dichterlijke dinsdag
Je was nog zo klein, mijn jongen.
Je zat nog voorop de fiets.
De liedjes die we dan zongen
zeiden van alles en niets.
Je was alleen maar een kindje.
Je speelde eens wat met het stuur.
De lucht en het licht en het windje
duurden een eeuwig half uur.
De dag was maar nauwelijks begonnen.
De lucht was nog vlekkeloos blauw.
Je had al bij voorbaat gewonnen
en alles bestond slechts door jou.
dinsdag 6 maart 2012
maandag 5 maart 2012
Alles stroomt
Als de voortplanting mij één ding heeft geleerd, is het wel dat we voornamelijk vochtverwerkingsinstallaties zijn. Hippocrates had een punt. Ons naakte bestaan wordt bepaald door sappen, goeie en kwaaie.Het kind wordt verwekt met vocht en bewaard in vocht. Bevallen levert zeeën bloed, zweet en tranen op (en vruchtwater natuurlijk). Als het kind er eenmaal is, begint een zondvloed van melk, spuug, poep, pies, snot en kots. Had ik al gezegd dat dit een beetje een vies praatje werd?
Enfin. Nu ze geen baby's meer zijn, begint mijn wereld weer een beetje op te drogen. Er gaat melk of sap in, er komen plasjes uit, die vaak zonder mijn tussenkomst worden weggewerkt.
Maar één of twee keer per jaar krijg ik een wake-up call van de natuur.
Buikgriep.
Ik zal u de walgelijke details besparen, maar er komt een hoop wassen, soppen en spoelen bij kijken. Ik draag permanent regenkleding en mijn vingers zijn gerimpeld als die van een pasgeborene.
Een dezer dagen verzuip ik in de eeuwige stroom, die volgens Heraclitus nooit dezelfde is - maar dat is een schrale troost.
zondag 4 maart 2012
Geestelijk
Luntàn dal cul di mòl dal mùs di càn e da chi tìn la cròs in
màn, verzuchten van oudsher de minder volgzaam vrome dorpelingen.
(Vrij vertaald, toch maar op rijm om recht te doen aan het
origineel: "blijf ver van de ezel zijn kont, de hond zijn mond en wie daar gaat
met het kruis in ’t rond: ’t is allemaal ongezond".)
Maar Don Ivo vermijden valt niet mee, want Don Ivo is
overál. Hij is de plaatselijke pastoor en beheert onder meer de dorpskerk, de uitgestrekte parochie, de vier bejaarde dorpsnonnen, de dorpspolitiek,
de kleuterschool en alle zielen die ook maar enigszins onder zijn competentie
vallen.
Don Ivo staat zijn mannetje. Hij heeft zijn schaapjes stevig onder de duim - en daardoor ook op het droge. De erfenissen van diverse godvrezende oude vrouwtjes en belangeloze bijdragen van vooruitziende gelovigen hebben hem in staat gesteld een kapitale villa in de heuvels te laten bouwen voor zichzelf en zijn honderdjarige moeder.
Tot dusver kluistert heilige plicht hem echter aan het dorp
in de vlakte, want ook Don Ivo heeft een kruis te dragen - in zijn geval een algemeen, nijpend tekort aan
jonge priesters. En Don Ivo is intussen achtenzeventig, hoewel uitermate goed
geconserveerd.
Er is een tijd geweest dat Don Ivo een kapelaan tot zijn
beschikking had.
Don Benito had zijn jonge jaren gesleten als missionaris in
zwart Afrika. Zijn boodschap van liefde had daar kennelijk niet de gewenste
indruk gemaakt, want op een kwade dag hadden de inboorlingen hem het continent
afgeslagen. Hij had hier een wat slepende gang, een serie onnavolgbare tics en
een neiging tot merkwaardige absenties aan overgehouden. Hem werd dan ook veel
vergeven.
Maar de absenties werden langer en frequenter, en overvielen
Don Benito steeds vaker op kritieke momenten van de mis. En zijn alcoholische
zelfmedicatie dreigde zijn kwalen te gaan overvleugelen.Het kwam geregeld voor dat Don Benito vijf minuten na het uitgaan van de kerk al zat te pimpelen in het aanpalende café, waarbij hij zichtbaar vergenoegd constateerde dat de rokken alwéér korter waren geworden en toespelingen maakte op het gebrek aan mode bij de zwartjes.
