woensdag 19 december 2012

Homo sapiens


Ik lig al jaren nergens meer wakker van.

Dat heb ik geleerd van de kostwinner, die terecht van mening is dat om het even welk probleem er morgen heus nog wel zal zijn en best een nachtje kan wachten.
Ik ben ook dank verschuldigd aan de erfgenamen. Die weten me overdag zodanig af te raggen dat ik 's nachts echt nérgens last van heb. Daarbij hebben ze me bestaansrecht verschaft in drievoud, dus daar hoef ik ook niet meer over te piekeren.

Toch stel ik het in slaap vallen soms vijf minuten uit, omdat op het onpraktische moment dat ik in bed stap zich plots een Ingeving aandient. Zo verscheen gisteren, tegen middernacht, zomaar uit het niets, de prehistorische homo.

Als zo'n 5% van een willekeurige populatie uitgesproken homoseksueel is en een prehistorische leefgemeenschap van jagers-verzamelaars een omvang had van pakweg dertig individuen, dan was de kans wel erg klein dat een homo een geschikte partner binnen bereik had, schoot me te binnen.

Die éne homo zat 's avonds waarschijnlijk eenzaam bij zijn vuurtje terwijl om hem heen de andere holenmensen (sorry) druk doende waren nieuwe vooroudertjes samen te stellen.

Ik zag hem een ogenblik haarscherp voor me: de eenling, met het hoofd in de handen broedend op almaar meer verheven gedachten, om in vredesnaam even te ontstijgen aan het hier en nu.
De jachttechniek kan beter, er moet aan het gereedschap gesleuteld en laten we eens iets leuks op die grotwanden schilderen, in die trant. En waar komen we eigenlijk vandaan en waar gaan we heen?

Eureka! Technologie, kunst, religie: het ontstaan van de hele menselijke cultuur is gewoon aan de homoseksuele oermens te danken! Die kan de paus in zijn zak steken!

En toen viel ik vlot en vredig in slaap.

dinsdag 11 december 2012

Aan de oever

dichterlijke dinsdag

‘k Ben naar China gereisd, naar de gele rivier
om een tijd aan de kant te verblijven.
Ik zit nu al maanden, nee jarenlang hier
maar ik heb hem nog steeds niet zien drijven.

Hij zit in de kroeg en verzuipt in zijn bier
met wie weet wat voor lelijke wijven.
Maar was hij nu zómaar eventjes hier
dan zou ik niet gillen of kijven, nee,

ik bleef dan gewoon verschrikkelijk fier
en keek nauwelijks op van mijn schrijven.
Ik zei nonchalant: nou, dat doet me plezier.

En misschien, ja misschien, zou hij blijven.


________________________________
edit: ooit is mij het gezegde 'als je lang genoeg aan de rivier blijft zitten, zul je het lijk van je vijand voorbij zien drijven' als Chinees spreekwoord verkocht. Nu wijst een oplettende lezer mij erop dat het Japans is. Verdulleme!

zaterdag 8 december 2012

Van het kastje

We schijnen recht te hebben op assegni familiari, een soort kinderbijslag voor gezinnen met lage inkomens. Dat lijkt ons wel wat, een beetje staatssteun in taaie tijden.

Naar verluidt moet ik me daarvoor melden bij een patronato. Een wat?
Ik steek mijn licht op in de bar. Er schijnt zo'n, eh, patronato in het dorp te zijn, schuin tegenover het kerkhof, in een geel gebouw. Ik geraak er. De zon schijnt.

Het is een kale kamer, waar een aardige mevrouw me verwijst naar een sindacato (een wat?) in het stadje verderop. Ze schrijft alles voor me op een kladje. Het adres staat erbij. Ik erheen. Het is nogal mistig geworden.

Het blijkt het verkeerde sindacato (?), maar na wat vragen bemachtig ik de coördinaten van het goeie. Op weg. Het begint te miezeren.

Het goeie sindacato zat ten tijde van de aardbeving in het verkeerde gebouw: de gevel grijnst me toe met twee enorme X-vormige scheuren. Hier is niemand. Maar wacht, alle gemeentekantoren zijn na diezelfde aardbeving naar het nieuwe theater verplaatst en dat is vlakbij. Daar eens gaan vragen. Het regent flink, intussen.

Ambtenaren één tot en met vier weten het ook niet. De vijfde gaat het vragen aan nummer zes. Met vereende krachten schrijven ze een adres voor me uit. Erop af. Sneeuwt het?

Nee, zegt een meneer beslist. U moet bij onze andere afdeling zijn. Andere kant van de stad, rood gebouw, tweede verdieping. Ik worstel me erheen door een gierende sneeuwstorm met overal ijsberen.

Ja, zegt de tweelingbroer van die eerdere meneer. U moet hier zijn, maar de betreffende medewerkster is er alleen op de tweede donderdag van de maand tussen zes en zeven. Koffer documenten meenemen, maakt niet uit wat het is.

