wat vooruitgang in mijn zendingswerk.

Het is ook lastig dat op zijn minst de hele klas, en bij voorkeur ook nog de parallelklas, uitgenodigd moet worden. Gelukkig komt dan hooguit een derde opdagen, maar het exacte aantal gastjes valt moeilijk te voorzien. En hoe uitdrukkelijk je ook op de uitnodiging vermeldt dat het feestje van vier tot zeven zal plaatsvinden, er zijn er altijd die om half zes nog eens komen aanzetten of om negen uur nóg niet zijn opgekrast. Het is dus nog niet zo makkelijk de vriendjes in een gestructureerd themafeest met ludieke activiteiten en een tijdige climax te persen. En wat doe ik intussen met al die ouders?

U begrijpt dat dit soort hoogtepunten mij aardig wat hoofdbrekens kosten. Ik zal er in de nabije toekomst nog wel eens over berichten. En nu ga ik maar weer wat strijken, want ik ben nog niet helemaal over de uitspattingen van het weekend heen.

zaterdag 21 april 2012

Schaarse schatten


Als een Italiaan een baby in het oog krijgt, roept hij of zij onveranderlijk 'che bello! bellissimo!' Wat mooi! Ook als het een gedrocht van een kind betreft waarvoor de honden jankend op de vlucht slaan en die de pastoor het liefst met veel knoflook zou dopen, voor de zekerheid.

Uw en mijn kinderen zijn natuurlijk allemaal zo niet beeldschoon, dan toch minstens zeer passabel, maar sómmige baby's zijn nu eenmaal angstaanjagend lelijk. Ik probeer dan mijn afgrijzen te verbergen en mompel iets als 'wat lief' of 'geestig kind'. Maar Italianen hebben een beperkte woordenschat als het om neonati gaat.

(Ze hebben wel meteen een probleem met de geslachtsaanduiding, aangezien de onzijdige vorm in het Italiaans niet bestaat. Om de bewonderaars niet in verlegenheid te brengen is uitbundig roze voor een meisjesbaby dan ook een vereiste.)

En omdat ze zo weinig baby's maken, is elk nieuw zieltje een wereldwonder waar een ieder zijn tederste aandrang op botviert. Ik heb indertijd erg moeten wennen aan de handtastelijkheden waaraan mijn pasgeborenen blootstonden. Ze werden bepoteld, gekust en zelfs ongevraagd uit hun wagen geplukt door vriend, vijand en wildvreemden in de supermarkt, waarbij ik mijn moederlijke instincten tot het uiterste moest onderdrukken om deze goedwillende aanbidders niet met tanden en klauwen te lijf te gaan.

Ik was ooit in een parkje met mijn zoontje aan het spelen, terwijl mijn dochter van drie maanden (eindelijk) rustig in haar wagen lag. Een bejaarde man, die wat hanig langsliep met twee dames, probeerde, in een kennelijke poging zijn opakwaliteiten te demonstreren, het kind uit haar bedje te pellen. Mijn aanwezigheid werd hierbij volledig genegeerd.
Maar dat deed er niet toe. Mijn dochter was toen al een kleine heks die een wantrouwige inborst paart aan vocale gaven die grenzen aan het bovennatuurlijke.

Ik kom geregeld in dat plantsoentje, maar heb die man er niet meer teruggezien. Nooit meer.


donderdag 19 april 2012

Ballen


Elke Italiaan - nou ja, in elk geval de traditionele plattelandsitalianen hier in de buurt - wenst twee keer per dag een volledige warme maaltijd te genieten van minstens drie gangen: primo, secondo en dolce. De lunchpauzes zijn dan ook lang, de huisvrouwen permanent overspannen, de oma's onmisbaar en veel mensen aan de forse kant.

Gelukkig ben ik ook op dit punt geheel traditievrij.
Ik hak en splits naar hartelust en serveer de minestra (pasta) bij wijze van lunch, waarna ik de secondo (vlees/vis en groente) voor het avondeten bewaar. Zodoende weet ik mijn gemoedsrust en gewicht nog enigszins op peil te houden, en mijn landman heeft in de eerste dertig jaar van zijn leven eigenlijk al wel genoeg gegeten.