De liefdezusters klemden hun lippen steeds krampachtiger
opeen als Don Benito ter sprake kwam, en Don Ivo vertrouwde hem op den duur
geen hostie meer toe. Toen de kapelaan op een nacht, in kennelijke staat, de
auto van zuster Ermenzina te pletter reed tegen het hek van een wel zéér
verdacht huis, werd de situatie onhoudbaar.
Rome heeft dit, geheel in lijn met de geheiligde tradities,
elegant opgelost. Don Benito is bevorderd en heeft nu een eigen parochie, ver
weg en zonder liefdezusters. En Don Ivo kan nog járen mee.
zaterdag 3 maart 2012
Vlees van mijn vlees
Ik heb nooit gedeugd. Huiswerk verwaarloosd, studie niet afgemaakt, elke zweem van maatschappelijk succes in de kiem gesmoord - kortom, mijn arme ouders op allerlei manieren veel leed berokkend. Het is dus niet meer dan rechtvaardig dat ik mijn trekken thuis krijg.
Tijdens een autoritje riep mijn zoon (7) ineens dringend: "Mamma! Weet je wat ik later ga doen als ik groot ben?"
Ik begon te gloeien en dankte in gedachtende Heer het universum de evolutie die spontane mutaties toelaat, voor een zoon met een Plan. Het trillen van mijn stem met moeite bedwingend vroeg ik: "Wat dan, lieverd?"

En mijn wonderkind sprak: "Niks."
Tijdens een autoritje riep mijn zoon (7) ineens dringend: "Mamma! Weet je wat ik later ga doen als ik groot ben?"
Ik begon te gloeien en dankte in gedachten

En mijn wonderkind sprak: "Niks."
vrijdag 2 maart 2012
Conosco i miei polli
Eind september werd mij onverhoeds een kip met zes pasgeboren kuikentjes in de schoot geworpen - nou ja, hier gedumpt door een kennis want zo leuk voor de kinderen. Dan kun je toch kwalijk blaffen: "Haal onmiddellijk dat gebroed van mijn erf, stronzo."
Omdat kuikentjes best breekbaar zijn en de kloek nogal fel bleek, heb ik me toch maar zélf over de beestjes ontfermd in plaats van ze aan de kinderen uit te leveren. En wat waren die donsjes schattig.Je zou er haast weer melk van krijgen.
Je begrijpt, ik was óm. En het werd me koud om het hart bij de gedachte aan katten, ratten, vossen, bunzings en ander rondsluipend gespuis met kuikens in zijn dieet. Nadat ik vlug een futiel maar goedbedoeld omheininkje rond hun woonkistje had aangelegd, hebben mijn landman en ik, in opperste harmonie, een deugdelijk kippenfort in elkaar getimmerd.
Tijdens die zonnige herfstdagen van 2011 heb ik dagelijks bij de vogelfamilie zitten mijmeren over de wonderen van de natuur, en hoe die zouden gaan leiden tot verse eitjes en malse haantjes aan het spit.
Met het oog daarop probeerde ik, als de beestjes me blij tegemoet renden tegen etenstijd, er vast achter te komen van welk geslacht de diverse kuikens waren en wie van de jongetjes het eerst in aanmerking zou komen (die met het lelijkste karakter, natuurlijk). Ik voelde me een echte boerin.
Op den duur werd duidelijk dat de kloek weliswaar een zeer toegewijde moeder was, maar ook een wilde, eigenwijze vliegkip die haar kinderen heel verkeerd opvoedde.
Naarmate de kuikens groter werden bleek dat a) ze het reguliere kippenvoer niet lekker vonden en meer van pasta en maden hielden, b) ze koppig in de bomen sliepen en niet op stok in het hok, en c) ze al op zeer jeugdige leeftijd gewoon over het gaas heenvlogen.
Ik heb dat rennetje dus maar weer verwijderd en gezegd dat ze het zelf maar moesten weten. En dat wisten ze. Een aanval door een bloeddorstige Jack Russell hebben ze dan ook overleefd (met enige hulp van mij, gewapend met oprechte verontwaardiging en een bezem).

- enige avonturen later -
En in het donkerst van de winter, op 20 december, werden mijn offers beloond. Een staande ovulatie!
Omdat kuikentjes best breekbaar zijn en de kloek nogal fel bleek, heb ik me toch maar zélf over de beestjes ontfermd in plaats van ze aan de kinderen uit te leveren. En wat waren die donsjes schattig.