Ik ga naar huis. De zon schijnt. Ik ben niet ontevreden, nee. Het schiet al op.

donderdag 6 december 2012

Scuola

Ik weet niet hoe het er bij u aan toe gaat, maar ik vind die tien-minutengesprekken met de insegnanti op de plaatselijke school hoogst enerverend. Ik ben er altijd dagenlang danig van uit mijn evenwicht.

Bij elke positieve noot zwel ik tot tranens toe van trots, om bij de onvermijdelijke kritiekpunten onmiddellijk weg te zakken in het drijfzand van moederlijk zelfverwijt. Oók tot tranens toe. Zo word ik tien eindeloze minuten lang heen en weer geslingerd tussen euforie en wanhoop, en heb na afloop een borrel nodig en een brede schouder om op uit te huilen.

Gelukkig ben ik aangaande mijn oudste zoon al wat gewend en werd over hem deze keer een mild oordeel uitgesproken. 'Hij leest zó goed.' Ja, dacht ik zelfgenoegzaam, dat weet ik. 'Maar zijn aandacht laat nog wel erg te wensen over, het lijkt wel of hij zich verveelt.' Ja, dat haalt je de koekoek, dacht ik. Ik kwam dus redelijk ongeschonden weg.

De klap viel bij mijn dochter, die sinds eind september de eerste klas bevolkt. 'Als haar iets wordt gevraagd, is ze altijd eerst even stil voordat ze antwoord geeft. Misschien heeft ze een taalprobleem. Wat spreekt u thuis met haar?' Nou, ik Nederlands, uiteraard. De juf (die een uitgesproken Napolitaans accent bezit, maar dat terzijde) zweeg eventjes veelbetekenend en sprak toen: 'Maar we zijn hier natuurlijk in Italië.'

Ik leg het haar later misschien nog wel eens uit. Mijn dochter heeft geen taalprobleem, maar een gezond wantrouwen tegenover grote mensen die in een te kleine wereld leven.


dinsdag 4 december 2012

Vragen

dichterlijke dinsdag



Heeft Sinterklaas heimwee in Spanje?
Verlangt hij naar regen en kou?
Verft hij stiekem zijn appels oranje
en kleedt zich in rood, wit en blauw?

offe

Kan Sint ons maar nauwelijks verdragen,
houdt het een week of wat vol,
om dan over ons te gaan klagen
in een bar aan de Costa del Sol?






maandag 3 december 2012

Het spijt me


Van alles.

Ik heb van de week, om er weer een beetje in te komen, wat van de stukjes op dit weblog teruggelezen, en dat viel verdomd nog niet mee. Zelfs de logjes die ik zelf indertijd nog wel geslaagd vond, jagen me nu de rillingen over mijn rug en het schaamrood naar de kaken. Wat een narigheid.

Ik schrijf zo onhip (is 'hip' als woord ook erg onhip, trouwens?). Ik lijk verdorie wel een negentiende-eeuwer. Zinnen te lang! Te veel bijvoeglijk naamwoorden! Overal komma's! Laat ik nu eens. Overal waar ik een komma zou zetten. Een punt plaatsen. 
En wat vaker 'ja. Nee. Nou'. Of een krachtterm. Of desnoods een paar alinea's met alleen maar 'haha. Hahaha.'

Mijn haar moet trouwens ook anders. En mijn neus. Ik ben het de onschuldige voorbijganger gewoon verplicht hem de schrik van die gok te besparen. Wat is nou vijfduizend euro als het zo veel kan betekenen voor mijn medemens? En laat ik voortaan eens wat leuker lachen.

Haha. Hahaha. Verdomme.

Maar als het goed is word ik vrijdag ongesteld.


vrijdag 30 november 2012

Dicembre

Ik ben een tijdje zoek geweest, hier.

Dat kan ik gaan wijten aan verhuizingen en -bouwingen, het aflopen van het gastenseizoen (met als grande finale een uitgebreide indische rijsttafel voor een onafzienbare menigte), het terugzoeken van ontelbare verplaatste voorwerpen en het ontdekken van steeds weer nieuwe barsten en barstjes in onze dierbare muren, verschrikkelijke verkoudheden en veel, heel veel diepgevoeld huisvrouwenleed - maar laat ik eerlijk zijn: ik leef bij vlagen en ik heb geen discipline. Ik behoor tot de ongewervelde diersoorten. Soms een mossel, soms een naaktslak.

Wat ligt er dus meer voor de hand dan eindelijk weer eens een stukje te tikken, louter als afleiding van de drukkende decemberverplichtingen? Mijn drie halfbloedjes hebben natuurlijk, krachtens hun Nederlandse afkomst, recht op tenminste een hálve sinterklaasviering. En omdat we in Italië wonen, moeten er uiteraard ook kerstgeschenken komen - vooral om tussen de vriendjes niet al te zeer uit de toon te vallen. Precies tussen die twee hoogtepunten in verjaart mijn dochter, wat alwéér speelgoed in cadeauverpakking impliceert en, tot haar vreugde en mijn verdriet, een kinderfeestje.


Intussen woekert de crisis voort en zitten zowel de Sint als Babbo Natale te fronsen over hun begroting, met de handen in de baard.

Ik voorzie een massa steuntrekkende Pieten en elfen, vanaf 1 januari.