dinsdag 4 december 2012

Vragen

dichterlijke dinsdag



Heeft Sinterklaas heimwee in Spanje?
Verlangt hij naar regen en kou?
Verft hij stiekem zijn appels oranje
en kleedt zich in rood, wit en blauw?

offe

Kan Sint ons maar nauwelijks verdragen,
houdt het een week of wat vol,
om dan over ons te gaan klagen
in een bar aan de Costa del Sol?






maandag 3 december 2012

Het spijt me


Van alles.

Ik heb van de week, om er weer een beetje in te komen, wat van de stukjes op dit weblog teruggelezen, en dat viel verdomd nog niet mee. Zelfs de logjes die ik zelf indertijd nog wel geslaagd vond, jagen me nu de rillingen over mijn rug en het schaamrood naar de kaken. Wat een narigheid.

Ik schrijf zo onhip (is 'hip' als woord ook erg onhip, trouwens?). Ik lijk verdorie wel een negentiende-eeuwer. Zinnen te lang! Te veel bijvoeglijk naamwoorden! Overal komma's! Laat ik nu eens. Overal waar ik een komma zou zetten. Een punt plaatsen. 
En wat vaker 'ja. Nee. Nou'. Of een krachtterm. Of desnoods een paar alinea's met alleen maar 'haha. Hahaha.'

Mijn haar moet trouwens ook anders. En mijn neus. Ik ben het de onschuldige voorbijganger gewoon verplicht hem de schrik van die gok te besparen. Wat is nou vijfduizend euro als het zo veel kan betekenen voor mijn medemens? En laat ik voortaan eens wat leuker lachen.

Haha. Hahaha. Verdomme.

Maar als het goed is word ik vrijdag ongesteld.


vrijdag 30 november 2012

Dicembre

Ik ben een tijdje zoek geweest, hier.

Dat kan ik gaan wijten aan verhuizingen en -bouwingen, het aflopen van het gastenseizoen (met als grande finale een uitgebreide indische rijsttafel voor een onafzienbare menigte), het terugzoeken van ontelbare verplaatste voorwerpen en het ontdekken van steeds weer nieuwe barsten en barstjes in onze dierbare muren, verschrikkelijke verkoudheden en veel, heel veel diepgevoeld huisvrouwenleed - maar laat ik eerlijk zijn: ik leef bij vlagen en ik heb geen discipline. Ik behoor tot de ongewervelde diersoorten. Soms een mossel, soms een naaktslak.

Wat ligt er dus meer voor de hand dan eindelijk weer eens een stukje te tikken, louter als afleiding van de drukkende decemberverplichtingen? Mijn drie halfbloedjes hebben natuurlijk, krachtens hun Nederlandse afkomst, recht op tenminste een hálve sinterklaasviering. En omdat we in Italië wonen, moeten er uiteraard ook kerstgeschenken komen - vooral om tussen de vriendjes niet al te zeer uit de toon te vallen. Precies tussen die twee hoogtepunten in verjaart mijn dochter, wat alwéér speelgoed in cadeauverpakking impliceert en, tot haar vreugde en mijn verdriet, een kinderfeestje.


Intussen woekert de crisis voort en zitten zowel de Sint als Babbo Natale te fronsen over hun begroting, met de handen in de baard.

Ik voorzie een massa steuntrekkende Pieten en elfen, vanaf 1 januari.



donderdag 20 september 2012

Nostalgia

'Ik had een oom', zegt Corrado, 'die ging naar Amerika.'

Een gebaar, ver weg.

'Dan spreek ik van een flink stuk voor de oorlog. Zat in de knoei met een meisje dat-ie niet trouwen wou, en gaat me er toch vandoor, in enen naar Amerika. Dat was een andere wereld.
Zijn moeder heeft er veel weet van gehad. Poveretta.'

'Dat meisje is nog wel goed terechtgekomen. Ken je Martinelli, de uitdeuker? Da's nog een kleinzoon van haar.'

'Maar die oom van me, die is gewoon veertig jaar weggebleven en kwam toen nog eens kijken. Blijkt-ie al die tijd heimwee te hebben gehad. Maar koppig.
Enfin, hij wordt oud en komt terug. Kan natuurlijk zijn draai niet vinden. Ja, al die oudjes waren al dood, hè? Zo ging dat.'

'Ik heb nog wel eens een paar glaasjes met hem gedronken toen. En hij zit zo een beetje stil te wezen. En ineens zegt-ie: "Ik zoek geen plááts terug, jongen. Maar een tijd. Die van mij is doorgesneden en weg en ik krijg geen andere meer." Dat zegt hij.'

