Luntàn dal cul di mòl dal mùs di càn e da chi tìn la cròs in
màn, verzuchten van oudsher de minder volgzaam vrome dorpelingen.
(Vrij vertaald, toch maar op rijm om recht te doen aan het
origineel: "blijf ver van de ezel zijn kont, de hond zijn mond en wie daar gaat
met het kruis in ’t rond: ’t is allemaal ongezond".)
Maar Don Ivo vermijden valt niet mee, want Don Ivo is
overál. Hij is de plaatselijke pastoor en beheert onder meer de dorpskerk, de uitgestrekte parochie, de vier bejaarde dorpsnonnen, de dorpspolitiek,
de kleuterschool en alle zielen die ook maar enigszins onder zijn competentie
vallen.
Don Ivo staat zijn mannetje. Hij heeft zijn schaapjes stevig onder de duim - en daardoor ook op het droge. De erfenissen van diverse godvrezende oude vrouwtjes en belangeloze bijdragen van vooruitziende gelovigen hebben hem in staat gesteld een kapitale villa in de heuvels te laten bouwen voor zichzelf en zijn honderdjarige moeder.
Tot dusver kluistert heilige plicht hem echter aan het dorp
in de vlakte, want ook Don Ivo heeft een kruis te dragen - in zijn geval een algemeen, nijpend tekort aan
jonge priesters. En Don Ivo is intussen achtenzeventig, hoewel uitermate goed
geconserveerd.
Er is een tijd geweest dat Don Ivo een kapelaan tot zijn
beschikking had.
Don Benito had zijn jonge jaren gesleten als missionaris in
zwart Afrika. Zijn boodschap van liefde had daar kennelijk niet de gewenste
indruk gemaakt, want op een kwade dag hadden de inboorlingen hem het continent
afgeslagen. Hij had hier een wat slepende gang, een serie onnavolgbare tics en
een neiging tot merkwaardige absenties aan overgehouden. Hem werd dan ook veel
vergeven.

Het kwam geregeld voor dat Don Benito vijf minuten na het uitgaan van de kerk al zat te pimpelen in het aanpalende café, waarbij hij zichtbaar vergenoegd constateerde dat de rokken alwéér korter waren geworden en toespelingen maakte op het gebrek aan mode bij de zwartjes.
De liefdezusters klemden hun lippen steeds krampachtiger
opeen als Don Benito ter sprake kwam, en Don Ivo vertrouwde hem op den duur
geen hostie meer toe. Toen de kapelaan op een nacht, in kennelijke staat, de
auto van zuster Ermenzina te pletter reed tegen het hek van een wel zéér
verdacht huis, werd de situatie onhoudbaar.
Rome heeft dit, geheel in lijn met de geheiligde tradities,
elegant opgelost. Don Benito is bevorderd en heeft nu een eigen parochie, ver
weg en zonder liefdezusters. En Don Ivo kan nog járen mee.
Ik moest onmiddellijk aan Draadstaal denken. http://www.youtube.com/watch?v=V3OVyE-N9tI
BeantwoordenVerwijderenHa! Ja, zoiets dus :D
BeantwoordenVerwijderenGeweldig verhaal. En die eertse zin, daar ben ik het hartgrondig mee eens. Ik ga hem onthouden (nu nog even op mijn Italiaanse uitspraak oefenen... )
BeantwoordenVerwijderen