Je begrijpt, ik was óm. En het werd me koud om het hart bij de gedachte aan katten, ratten, vossen, bunzings en ander rondsluipend gespuis met kuikens in zijn dieet. Nadat ik vlug een futiel maar goedbedoeld omheininkje rond hun woonkistje had aangelegd, hebben mijn landman en ik, in opperste harmonie, een deugdelijk kippenfort in elkaar getimmerd. Tijdens die zonnige herfstdagen van 2011 heb ik dagelijks bij de vogelfamilie zitten mijmeren over de wonderen van de natuur, en hoe die zouden gaan leiden tot verse eitjes en malse haantjes aan het spit.
Met het oog daarop probeerde ik, als de beestjes me blij tegemoet renden tegen etenstijd, er vast achter te komen van welk geslacht de diverse kuikens waren en wie van de jongetjes het eerst in aanmerking zou komen (die met het lelijkste karakter, natuurlijk). Ik voelde me een echte boerin.
Op den duur werd duidelijk dat de kloek weliswaar een zeer toegewijde moeder was, maar ook een wilde, eigenwijze vliegkip die haar kinderen heel verkeerd opvoedde.
Naarmate de kuikens groter werden bleek dat a) ze het reguliere kippenvoer niet lekker vonden en meer van pasta en maden hielden, b) ze koppig in de bomen sliepen en niet op stok in het hok, en c) ze al op zeer jeugdige leeftijd gewoon over het gaas heenvlogen.
Ik heb dat rennetje dus maar weer verwijderd en gezegd dat ze het zelf maar moesten weten. En dat wisten ze. Een aanval door een bloeddorstige Jack Russell hebben ze dan ook overleefd (met enige hulp van mij, gewapend met oprechte verontwaardiging en een bezem).
- enige avonturen later -
En in het donkerst van de winter, op 20 december, werden mijn offers beloond. Een staande ov
donderdag 1 maart 2012
Hoop
Mijn dochter van net vijf, die ik uiteraard aanbid, klampt me aan met een zorgelijke uitdrukking op haar gezicht.
"Zeg, mamma..."
"Ja schat, wat is er?"
Nog steeds een beetje bedrukt gaat ze door: "Mamma, als papa een oude meneer wordt... en dan doodgaat..."
Ik bereid me voor op een ernstig gesprek en veel geruststellingen van mijn kant. Ik wacht nog even op de ontknoping voordat ik haar in mijn koesterende armen sluit.
"En als mijn broertjes dan oude jongetjes worden... en dan gaan ze dood..."
Deze draai bevalt me minder. Maar ik houd me in bedwang en wacht ademloos op het vervolg. Ineens verschijnt er een hoopvolle lach:
"Gaan wij dan in een nieuw huis wonen?"
"Zeg, mamma..."
"Ja schat, wat is er?"
Nog steeds een beetje bedrukt gaat ze door: "Mamma, als papa een oude meneer wordt... en dan doodgaat..."
Ik bereid me voor op een ernstig gesprek en veel geruststellingen van mijn kant. Ik wacht nog even op de ontknoping voordat ik haar in mijn koesterende armen sluit.
"En als mijn broertjes dan oude jongetjes worden... en dan gaan ze dood..."
Deze draai bevalt me minder. Maar ik houd me in bedwang en wacht ademloos op het vervolg. Ineens verschijnt er een hoopvolle lach:
"Gaan wij dan in een nieuw huis wonen?"
Vijf dingen die je dacht te weten over Italië
Er zijn in Nederland van die Italië-aanbidders die het
voortdurend hebben over la dolce vita, goddelijke prosciutto, taalcursussen en
huisjes in Toscane. Zo was ik niet. Wonen in Italië is nooit een ambitie van me
geweest, en zéker niet in de Povlakte.
Maar als een man je een beetje moeite en ongerief waard is,
neem je zijn land er in vredesnaam maar bij. Het is zoiets als een wat lastige
schoonmoeder. Op den duur leer je haar waarderen om haar reële kwaliteiten en
berust je zuchtend in haar kuren – hoewel je haar nooit helemaal normaal gaat
vinden en je jezelf nog steeds wel eens betrapt op het schuimbekkend headbangen
van een schuldeloze muur.
En tijdens het berusten kun je voor verrassingen komen te staan. Hieronder
een lijstje met dingen die ik over de Italianen dacht te weten:
- Italianen drinken de hele dag cappuccino.
- Italianen hebben de spaghetti bolognese uitgevonden.
- Italianen eten altijd gezond, met veel olijfolie en zo.
- Italianen zijn dan ook gezonder dan wij.
Welke zijn waar? Conclusies na de jump.
Abonneren op:
Posts (Atom)