Voor de kinderen is het een zeer verdeeld genoegen. Een bord pasta 'met niks' eten ze graag, maar bij het vallen van de avond worden ze geconfronteerd met enge vlezen en nog naardere groenten, waardoor ze al vóór de eerste langetandenhap naar het toetje informeren en de sfeer aan tafel onmiddellijk ontaardt in onderhandelingen, bedreigingen en jammerklachten.

In verband met de bovenstaande gemoedsrust smokkel ik dus wel eens een beetje en roep de ketchup en het blaadje sla op een broodje hamburger uit tot groente, met een optimisme dat bij nadere beschouwing weinig grond blijkt te hebben. Maar met de italiaanse gehaktbal sta ik steviger in mijn schoenen. Resultaat: zoete kinderen die hun nog zoetere nagerecht voor de verandering voltallig en vreedzaam verdienen.

zaterdag 14 april 2012

Kruis

In Italië is iedereen katholiek, zelfs degenen die het eigenlijk niet zijn.

Dat drong voor het eerst echt goed tot me door na de geboorte van mijn eersteling, toen mijn onkerkse schoonmoeder over het doopfeest begon als een vanzelfsprekendheid. (Op mijn mededeling dat van dopen niets zou komen, schrok ze wel even, maar ze heeft het verder snel aanvaard en is er nooit op teruggekomen.)
Toen het kind drie was, met een babyzusje, nog een broertje op komst en overal handjes, werd het tijd voor de kleuterschool. De enige mogelijkheid was de parochiale instelling onder leiding van Suor Anna, de directrice, een formidabele non met een angstwekkende stem, een allesdoordringende blik en een harige wrat op haar bovenlip. We hadden er meteen een ideale boeman bij ('eet je bord leeg, want als Suor Anna het hoort...').

In dit instituut werd natuurlijk gebeden. 'Kinderen, doe je ogen dicht', galmde Suor Anna, 'en vouw je handen, dan kijken we nu allemaal naar Jezus.' Mijn zoon, met samengebalde handjes en oogjes toe, riep ongerust: 'Maar ik zie niks!' En een week of wat later informeerde hij: 'Maar in welke klas zit dat kindje Jezus dan?'
Daarna deed hij een en ander schouderophalend af als een van die onbegrijpelijke dingen die volwassenen nu eenmaal zeggen. Verder was het er trouwens wel gezellig en het eten was uitnemend.

Hij werd zes en rijp voor de basisschool. Openbare scholen zijn in Italië katholiek, maar mij werd wel de mogelijkheid geboden af te zien van de godsdienstles. Aangezien het alternatief hier bestaat uit zolang wachten in een ander lokaal, heb ik schoorvoetend ingestemd hem dan in godsnaam (!) maar mee te laten doen.

In dat eerste schooljaar viel hij van zijn geloof wat de kerstkabouter betreft. Maar onlangs speelde de kwestie ineens weer op. 'Mamma, de kerstman bestaat wél! De godsdienstjuf zegt het!' Ik onderdrukte succesvol een woedeaanval en bedacht dat, wanneer Babbo Natale onvermijdelijk een keer definitief sneuvelt, onze-lieve-heer wellicht in één moeite door het loodje legt.

En daar is een goede kans op, want laatst sprak mijn filosoofje nadenkend: 'Engelen bestaan zeker niet, hè? Maar sommige mensen denken van wel. Die hebben er zeker niet zo goed over nagedacht. Nou ja, laat ze maar.'

Halleluja, er is hoop.

donderdag 12 april 2012

Mezza stagione

We dachten een week of wat dat het lente was. We hadden de kippen al van de tuintafel gejaagd, de kerstverlichting tevoorschijn gehaald en de bloemetjes buitengezet.

Nu zitten we met de kater binnen bij de haard terwijl die bloemetjes buiten verregenen.

Af en toe stuur ik de kinderen, voorzien van laarzen en regenjassen, naar buiten, om zelf langoureus op de bank Oblomov te herlezen en misschien, wie weet, een klein uiltje te knappen. Maar binnen de kortste keren staan ze bibberend aan de deur te smeken om een warm kopje thee en of ze bij de kachel mogen, die halve hollanders, die nepnederlandertjes. Hun moeder moet trouwens steeds onwillekeurig denken aan snert en bonen met spek en er dreigt alweer een herfstdepressie in gezinsverband.