'En verdomd, die ouwe zag dat goed. Ikzelf ben nog nooit verder geweest dan Comacchio, en dan gauw weer naar huis - maar ik verrek van de heimwee.'


woensdag 19 september 2012

Rekenen

Van zo'n aardbeving wordt de gemeentelijke politiek nóg interessanter.

Er zijn verwijten geweest en bedreigingen geuit, er is geruzied en geprocedeerd, er zijn koppen gerold en marionetten verschenen, er is gebouwd en versterkt en gepleisterd en verregaand bezuinigd, maar eindelijk, eindelijk, na vier volle maanden vakantie, gaat volgende week de plaatselijke scuola elementare weer open.

Met een aangepast rooster. Mijn basisschoolbloedjes hoeven enerzijds niet meer op zaterdag naar school, maar hebben anderzijds een dagelijks continuprogramma van vijfeneneenhalf uur aan één stuk, behoudens een kwartiertje pauze.

Als ze dan rond tweeën uitgeblust en uitgehongerd thuiskomen, zal ik ze tijdens het wegwerken van de koudgeworden lunch nog moeten voorbereiden op een stevige huiswerksessie met veel tafels van vermenigvuldiging.

Nou ja, mijn kindvrije ochtenden zijn wél lekker lang zo.

Ik ben benieuwd of ze nog wat leren.


woensdag 12 september 2012

Niet voor de poes

Ik wil geen hond. De landman wil geen kat. We steken al jaren gelijk over en houden slechts kippen.

Al die tijd heb ik stiekem gehoopt dat ik nog wel eens een aangelopen poesje zou kunnen houden en zodoende onder het mom van humanitaire inslag tóch nog aan de kat zou geraken. Maar ik denk er nu anders over.

Als ik een kat zie, zo'n échte die de ganse dag buiten zijn kattendingen doet, zie ik een moordmachine. Geboren jagers die, hoe goed gevoed ook, het niet kunnen laten zo veel mogelijk kleine prooien dood te martelen.

Ach ja, dat doen katten nu eenmaal. Hoeveel schade kan één zo'n beest nou aanrichten?

Maar de menselijke overbevolking brengt ook een kattelijke overbevolking met zich mee. Naar (zeer ruwe) schatting zijn er zo'n 250 miljoen huiskatten op de wereld. Laten we even aannemen dat de helft daarvan elke week één zangvogeltje verschalkt, dan leggen dus wekelijks 125 miljoen van onze gevederde vriendjes het loodje onder de klauwen en tanden van onze fluwelen sadisten. Dat vind ik veel.

Uw lieve, zachte, educatieve huisgenoot is een sluipmoordenaar. Houd hem binnen.

Ik wil trouwens nog steeds geen hond.


donderdag 6 september 2012

Ooit

Naar het schijnt was ik als kind tamelijk veelbelovend. Dat was natuurlijk al helemaal fout.

Want belofte maakt schuld en schulden moet je niet hebben, om nog maar te zwijgen van schuldgevoel. En voor inlossen heb ik helaas niet zo'n aanleg. Mijn verontschuldiging is dat al dat beloven een beetje buiten mij omging en ik toen nog ruimschoots minderjarig was. Maar toch, het zit me nog steeds niet altijd lekker.

Deze melancholiekerieën kwamen herhaaldelijk bij me op toen ik onlangs mijn geboorteland bezocht.

Ik heb op een terras gezeten in de grote stad A, waar ik schoolging en in principe ooit nog tot grote daden in staat was. Ik heb ook op een terras (wat zeg ik, drie verschillende terrassen) gezeten in de grote stad U, waar ik er indertijd als prille volwassene, op soms tamelijk flamboyante wijze, alles aan heb gedaan om de wereld van mijn gebrek aan kredietwaardigheid te overtuigen.

Ik zag mezelf zitten: een wat onordelijk middelbaar meisje in kleren van vijftien jaar geleden (die gelukkig nog passen, dat dan weer wel), met te jeugdig, te lang, te slordig haar en een merkwaardige verlegenheid tegenover het bedienend personeel. Na tien jaar Povlakte en voortplanting een echt provinciaaltje, dat last had van de herrie en de drukte en in de war raakte van al die winkels overal. En ik besefte dat niemand nog een belofte in mij ziet.


Ik heb maar een leesbril gekocht.