In deze vergrijsde streken bereiken veel mensen een opmerkelijk hoge
leeftijd.
Een oud-oudtante van de buurman vraagt al veertig jaar elke
ochtend aan haar inwonende, inmiddels bejaarde zoon hoe laat het is, en op het
onveranderlijke antwoord 'zeven uur, mamma' reageert ze steevast met: 'Apperò! Het is
toch wat.' Een geregeld leven hélpt.

Een al tamelijk belegen kennis houdt er ergens een kromgegroeide, meestal zwijgende overgrootmoeder op na, die overigens nog levendig genoeg is om op de vraag 'wat wilt u voor kerstmis?' ad rem te kraken: 'Een doodskist! Un'incidente!'
Corrado is de tachtig voorbij, maar laadt nog dagelijks in
zijn eentje handmatig vooroorlogse ijskasten, gietijzeren kachels en verroeste
baggermachines op zijn oud-ijzertruckje. Toen hij enige tijd geleden pijn in
zijn buik kreeg, ging er een akelige nieuwe wereld voor hem open.
Ten eerste moest hij naar de dokter, voor hem een onbekende jonge vent, die het aandurfde nierstenen te constateren en hem doorverwees naar het provinciale ziekenhuis. Ten tweede werd hij daar ook daadwerkelijk opgenomen, iets wat hem tot dusver uitsluitend voorbehouden leek aan vrouwen en andere brekebeentjes. Ten derde spraken ze daar van opereren, voor Corrado aanleiding zich terug te trekken in een grommerige vijandigheid.
Ten eerste moest hij naar de dokter, voor hem een onbekende jonge vent, die het aandurfde nierstenen te constateren en hem doorverwees naar het provinciale ziekenhuis. Ten tweede werd hij daar ook daadwerkelijk opgenomen, iets wat hem tot dusver uitsluitend voorbehouden leek aan vrouwen en andere brekebeentjes. Ten derde spraken ze daar van opereren, voor Corrado aanleiding zich terug te trekken in een grommerige vijandigheid.
De ingreep doorstond hij voorbeeldig, want tegen zijn
krasheid kan geen dokter op. Maar toen hij bijkwam uit de narcose bleek zijn hostiliteit te zijn verkeerd in homerische woede. Artsen en
verpleegkundigen sloeg hij van zijn bed. Het vergde vier man potig personeel om
hem een injectie toe te dienen, en men zag zich gedwongen hem een kamer alléén
te geven – ongehoord voor een fondspatiënt – met het oog op de veiligheid van
de andere patiënten. Alleen een bezoek van zijn lievelingskleindochter vermocht
hem uiteindelijk te kalmeren.
Corrado knapte verder snel op en gaat weer zijn gewone gang. Hij is alleen iets peinzeriger, af en toe. En het dansen heeft hij opgegeven.
Ja, alle zwakkeren hebben het natuurlijk al in een heel vroeg stadium opgegeven met zo'n hard leven. Wat overblijft is loeisterk en heeft een geregeld leven, dat dan weer wel...
BeantwoordenVerwijderenVolgens mij heeft de familie van mijn vader Italiaans bloed in de aderen...
BeantwoordenVerwijderen