Dat moeten we niet hebben natuurlijk. Ik zet mijn hakken in het zand, hou mijn poot en bovenlip stijf, laat me niet kennen en roep te pas en te onpas 'lente!' en 'primavera!' en 'wat fijn dat de winter voorbij is, hè jongens?' En ik laat ze bij wijze van bewijs maar weer de verse aardbeien zien, waarvan de kleur zo mooi afsteekt bij de grauwe luchten.

Vanavond spelen we lentetje, met een vrolijk voorjaarstoetje na die winterworst.

dinsdag 10 april 2012

Adam


dichterlijke dinsdag


 
Je zit in het gras, je kan nog niet echt lopen
en langzaam wordt je blauwe broekje nat.
Er ligt een groene wereld voor je open
met vlekjes heldergeel en paars bespat.

Het is te vroeg om dingen te benoemen,
't is alles nieuw en nog onaangeraakt.
Die sprieten en het zand en alle bloemen:
ze zijn zojuist speciaal voor jou gemaakt.

Je slaat hautain geen acht op het gewemel
van beestjes en de fluister in het blad.
Je slaat je ogen ook nog niet ten hemel
want jij en God zijn toch al één pot nat.



zaterdag 7 april 2012

Taai


Het dorp, waarin ik met enige reserve ben neergestreken, is in de afgelopen eeuwen door noest ontwateren ontworsteld aan een uitgestrekt moeras door een stevig slag mensen met een zware keuken en een knoestig dialect. De winters zijn koud en vochtig, de zomers zijn héét en vochtig. Maar de grond is goed en de oogsten navenant. Door de opbrengsten hiervan gestadig op te potten, hebben de meeste inheemse families een behoudend soort welstand weten te bereiken die ze met wantrouwen en gebed voor het nageslacht hopen te bewaren.

De dorpelingen, ook de modernere, zijn over het algemeen hoogst honkvast. Als ze al geen pand delen met de vorige generaties, dan wonen ze er in elk geval vlakbij. Maar ze spreken collectief kwaad over het dorp dat hun wereld is.
In mijn onbegrip van en onwetendheid inzake de hier geldende mores, probeer ik regelmatig mijn licht op te steken bij een ingewijde. En steeds krijg ik dan te horen dat de dorpelingen zo stijf, bigot en ontoegankelijk zijn, en akelige roddelaars bovendien, dat ze van de buitenwereld zo goed als niets weten en ook niet wíllen weten en dat je er als import nauwelijks tussenkomt. (Kennelijk tref ik altijd een wat wereldwijzere gesprekspartner.)

Maar voor deze keer heb ik, als hollandse leeuwin die voor haar welpen vecht, besloten nét zo stijfkoppig te zijn. Ik groet stug honderd keer vergeefs, telkens met de vriendelijkste glimlach die ik op kan brengen. Ik begeleid mijn kinderen met goed verborgen tegenzin naar partijtjes waar ik, mijn antisociale inborst geheel verloochenend, praatjes maak met iedereen die niet direct wegvlucht en organiseer zelf de leukste kinderfeestjes die ik kan bedenken.

Ik ga desnoods járen door met het plaatsen van hartelijke uitnodigingen bij de onwillige moeders van schoolvriendjes tot ze eindelijk toegeven, al is het maar om van mijn gezeur af te zijn. Als het moet, heb ik een bord van gewapend beton voor mijn kop.

En het lijkt te lukken. Ondanks hun afwezigheid bij catechese, de mis en feestjes die tot elf uur 's avonds duren, horen mijn nakomelingen erbij en hebben al zoiets als een sociaal bestaan. Ik heb zelfs geleerd hoe ik léuk moet doen met de moeders van de vriendjes, en ik dóe leuk en zál leuk doen.

Maar accidenti, wat ben ik moe.
   

vrijdag 6 april 2012

Majesteit

In het zwembad kan ik altijd goed zien hoe de overgewicht-bij-kinderenepidemie ook in Italië oprukt.

In het douchelokaal is het na afloop van de les dan ook altijd zéér vol. En de kinderen hebben veel tijd nodig om schoon te worden, enerzijds vanwege de Italiaanse aandacht voor persoonlijke hygiëne, anderzijds omdat er zo veel te wassen is. Met drie natte, bibberende dunne kindjes moest ik wachten tot er een douchekop vrijkwam.

Een mollige jongen van een jaar of negen was eindelijk brandschoon en verliet de ruimte. Ik schoof mijn last onder die éne vrijgekomen douche. Door de grootmoeder van hun voorganger werden ze weer weggeschoven met de woorden 'mijn kleinzoon is nog helemáál niet klaar!' Italiaanse oma's kunnen soms erg vervelend zijn.

Moeders ook. Toen we ten slotte naar de kleedkamer konden, zag ik hoe mamma en nonna in gezamenlijke gespannen toewijding elk haartje van hun dikke prinsje apart aan het drogen waren. Vervolgens werd het kind zorgvuldig in een dikke laag kleding verpakt, mét winterjas, muts en sjaal.

Na een snel bezoek aan de inpandige bar konden ze dan toch weg, de jongen voorzien van chips en ijs. Ik zag ze nog op de parkeerplaats, toen hun auto rakelings voor ons langsstoof. De jongen zat voorin en at. Zonder gordel.

woensdag 28 maart 2012

Hoe bevalt Italië?

Nou, weinig. En met kennelijke tegenzin. Het geboortecijfer in Italië is, zoals bekend, een van de laagste ter wereld - mijn bijdrage heeft daar geen significante verbetering in kunnen brengen. Het aantal keizersnedes beloopt zo'n beetje de helft van alle bevallingen, en vrijwel alle vriendjes van mijn talrijk kroost zijn enig kind.

Helemaal onbegrijpelijk is dat niet.

Kinderen zijn ontzettend duur. In een land waar de kosten van levensonderhoud op minstens hetzelfde niveau liggen als in Nederland maar het modale salaris ongeveer de helft bedraagt, waar kinderbijslag niet bestaat en basisbeurzen onbekend zijn, en waar je tot pakweg je vijftigste geen kans maakt op een vast contract en dus ook niet op een hypotheek, neemt de bevolking de voorschriften van het Vaticaan maar niet al te letterlijk. Zelfs vrome gelovigen zijn wel wijzer.

Het krijgen van kinderen is ook een erg medische toestand, misschien omdat vrouwen pas erg laat aan hun eerste - en enige - zwangerschap beginnen. Een zwangere vrouw staat per definitie onder controle van een gynaecoloog, met echo's alsof het niet opkan, en thuisbevallingen zijn exotische waaghalzerij. Ik heb trouwens ergens gelezen dat veel Italiaanse artsen graag keizersnedes uitvoeren, want dat hoeft niet 's nachts en levert ze een stuk meer op dan een natuurlijke bevalling. Het klinkt plausibel.

Op basis van mijn eigen eerste parto heb ik daarnaast de theorie ontwikkeld dat veel vrouwen na zo'n avontuur het verder maar liever voor gezien houden. (Waarschuwing: niet verder lezen als u moeite heeft met minder plezierige ziekenhuisscènes of klagende moeders.)

dinsdag 27 maart 2012

Alles


dichterlijke dinsdag


Ik ben een vis, een draak
een dinosaurus en een paard
ik ben een graafmachine en
een engerd met een zwaard.

Ik ben een wit konijn en
een meneer met zware stem
ik ben een baby en ik ben
een boterham met jam.

Ik ben alles, mamma.
Mamma kijk dan, ik ben alles.

Ik ben een boom, een reus
ik ben een blauwe luchtballon
ik ben een regenwolk
ik ben de sterren en de zon.

Ik ben alles, mamma!
Mammaaa! Kijk dan!
Ik ben alles!



donderdag 15 maart 2012

Aardappels

Moederschap. Moeras van zuigende zorgen en zelfverwijt.

Soms stel ik me voor hoe ik de hele horde (het lijken er soms wel twaalf! hoe doen ze het?) achterlaat bij een morsig cafetaria aan een verlopen snelweg, en dat ik dan diabolisch lachend  - met bloedrode nagellak en zwarte zonnebril - wegscheur naar onnoembare verten. Daar voel ik me natuurlijk best schuldig over, die gedachte.

En ik voed ze ook helemaal verkeerd op. Ze kijken veel te veel televisie, en van een twijfelachtig educatief gehalte. Knutselen vind ik meestal zo'n gedoe. Ze lusten geen grapefruits. Ze willen geen groente. Als ze hologige bleekneusjes worden, is het mijn schuld. Als ze ontaarden in verwende vetklepjes is het óók mijn schuld.

Er is een lichtpuntje.

De Italianen, die zoals iedereen weet over een volslagen superieure keuken en een onfeilbare wijsheid op voedselgebied beschikken, plaatsen de aardappel gedecideerd onder de rubriek 'groente'.
Wat een vondst! Kind, neem nog wat chips, groente met plantaardige olie, wat wil je nog meer.

In een geur van heiligheid serveer ik dus een zeer eenvoudig doch voedzaam en troostrijk gerecht, en ik noem het 'rijst met groente'. En ze vréten het.


maandag 12 maart 2012

Pokken

Jaja, ook in de Pokvlakte is het intussen lente. De vruchtbomen hebben dikke bloesemknoppen, madeliefjes en maartse viooltjes steken de kop op, en de virussen staan in volle bloei.

Nu ben ik best een zwartkijker, maar zó noodlottig had ik me de waterpokken toch niet voorgesteld.
Als ik even opkijk en niet oppas, schrik ik me lam van een bobbelig monstertje dat bij nadere beschouwing mijn oudste zoon blijkt te zijn. Na veel zoeken heb ik nog één plekje gevonden, ter hoogte van zijn linkerknieholte, waar ik hem met goed fatsoen een troostkusje kan toedienen.

Mijn schoonmoeder beweert nog steeds dat de landman de waterpokken allang heeft gehád vroeger, maar in elk geval heeft hij ze dan wéér. Mijn reus, rots en redding is neergezegen op de bank en probeert wanhopig niet te krabben. Zijn schedel, die toch al wel wat weg heeft van een hemellichaam, vertoont nu van dichtbij gezien een maanlandschap van hellingen, kraters en vulkanen op het punt van uitbarsten. En ook zijn jongste zoon geeft verontrustend blijk van mannelijke solidariteit.

Af en toe vlucht ik naar buiten met de aanstichtster van dit alles. Mijn inmiddels immune meisje, blakend en lelieblank, als een smetteloos licht aan het eind van deze pokketunnel.

zaterdag 10 maart 2012

Vreemde smetten

Mijn oudste zoon sluipt gesluierd als een Toeareg door het huis, zich met hand en tand verzettend tegen ontmaskeringspogingen door zijn broertje dat denkt dat ze spookje spelen. Het liefst blijft hij in zijn kamer met de deur op slot.
Mijn verzekering dat waterpokken ècht niet zo weerzinwekkend zijn, hij er helemaal niet raar uitziet en ik hem trouwens nog steeds lief zou vinden als hij groene schubben en een gevorkte staart kreeg, is voorlopig aan dovemansoren gericht.

Zijn zus is alweer twee dagen naar school geweest. Ze heeft de waterpokken en de naadloos volgende buikgriep bleekjes overleefd en draagt in alle zakken fotokopieën van de verplichte doktersverklaring mee. Met malattie infettive kun je tenslotte niet voorzichtig genoeg zijn, want voor je het weet komen kinderen massaal naar school met vliegende tering, lepra of builenpest.
(Dat haar broertje blijmoedig in haar kielzog meeschuift met een heel verdacht puistje onder zijn neus, wijt ik desgevraagd aan een overdosis salame op een onlangs door overvloedig braken geleegde maag. Daar kom ik tot dusver goed mee weg.)

Intussen ben ik aan het hoesten, het gezinshoofd aan het rochelen, en transpireren we elkaar 's nachts beurtelings uit de slaap. Dat leidt dan tot fluisterend bekvechten en verwensingen in gebarentaal, want we zijn allebei zo goed als stemloos.

Tja. Met goede moed voorwaarts. Heeft er nog iemand een hoofdluis gezien, de laatste tijd?



woensdag 7 maart 2012

Moedertong

Ik kan me de scène levendig voorstellen:

Oud en der dagen zat lig ik te zieltogen op mijn sterfbed.

Met mijn laatste krachten en allerlaatste vonkje bewustzijn steun ik:

"Kinderen, ik heb jullie allemaal innig liefgehad. Ik vraag vergeving voor wat ik jegens jullie mocht hebben misdaan. De kist met goud is begraven onder de laatste pereboom in de derde rij. Ik zegen jullie."

En terwijl ik mijn laatste adem uitblaas, kijken mijn inmiddels middelbare en armlastige (tja, in Italië blijven hangen, de sukkels) kinderen elkaar vertwijfeld aan en roepen:

"Come? Cosa?"


Ik hecht dus sterk aan een tweetalige opvoeding.